Showing posts with label Nationale ombudsman. Show all posts
Showing posts with label Nationale ombudsman. Show all posts

01 April, 2009

Onderzoek naar bemoeienis rijksoverheid in privéleven de Roy van Zuydewijn



De Nationale ombudsman, Alex Brenninkmeijer, start een onderzoek naar mogelijke bemoeienis van de rijksoverheid met het privéleven van de Roy van Zuydewijn, waardoor hij nadeel zou hebben ondervonden. Aanleiding voor dit onderzoek is een klacht die de Roy van Zuydewijn hierover via zijn advocaat indiende bij de ombudsman.

De Roy van Zuydewijn noemt in zijn klacht twee voorbeelden van bemoeienis door de rijksoverheid in zijn privéleven. Ten tijde van zijn betrokkenheid bij het Bouwfonds, probeerde de directeur van het Kabinet der Koningin informatie bij het Bouwfonds los te krijgen over hem. Vervolgens deed de rijksrecherche een onderzoek naar de Roy van Zuydewijn bij dit fonds. Hierdoor zou het Bouwfonds zijn gestopt met het geven van opdrachten aan het bedrijf van de Roy van Zuydewijn. Ook werd hij door een reclamebureau gevraagd mee te werken aan een reclamespot voor een overheidscampagne tegen alcohol in het verkeer (de BOB-campagne). De Rijksvoorlichtingsdienst zou het reclamebureau hebben gezegd hier niet van gediend te zijn.

Het onderzoek van de ombudsman is erop gericht om vast te stellen of er inderdaad sprake is van inmenging in het privéleven van de Roy van Zuydewijn en in hoeverre dit negatieve invloed op zijn privéleven heeft gehad.

De Nationale ombudsman licht zijn onderzoek toe in een uitzending van Eén Vandaag op woensdag 1 april, 18:15, Nederland 1.

15 December, 2007

'Adel kijkt neer op Mabel en Laurentien'


(Novum) - De Nederlandse adel heeft een afkeer van de burgerlijke prinsessen en de hofhouding binnen het Koninklijk Huis. Dat zeggen de auteurs Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra van het boek 'Vertel dit toch aan niemand' over het leven aan het Nederlandse hof in De Telegraaf. De oude Nederlandse adel spreekt volgens de schrijfsters afkeurend over de komst van burgerlijke vrouwen als Laurentien en Mabel aan de top van de koninklijke familie.

Het steekt de adel dat de kleinkinderen van de koningin in de adelstand worden verheven, zelfs als de ouders geen lid zijn van het Koninklijk Huis, zoals in het geval van Friso en Mabel. De schrijfsters ontdekten dat de afkeer bij de adel diep zit. "Aan de oppervlakte houdt men zich in", zegt Hermans. "Maar als je doorvraagt, krijg je emotionele antwoorden als: zo'n Mabel en Laurentien die zich prinses noemen. Ik kijk gewoon op ze neer."

Ook zou een van de adellijke nazaten van de oude hofhouding blij zijn dat ze Laurentien en Mabel nooit een hand heeft hoeven geven. "Ik krijg dat 'prinses' maar moeilijk over mijn lippen."

Het boek komt zaterdag uit. Alle uitspraken in het boek zijn opgeschreven onder voorwaarde van anonimiteit. Het uit de school klappen wordt volgens de schrijfsters in adellijke kring niet als chic beschouwd.

Commentaar (1)

De Nederlandse adel heeft een afkeer van de burgerlijke prinsessen en de hofhouding binnen het Koninklijk Huis. Dat zeggen Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra, auteurs van het boek ‘Vertel dit toch aan niemand’ over het leven aan het Nederlandse hof zaterdag in De Telegraaf. De oude Nederlandse adel spreekt volgens de schrijfsters afkeurend over de komst van burgerlijke vrouwen als Laurentien en Mabel aan de top van de koninklijke familie. (Nieuws.nl)

We kunnen natuurlijk ook de adel afschaffen…

Jan Marijnissen
www.janmarijnissen.nl


Commentaar (2)

De adel uit de handen van de Nederlandse overheid halen (privatiseren) is een veel beter idee. De discriminatie van kinderen die de adellijke titel van hun moeder niet kunnen erven, maar wel de naam, kan daarmee ook worden vermeden. Alle adellijke titels worden gewoon een particuliere aangelegenheid. In de adelsboekjes kan men prima nalezen of de titel legitiem is. De Hoge Raad van Adel wordt daarmee ook overbodig en kan worden opgeheven. De gehele registratie in de Gemeentelijke Basisadministraitie kan ook worden ontdaan van de adellijke titulatuur. De problemen met de RDW (rijbewijzen) zijn ook niet meer aan de orde. Adelsprocessen behoren tot het verleden. Klachten over de Hoge Raad van Adel (die vaak gegrond worden verklaard door de Nationale Ombudsman) zijn niet meer nodig.

De hele operatie vraagt een mini-ingreep: afschaffing van de Wet op de adeldom.

Peter de Bruin, Rotterdam

30 May, 2006

Nationale Ombudsman: "Gedraging van secretaris Egbert Wolleswinkel van de Hoge Raad van Adel is niet behoorlijk" (2)


In het maandblad Quote van juni 2004 verscheen een artikel over verlening van adeldom in Nederland met als titel 'Noblesse Manquée'. Het artikel bavat onder meer de volgende passage:
Minder begrip kan (de secretaris van de Hoge Raad van Adel; N.o.) opbrengen voor het fanatisme van 'jonker' (naam verzoeker; N.o) en diens kornuiten van de Vereniging Buitenlandse Adel Nederland. 'Zij maken gebruik van argumenten en zogenaamde bewijzen die allerminst deugen. Deze mensen zie ik toch meer als..., hoe zeg je zoiets op een nette manier?' Querulanten? 'Dat zijn uw woorden.'

Verzoeker klaagde over de door de secretaris van de Hoge Raad van Adel geplaatste opmerkingen over hem en de zijnen tijdens een interview met het landelijk periodiek Quote.

De Nationale ombudsman overwoog dat in de verhouding tussen overheid en burgers beoordeling van individuele zaken door bestuursorganen in beginsel niet in de media behoort plaats te vinden. In het gelaakte interview uitte had de secretaris van de Hoge Raad van Adel op een vraag van de interviewer in de openbaarheid in algemene zin kritiek op de handelwijze van een groep burgers. Op zichzelf vond de Nationale ombudsman dit niet ontoelaatbaar. Het was dan ook niet onaanvaardbaar om een waardeoordeel te geven over gehanteerde argumentatie en bewijzen om te worden ingelijfd in de Nederlandse adel. Uit het artikel in Quote en het onderzoek was niet gebleken dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel tot de persoon van verzoeker herleidbare informatie uit individuele dossiers had verstrekt. Daarmee had de secretaris van de Hoge Raad van Adel niet gehandeld in strijd met het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Verzoeker had ook bezwaar tegen de kwalificatie 'querulanten'. De Nationale ombudsman overwoog dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel zich van een stijlfiguur had bediend waarmee men juist datgene onderstreept wat men voorgeeft te willen verzwijgen. Hierdoor, en door te verklaren dat de passage een juiste weergave van zijn woorden was en door de publicatie ervan te autoriseren, had de secretaris van de Hoge Raad van Adel naar het oordeel van de Nationale ombudsman onvoldoende afstand genomen van de kwalificatie 'querulanten'. Nu aan het begrip querulant een negatieve connotatie is verbonden die ook nog eens kan duiden op vooringenomenheid was het naar het oordeel van de Nationale ombudsman niet betamelijk dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel zich op deze wijze publiekelijk over verzoeker en de zijnen had uitgelaten. Daarmee had de secretaris van de Hoge Raad van Adel gehandeld in strijd met het vereiste van correcte bejegening.

Rapportnummer: 2006/0193

17 September, 2001

Nationale Ombudsman: "Gedraging van secretaris Otto Schutte van de Hoge Raad van Adel is niet behoorlijk" (1)


ALGEMEEN
1. Bij besluiten van 28 oktober 1996 en 14 maart 1997 wees de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek van verzoekers familie om inlijving in de Nederlandse adel af. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op 5 januari 2000 deed de arrondissementsrechtbank, sector Bestuursrecht, te 's-Gravenhage, uitspraak waarbij het beroep ongegrond werd verklaard.

II. Ten aanzien van het toezenden van de uitspraak door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
1. Verzoeker klaagt er in de eerste plaats over dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voornoemde uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage in niet-geanonimiseerde vorm heeft toegezonden aan een derde.

2. Hoewel rechterlijke uitspraken in beginsel openbaar zijn, betekent dit niet dat bij de eventuele verdere verspreiding van deze uitspraken geen rekening behoeft te worden gehouden met het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Ingevolge artikel 8:79, eerste lid, Awb ontvangen partijen van de griffier van de rechtbank een afschrift van de uitspraak. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder in het onderhavige geding, beschikte uit dien hoofde over de schriftelijke uitspraak. Ingevolge het tweede lid van dit artikel kunnen ook anderen dan partijen afschriften of uittreksels van de uitspraak verkrijgen (zie Achtergrond, onder 1). Uit de memorie van toelichting blijkt dat de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer meebrengt dat onder omstandigheden volstaan moeten worden met het verstrekken van een uittreksel. (zie Achtergrond, onder 2.)

3. Van een bestuursorgaan mag worden verwacht dat het zorgvuldig omgaat met persoonlijke gegevens van burgers. Dit beginsel brengt mee dat rechterlijke uitspraken ook door een bestuursorgaan alleen aan derden mogen worden verstrekt indien daarbij in voldoende mate rekening wordt gehouden met het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. In dit verband kan worden verwezen naar artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e van de Wet openbaarheid van bestuur waarin wordt bepaald dat het verstrekken van informatie achterwege dient te blijven voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (zie Achtergrond, onder 3). Persoonsgegevens die voor de begrijpelijkheid van de uitspraak niet relevant zijn, dienen in beginsel dan ook te worden verwijderd. In de onderhavige aangelegenheid werd de uitspraak aan een derde toegezonden in het kader van een door deze derde aangespannen bezwaarschriftenprocedure in een vergelijkbare zaak, waarbij deze derde erop werd gewezen dat de in de bezwaarschriftenprocedure aan de orde zijnde vraag of Duitsland een land is waar sprake is van een wettelijk erkende adel en een met Nederland vergelijkbaar adelsstatuut, ook speelde in de toegezonden uitspraak. In dit licht bezien waren de persoonsgegevens van eisers in het geding niet relevant en had het Ministerie de uitspraak uit een oogpunt van bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in geanonimiseerde vorm aan de derde moeten toezenden. Dat dit niet is gebeurd, is niet juist.

De onderzochte gedraging van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is niet behoorlijk.
III. Ten aanzien van het aanbieden c.q. onder de aandacht brengen van de uitspraak door de secretaris van de Hoge Raad van Adel

1. Verzoeker klaagt er in de tweede plaats over dat de secretaris van de Hoge Raad van Adel voornoemde uitspraak van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage heeft aangeboden aan de hoofdredacteur van de periodiek "De Nederlandsche Leeuw" van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde te 's-Gravenhage, en deze uitspraak onder de aandacht heeft gebracht van het Centraal Bureau voor Genealogie.

2. Eén van de taken van de Hoge Raad van Adel is het verstrekken van advies en voorlichting aan rechtspersonen en particulieren op genealogisch en heraldisch gebied (zie Achtergrond, onder 4). Het toezenden c.q. onder de aandacht brengen van rechterlijke uitspraken als de onderhavige, kan worden gezien als een uitvloeisel van deze taak. Ook hier geldt echter dat rekening dient te worden gehouden met het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen en dat om die reden persoonsgegevens die voor de begrijpelijkheid van de uitspraak niet relevant zijn, moeten worden verwijderd. Nu de uitspraak is verstrekt in het kader van de adviserende en voorlichtende taak van de Hoge Raad van Adel, dat wil zeggen met het doel om geïnteresseerden in kennis te stellen van het standpunt van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in zaken als de onderhavige en het oordeel van de rechter dienaangaande, hadden de persoonsgegevens van eisers moeten worden verwijderd c.q. had vermelding hiervan achterwege moeten blijven. Voor de begrijpelijkheid van de uitspraak waren deze gegevens immers niet relevant. Dat dit niet is gebeurd is niet juist.
Ook de onderzochte gedraging van de secretaris van de Hoge raad van Adel is niet behoorlijk.

CONCLUSIE
De klacht over de onderzochte gedraging van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is gegrond.
De klacht over de onderzochte gedraging van de secretaris van de Hoge Raad van Adel, die wordt aangemerkt als een gedraging van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is eveneens gegrond.

RAPPORT 2001/287