Translate

Saturday, 15 December 2007

'Adel kijkt neer op Mabel en Laurentien'


(Novum) - De Nederlandse adel heeft een afkeer van de burgerlijke prinsessen en de hofhouding binnen het Koninklijk Huis. Dat zeggen de auteurs Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra van het boek 'Vertel dit toch aan niemand' over het leven aan het Nederlandse hof in De Telegraaf. De oude Nederlandse adel spreekt volgens de schrijfsters afkeurend over de komst van burgerlijke vrouwen als Laurentien en Mabel aan de top van de koninklijke familie.

Het steekt de adel dat de kleinkinderen van de koningin in de adelstand worden verheven, zelfs als de ouders geen lid zijn van het Koninklijk Huis, zoals in het geval van Friso en Mabel. De schrijfsters ontdekten dat de afkeer bij de adel diep zit. "Aan de oppervlakte houdt men zich in", zegt Hermans. "Maar als je doorvraagt, krijg je emotionele antwoorden als: zo'n Mabel en Laurentien die zich prinses noemen. Ik kijk gewoon op ze neer."

Ook zou een van de adellijke nazaten van de oude hofhouding blij zijn dat ze Laurentien en Mabel nooit een hand heeft hoeven geven. "Ik krijg dat 'prinses' maar moeilijk over mijn lippen."

Het boek komt zaterdag uit. Alle uitspraken in het boek zijn opgeschreven onder voorwaarde van anonimiteit. Het uit de school klappen wordt volgens de schrijfsters in adellijke kring niet als chic beschouwd.

Commentaar (1)

De Nederlandse adel heeft een afkeer van de burgerlijke prinsessen en de hofhouding binnen het Koninklijk Huis. Dat zeggen Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra, auteurs van het boek ‘Vertel dit toch aan niemand’ over het leven aan het Nederlandse hof zaterdag in De Telegraaf. De oude Nederlandse adel spreekt volgens de schrijfsters afkeurend over de komst van burgerlijke vrouwen als Laurentien en Mabel aan de top van de koninklijke familie. (Nieuws.nl)

We kunnen natuurlijk ook de adel afschaffen…

Jan Marijnissen
www.janmarijnissen.nl


Commentaar (2)

De adel uit de handen van de Nederlandse overheid halen (privatiseren) is een veel beter idee. De discriminatie van kinderen die de adellijke titel van hun moeder niet kunnen erven, maar wel de naam, kan daarmee ook worden vermeden. Alle adellijke titels worden gewoon een particuliere aangelegenheid. In de adelsboekjes kan men prima nalezen of de titel legitiem is. De Hoge Raad van Adel wordt daarmee ook overbodig en kan worden opgeheven. De gehele registratie in de Gemeentelijke Basisadministraitie kan ook worden ontdaan van de adellijke titulatuur. De problemen met de RDW (rijbewijzen) zijn ook niet meer aan de orde. Adelsprocessen behoren tot het verleden. Klachten over de Hoge Raad van Adel (die vaak gegrond worden verklaard door de Nationale Ombudsman) zijn niet meer nodig.

De hele operatie vraagt een mini-ingreep: afschaffing van de Wet op de adeldom.

Peter de Bruin, Rotterdam

Andere Tijden - De Adel (5)


Adel verplicht. Dus sinds jaar en dag trekken mensen van adel met gehandicapten naar Lourdes om hun dienstbaarheid, die bij de adel hoort, te tonen. Max baron van Hövell tot Westerflier bezocht Lourdes al 23 keer. Dienstbaarheid was altijd al één van de adellijke kenmerken. Maar het was exact deze dienstbaarheid waar Piet van Beyma zich aan stoorde: 'Dienstbaar ben je niet omdat je titel dat van je vraagt; dat komt uit je hart,' zegt hij. Dat was precies waarom hij geen jonkheer meer wilde zijn.

De overgrootmoeder van Marijke barones van Sytzama - barones van der Borch tot Verwolde richtte vóór de oorlog een kledingdepot op. Zij verzamelde kleding voor gezinnen in haar omgeving die het minder ruim hadden. Iedereen kon kleding bij haar inleveren. Na de oorlog nam haar grootmoeder dat kledingdepot over. Wekelijks haalde Van Gend & Loos dozen met kleding bij haar op om naar het depot te brengen. In de jaren zestig nam haar moeder het depot over. Mensen van adel, maar zeker ook niet-adellijken, konden daar tweedehands kleding krijgen. 'Jonge studenten konden er terecht voor een avondkostuum, een rokkostuum een smoking, allemaal kleding die ze toch geacht werden te dragen in hun kringen, en meisjes die uit wilden konden mooie jurken uitzoeken. Maar ook hele gezinnen konden er terecht. Mijn moeder had een heel kaartsysteem en wist precies wie welke leeftijd had, dat hield ze jaren bij. Het gaf haar veel voldoening.'

Barones Marie Christine van Hövell tot Westerflier - barones Speyart van Woerden gaf een hele andere invulling aan dienstbaarheid. Zij stelde het landgoed waar zij met haar gezin woont, open voor educatieve doeleinden. Kinderen kunnen er ook nu terecht om van alles over de natuur te leren; van appelbomen snoeien tot houtbewerking. Zij geeft regelmatig rondleidingen over het landgoed. Iedere keer opnieuw merkt ze dat de kinderen verbaasd zijn als zij in een overall en laarzen de deur uit komt en niet in een witte baljurk op mooie muiltjes. 'Dat komt toch omdat ze een vooropgezet beeld hebben over adel en een barones, dat is iets wat ontstaan is uit geschiedenisboeken of misschien uit sprookjesboeken. Een beeld wat zich dan versuikert en dat wordt op iemand geplakt,' aldus de barones. Volgens haar is het allemaal 'part of the dream', de droom die bij adel hoort en waar het gewone volk hardnekkig in wil blijven geloven.

Tekst en research: Mirjam Gulmans
Regie en samenstelling: Godfried van Run


Geïnterviewden:
Jonkheer Paul van Nispen tot Sevenaer
Sissy van Nispen tot Sevenaer - von Jacobovits de Szeged
Marie Christine Barones van Hövell tot Westerflier - Barones Speyart van Woerden
Max Baron van Hövell tot Westerflier
Marijke Barones van Sytzama - Barones van der Borch tot Verwolde
Piet van Beyma

Andere Tijden - De Adel (4)


De Quadrille, de Weense wals en later op de avond ook de Jive en de Quickstep, in kastelen, het Kurhaus of gewoon bij iemand thuis: de adel danste wat af. Soms was het een feest speciaal voor een adellijke dochter die haar 18e verjaardag vierde, maar het kon ook een intekenfeest zijn, waarvoor zo'n dertig gulden vooraf betaald moest worden. En op debutantenbals maakten jonge meisjes hun 'coming out' en toonden zij zich beschikbaar voor de huwelijksmarkt. 'Als je debuteert heeft dat te maken met maagdelijkheid. Op je 18e mocht je meedoen en dan debuteerde je in het wit,' zegt barones Van Sytzama.

In Haagsche kringen was 'de lijst van freule zus' een begrip in de feestwereld. Deze ongetrouwde mevrouw stelde een lijst samen van adellijke jongeren in de huwbare leeftijd. Zij hield nauwkeurig bij wie welke achtergrond had, waar men zich mee bezig hield en uit welke familie men kwam. Op de feesten was zij op de achtergrond altijd aanwezig. Ze zat ergens in de gang op een stoel. Soms kregen de dansende jongeren een klopje op hun schouder met de mededeling: 'Freule zus wil je zien.' De freule wilde via een informeel persoonlijk babbeltje dan weer even de stand van zaken doornemen. Barones van Sytzama weet nog goed hoe zij de eerste keer deze freule moest komen: 'Zij wist precies van welke ouders je een kind was.'

De gegevens die de freule over de jongeren op de lijst verzamelde, gebruikte ze om meisjes en jongens van adel aan elkaar te koppelen. Als ergens een feest plaats vond en men kwam onverwacht danspartners te kort, dan wist de freule precies wie geschikt was om de plaats te vervangen. Soms kregen jongeren een uitnodiging voor een feest waarvan ze degenen die het feest gaf, niet eens kenden. Dan beseften ze dat ze via de lijst van de freule een uitnodiging hadden gekregen.

Andere Tijden - De Adel (3)


Max baron van Hövell tot Westerflier groeide in de jaren zestig op als baron in de buurt van Nijmegen: 'Het begon al op de lagere school, dan kwam de schooltandarts met een grote bus en hij riep dan de kinderen. Iedere keer werden alle namen van het lijstje voluit voorgelezen, inclusief titulatuur, en dan keken die kinderen heel gek, ik vond dat niet leuk.' Als hij op zijn fietsje naar school fietste, renden ze hem achterna en riepen: 'Daar gaat de baron!'

In de jaren zeventig ging hij studeren aan de Nijmeegse universiteit en daar was het helemaal 'not done' om baron te zijn. Een stropdas was al niet goed, laat staan een titel. En hij had allebei. Max: 'Er werd veel over politiek gesproken toen. Vooral over linkse politiek. Maar ook Che Guevarra of Mao, daar gingen hele discussies over, over wie nou het beste was. Maar ik vond de één nog slechter dan de ander...' Zijn medestudenten bekeken de baron met enige argwaan. 'Je moest zelf alles presteren in het leven en je niet laten voorstaan op je ouders, omdat je vader geld had of naam of wat dan ook. Dat was niet in. Dat was een soort socialisme van na de oorlog dat toen helemaal tot een climax kwam,' vertelt Max.

De sfeer in het Nijmeegse vond hij zeer benauwend, alsof ze overal op de loer lagen. Toch liet hij zich niet intimideren en koos ervoor om tegen de rode stroom in wèl voor zijn titel van baron uit te komen. Niet dat hij ermee te koop liep, dat zou niet des adels zijn, maar hij hield zijn adellijke afkomst zeker niet verborgen.

In diezelfde periode studeerde jonkheer Piet Van Beyma aan de Tropische Landbouwschool in Deventer. Hij was zeer begaan met het onrecht in de wereld en koos ervoor om eind jaren zestig te gaan werken bij de Stichting Nederlandse Vrijwilligers in Ethiopië en in Kameroen. Hij leefde als jonkheer tussen de vaak hongerende bevolking: 'Dan leer je wel wat menselijke wijsheden zijn.' Toen hij terugkeerde in Nederland had hij er moeite mee dat hij vaak met 'jonkheer' werd aangesproken of omgeroepen. Hij wilde zich niet laten voorstaan op zijn titel. Maar in het dorp waar hij woonde, vonden vooral anderen het erg interessant, zo'n jonkheer in de buurt. Sprookjesverhalen deden de ronde; hij zou vast veel geld hebben en ergens een kasteel bezitten....

In tegenstelling tot Max ging Piet de strijd aan om van zijn predikaat jonkheer áf te komen. Hij wilde uit de adelstand. De Hoge Raad van Adel, adviesorgaan van de Minister van Binnenlandse Zaken wat betreft verzoeken tot verlening van adeldom, wist niet wat zij met dit opmerkelijke verzoek aan moest. Dat personen de strijd aangingen om in de adel opgenomen te worden, was nog voorstelbaar, maar dat iemand op eigen verzoek uit de adel wilde, was hoogst bizar. De Hoge Raad weigerde aan het verzoek te voldoen. Een adellijke titel was een gunst van de vorst, zoiets kon niet zomaar ongedaan gemaakt worden! Van Beyma moest bij Minister van Binnenlandse Zaken Rietkerk komen die hem op andere gedachten probeerde te brengen. Hoe meer tegenwerking Van Beyma kreeg, hoe meer hij zich gesterkt voelde in zijn strijd. Uiteindelijk lukte het hem in 1984. Hij kreeg formeel de bevestiging dat hij geen jonkheer meer was. In het rode boekje was hij een zwarte vlek geworden.

Andere Tijden - De Adel (2)


In hogere kringen neemt men regelmatig het 'rode boekje' en het 'blauwe boekje' ter hand, om eens te bekijken wie precies ook weer wie is, en waar hij of zij bij past. In de rode variant staat alle adel, van adellijke putjesscheppers tot adellijke professors. En in het blauwe boekje staan alle namen van de niet adellijke elite. Erg veel adel heeft het commerciële Holland overigens nooit gehad. Wel onderhielden edellieden en families van rijke koopmansgeslachten altijd al nauwe contacten. Rond 1815 reorganiseerde Willem I de adel en creëerde veel nieuwe adel door mensen in adelstand te verheffen. Deze nieuwe edelen kregen allerlei voorrechten en politieke macht. De koning waande zich veilig met deze beschermlaag van nieuwe edellieden om zich heen. Maar lang duurde deze bevoorrechte positie van de adel niet. In 1848 schafte Thorbecke de adel als aparte stand alweer af. Zo verloor zij haar staatsrechtelijke en burgerlijke privileges.

Ook Koningin Juliana vond de adel niet van belang. Na de Tweede Wereldoorlog moest het land opgebouwd, en elke Nederlander was gelijk aan de ander. In 1953 besloot het tweede kabinet Drees dat verheffing van gewone burgers in de adel achterwege diende te blijven. Juliana deed in 1967 ook geen enkele moeite om de niet-adellijke Pieter van Vollenhoven in de adel te verheffen, nadat hij met prinses Margriet was getrouwd. Pieter bleef gewoon Pieter. Nederland was toen al het land van de nivellering. Afwijken of excelleren werd niet op prijs gesteld. Dat had ook gevolgen voor het adelsbeleid en leidde tot beperkende maatregelen om in de Nederlandse adel opgenomen te worden. De kiem werd gelegd voor de ontwikkeling van de adel tot 'historisch instituut' of tot een 'sterfhuisconstructie'. Er kwam bijna niemand meer bij. De enige hoge adellijke familie in Nederland was en bleef het Koningshuis.

Het voorrecht dat de adel nog overhield was het voeren van de adellijke titel. Maar zelfs een titel paste nauwelijks in de Nederlandse mentaliteit van 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. Mensen met een adellijke titel konden immers nooit gewoon zijn.

Andere Tijden - De Adel (1)


Het inzetten van Wilhelmus betekende in de jaren vijftig het eind van elk adellijk bal. Luidkeels en staande zongen de edellieden het volkslied mee, om daarna eventueel bij iemand thuis in een kleine groep spiegeleieren te gaan bakken. Het Kurhaus was in de jaren zestig regelmatig het schouwspel van dansende adel.

Marijke barones van Sytzama - barones van der Borch tot Verwolde koestert warme herinneringen aan die feesten: 'Het was de bedoeling dat de jongens een meisje zouden vragen, dat ging kliekjes tegen. Zo was een jongen gedwongen om met een meisje aan de arm naar het buffet te gaan, zodat de jongens niet bij elkaar gingen zitten roken en drinken. Er werden courtions uitgedeeld, dat kon een bloem zijn of een boekje. Dan werden er spelletjes gedaan, waarbij je elkaar moest opzoeken. De groene bloemen bij de groene en de blauwe bloemen bij de blauwe. Voor jou als meisje was het dan heel spannend welke jongen je zou treffen, Dat hadden de gastheer en de gastvrouw thuis allemaal bekokstoofd. Wie past bij wie?'In feite was het een huwelijksmarkt. Mensen uit dezelfde 'kinderkamer', dus met dezelfde achtergrond, ontmoetten elkaar daar.

Die feesten pasten niet in de wereld van jonkheer Piet van Beyma. Hij wilde iets concreets doen, iets nuttigs. Maar de feesten waren wèl traditie in adellijke families. En ook Van Beyma was van adel. Hij kwam ter wereld als jonkheer: 'Het is toch krankzinnig dat je gewoon geboren wordt in adel, je er dus helemaal niets voor hoeft te doen en tóch van adel bent. Ik vind dat volstrekt achterhaald.' Hij wilde geen jonkheer meer zijn en ging de strijd aan.

Maar wat betekent het eigenlijk om jonkheer, dus van adel, te zijn? Volgens Marie Christine barones van Hövell tot Westerflier - barones van Speyart van Woerden loopt het beeld over de adel erg uiteen: 'In negatieve zin denkt men dat het boeven zijn die over de ruggen van anderen misbruik maken van hun status om hun eigen rijkdom in stand te houden en in positieve zin denkt men dat het mensen zijn die zich werkelijk inspanden in de maatschappij en oog hadden voor leed van anderen. En uit sprookjes komt het beeld naar voren van blonde krullen, de roze jurk en de parelketting.'

Menig edelman of edelvrouw steigert als hij of zij als 'bijzonder' bestempeld wordt. Voor hen voelt dat als de kras van een nagel over een stuk ijzer. Adel is niet bijzonder. Toch voeren zo'n tienduizend mensen een adellijke titel. En adel verplicht... Maar tot wat en waartoe? Baronessen, baronnen en jonkheren en ex-jonkheren worstelen en wikken over de juiste manier om met hun adeldom om te gaan in de veranderende tijd.

Saturday, 8 December 2007

Prinz Eduard von Anhalt über den Handel mit Titeln und über seine Heimat


Prinz Eduard von Anhalt spricht im Interview mit Frau Annett Glatz über das krude Geschäft des Titelhandels, seine Verbundenheit zu Anhalt, seiner Heimat, zu den Menschen dort und der Tradition der Familie von Anhalt und des Hauses Anhalt-Askanien.

Die Sendung Exakt zeigt dieses Interview am Dienstag, 11.12. um 20:15h im MDR.

Vertel dit toch aan niemand - Leven aan het hof


Zoals goede katholieke families vroeger ten minste één kind afstonden aan het klooster, zo stelden adellijke families een kind ter beschikking van het hof. De uit Zeist afkomstige Henriëtte van de Poll (1853 -1946) was zo'n adellijk kind. Als koningin Emma je als hofdame wilde, dan weigerde je niet. Bovendien beslisten je ouders daarover. En het regentengeslacht Van de Poll greep de kans om het afglijden op de maatschappelijke ladder te voorkomen.

Adel
Het was de mogelijkheid voor de familie, om weer hogerop te komen. Eerder hadden ze al wel een aanbod gehad, om in de adel verheven te worden, maar daar had de familie de geldstukken niet voor. Hoewel het schandalig was, hadden de ‘nieuwe zakenlieden’ meer te verteren dan burgemeesters.

Hork
Wanneer Henriëtte na uitgebreid afscheid nemen haar ouderlijk huis verlaat, voelt het alsof ze gaat trouwen. Maar ze zal geen man vinden, noch kinderen krijgen. Ze sluit een huwelijk met het koningshuis, met het hofleven. Als snel leert ze een belangrijke les aan het hof. Terwijl iedereen geacht wordt zich aan de regels te houden, doet de koning zelf, een hork van een man, dit niet.

Loyaliteit
Vierenvijftig jaar lang was Henriëtte van de Poll in dienst van koningin Emma. Haar loyaliteit en de wens om koningin Emma te dienen, gingen vóór alles, zelfs voor de liefde. Dit verhaal schetst het familiedrama dat aan haar hofdienst ten grondslag lag. Tegelijkertijd biedt het een kijkje achter de schermen van het paleis.

Observerend
De op het oog zo inschikkelijke Henriëtte schreef talloze brieven aan haar familie waarin ze, scherp observerend, verslag deed van haar leven in het paleis. Zij beschreef haarfijn de ingewikkelde omgangsvormen, de strijd om de koninklijke gunst en de psychologische oorlogsvoering tussen hoog en lager geplaatsten aan het hof. Henriëttes familie stierf uit. Niemand van hen maakte nog mee dat 'burgers' op een dag hun intrek in het paleis zouden nemen. Hermans en Hooghiemstra zochten de nazaten op van de negentiende eeuwse adellijke hofhouding die dat wel meemaakten.

Majesteit
Zij vertellen hoe hun 'huwelijk' met de Oranjes op een scheiding is uitgelopen. Met verbazing kijken zij naar de 'burgermeisjes' die nu prinses heten. Ondertussen blijkt Henriëttes beschrijving van het hofleven nog verrassend actueel. Gewezen hofdienaren geven aan dat het lezen van dit boek een echt déjà vu gevoel veroorzaakte. De koningin speelt nog steeds de rol van majesteit en haar hovelingen helpen die voorstelling nog altijd draaiende houden. De 'cast' aan het hof is veranderd, maar het spel is hetzelfde gebleven.

Vertel dit toch aan niemand. Leven aan het hof
Hermans en Hooghiemstra
ISBN 9789045800059
Uitgeverij Mouria

Friday, 7 December 2007

Zomers met Marieliesel


In de jaren twintig van de vorige eeuw ontving de familie van Hövell tot Westerflier -vader, moeder, vier zoons- het Hongaarse meisje Marieliesel in haar midden. Marieliesel was een van de duizenden kinderen die na de Eerste Wereldoorlog met de kindertrein naar Nederland kwamen om aan te sterken. Zij zuo jarenlang de zomermaanden bij de familie doorbrengen.

In het voorjaar van 2001 werd een postpakket uit Hongarije bezorgd bij Frans Joan baron van Hövell tot Westerflier en Wezeveld, een van de vier Nederlandse 'pleegbroers' van Marieliesel. Het pakket bevatte brieven, geschreven tussen 1922 en 1931 door Marieliesel en haar Nederlandse pleeggezin.

Aan de hand van de brieven schetsen de auteurs het leven van hun familie in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Het boek biedt een uniek inkijkje in het wel en wee van een adellijke familie op het platteland.

Zomers met Marieliesel is een kleine geschiedenis over vader Ernest en moeder Miesje, hun vier zonen en hun geliefde pleegdochter. Terwijl het onheil dat de wereld te wachten staat al in de lucht hangt, wordt het leven op villa Casa Cara, jachthuis Ossenbroek en kasteel 'Joppe gevierd als in een ouderwets kinderboek -todat ook daar het noodlot toeslaat.

Saturday, 1 December 2007

R.A.U. Juchter van Bergen Quast lid van de Associazione Insigniti Onorificenze Cavalleresche


Persbericht

Vereniging Buitenlandse Adel in Nederland.

De voorzitter van de Vereniging Buitenlandse Adel in Nederland, mr R.A.U. Juchter van Bergen Quast, is tot lid benoemd van de Associazione Insigniti Onorificenze Cavalleresche in Milaan.
Dit is de officiele vereniging van de International commission for orders of chivalry. Beide organisaties zetten zich in voor de registratie van legitieme ridderlijke Orden en het waarschuwen van het publiek voor valse ordetekens en valse adellijke titels.

De patroon van de International commission for orders of chivalry is kardinaal Pio Laghi, patroon-kardinaal van de Souvereine Militaire Hospitaal Orde van Sint Jan van Jeruzalem, van Rhodos en van Malta (SMHOM). Daarnaast fungeren onder meer Aartshertog Otto van Oostenrijk en Groothertogin Maria van Rusland als patroon. De heer Guy Stair Sainty, internationaal bekend auteur op het gebied van ridderlijke orden en adel, is een van de Fellows.