Showing posts with label Max baron van Hövell tot Westerflier. Show all posts
Showing posts with label Max baron van Hövell tot Westerflier. Show all posts

15 December, 2007

Andere Tijden - De Adel (5)


Adel verplicht. Dus sinds jaar en dag trekken mensen van adel met gehandicapten naar Lourdes om hun dienstbaarheid, die bij de adel hoort, te tonen. Max baron van Hövell tot Westerflier bezocht Lourdes al 23 keer. Dienstbaarheid was altijd al één van de adellijke kenmerken. Maar het was exact deze dienstbaarheid waar Piet van Beyma zich aan stoorde: 'Dienstbaar ben je niet omdat je titel dat van je vraagt; dat komt uit je hart,' zegt hij. Dat was precies waarom hij geen jonkheer meer wilde zijn.

De overgrootmoeder van Marijke barones van Sytzama - barones van der Borch tot Verwolde richtte vóór de oorlog een kledingdepot op. Zij verzamelde kleding voor gezinnen in haar omgeving die het minder ruim hadden. Iedereen kon kleding bij haar inleveren. Na de oorlog nam haar grootmoeder dat kledingdepot over. Wekelijks haalde Van Gend & Loos dozen met kleding bij haar op om naar het depot te brengen. In de jaren zestig nam haar moeder het depot over. Mensen van adel, maar zeker ook niet-adellijken, konden daar tweedehands kleding krijgen. 'Jonge studenten konden er terecht voor een avondkostuum, een rokkostuum een smoking, allemaal kleding die ze toch geacht werden te dragen in hun kringen, en meisjes die uit wilden konden mooie jurken uitzoeken. Maar ook hele gezinnen konden er terecht. Mijn moeder had een heel kaartsysteem en wist precies wie welke leeftijd had, dat hield ze jaren bij. Het gaf haar veel voldoening.'

Barones Marie Christine van Hövell tot Westerflier - barones Speyart van Woerden gaf een hele andere invulling aan dienstbaarheid. Zij stelde het landgoed waar zij met haar gezin woont, open voor educatieve doeleinden. Kinderen kunnen er ook nu terecht om van alles over de natuur te leren; van appelbomen snoeien tot houtbewerking. Zij geeft regelmatig rondleidingen over het landgoed. Iedere keer opnieuw merkt ze dat de kinderen verbaasd zijn als zij in een overall en laarzen de deur uit komt en niet in een witte baljurk op mooie muiltjes. 'Dat komt toch omdat ze een vooropgezet beeld hebben over adel en een barones, dat is iets wat ontstaan is uit geschiedenisboeken of misschien uit sprookjesboeken. Een beeld wat zich dan versuikert en dat wordt op iemand geplakt,' aldus de barones. Volgens haar is het allemaal 'part of the dream', de droom die bij adel hoort en waar het gewone volk hardnekkig in wil blijven geloven.

Tekst en research: Mirjam Gulmans
Regie en samenstelling: Godfried van Run


Geïnterviewden:
Jonkheer Paul van Nispen tot Sevenaer
Sissy van Nispen tot Sevenaer - von Jacobovits de Szeged
Marie Christine Barones van Hövell tot Westerflier - Barones Speyart van Woerden
Max Baron van Hövell tot Westerflier
Marijke Barones van Sytzama - Barones van der Borch tot Verwolde
Piet van Beyma

Andere Tijden - De Adel (3)


Max baron van Hövell tot Westerflier groeide in de jaren zestig op als baron in de buurt van Nijmegen: 'Het begon al op de lagere school, dan kwam de schooltandarts met een grote bus en hij riep dan de kinderen. Iedere keer werden alle namen van het lijstje voluit voorgelezen, inclusief titulatuur, en dan keken die kinderen heel gek, ik vond dat niet leuk.' Als hij op zijn fietsje naar school fietste, renden ze hem achterna en riepen: 'Daar gaat de baron!'

In de jaren zeventig ging hij studeren aan de Nijmeegse universiteit en daar was het helemaal 'not done' om baron te zijn. Een stropdas was al niet goed, laat staan een titel. En hij had allebei. Max: 'Er werd veel over politiek gesproken toen. Vooral over linkse politiek. Maar ook Che Guevarra of Mao, daar gingen hele discussies over, over wie nou het beste was. Maar ik vond de één nog slechter dan de ander...' Zijn medestudenten bekeken de baron met enige argwaan. 'Je moest zelf alles presteren in het leven en je niet laten voorstaan op je ouders, omdat je vader geld had of naam of wat dan ook. Dat was niet in. Dat was een soort socialisme van na de oorlog dat toen helemaal tot een climax kwam,' vertelt Max.

De sfeer in het Nijmeegse vond hij zeer benauwend, alsof ze overal op de loer lagen. Toch liet hij zich niet intimideren en koos ervoor om tegen de rode stroom in wèl voor zijn titel van baron uit te komen. Niet dat hij ermee te koop liep, dat zou niet des adels zijn, maar hij hield zijn adellijke afkomst zeker niet verborgen.

In diezelfde periode studeerde jonkheer Piet Van Beyma aan de Tropische Landbouwschool in Deventer. Hij was zeer begaan met het onrecht in de wereld en koos ervoor om eind jaren zestig te gaan werken bij de Stichting Nederlandse Vrijwilligers in Ethiopië en in Kameroen. Hij leefde als jonkheer tussen de vaak hongerende bevolking: 'Dan leer je wel wat menselijke wijsheden zijn.' Toen hij terugkeerde in Nederland had hij er moeite mee dat hij vaak met 'jonkheer' werd aangesproken of omgeroepen. Hij wilde zich niet laten voorstaan op zijn titel. Maar in het dorp waar hij woonde, vonden vooral anderen het erg interessant, zo'n jonkheer in de buurt. Sprookjesverhalen deden de ronde; hij zou vast veel geld hebben en ergens een kasteel bezitten....

In tegenstelling tot Max ging Piet de strijd aan om van zijn predikaat jonkheer áf te komen. Hij wilde uit de adelstand. De Hoge Raad van Adel, adviesorgaan van de Minister van Binnenlandse Zaken wat betreft verzoeken tot verlening van adeldom, wist niet wat zij met dit opmerkelijke verzoek aan moest. Dat personen de strijd aangingen om in de adel opgenomen te worden, was nog voorstelbaar, maar dat iemand op eigen verzoek uit de adel wilde, was hoogst bizar. De Hoge Raad weigerde aan het verzoek te voldoen. Een adellijke titel was een gunst van de vorst, zoiets kon niet zomaar ongedaan gemaakt worden! Van Beyma moest bij Minister van Binnenlandse Zaken Rietkerk komen die hem op andere gedachten probeerde te brengen. Hoe meer tegenwerking Van Beyma kreeg, hoe meer hij zich gesterkt voelde in zijn strijd. Uiteindelijk lukte het hem in 1984. Hij kreeg formeel de bevestiging dat hij geen jonkheer meer was. In het rode boekje was hij een zwarte vlek geworden.