20 November, 2008

Koning Albert ontvangt nieuwe edellieden


Koning Albert II heeft vandaag zeventien nieuwe edellieden ontvangen op het kasteel van Laken, onder wie de gouverneur van de Nationale Bank van België, Guy Quaden. De koning reikte ook eretekens uit aan zes andere Belgen, onder meer aan schrijfster Amélie Nothomb. Koningin Paola, die nog altijd wat grieperig is, was niet aanwezig op de ceremonie.

Drie baronessen
De zeventien nieuwe edellieden kregen de adellijke gunst in 2007 en hebben de procedure van het Lichten van de Open Brieven intussen goed afgerond. Drie dames kregen daarbij de titel van barones. Het gaat om Elisabeth Coppée (weduwe van Philippe le Hodey, gewezen verantwoordelijke van de Gidsenbeweging, gewezen ondervoorzitster van de vereniging van christendemocratische vrouwen, gewezen bestuurster van vennootschappen en van de RTBF), Marie-Christiane de Corswarem (stichtster en eerste voorzitter van "Make a Wish" België) en aan Françoise Meunier (kankerspecialiste, algemeen directrice van European Organisation for Research and Treatment of Cancer en laureate van de Prijs Vrouwen van Europa 2005).

Veertien baronnen
Ons land is ook veertien baronnen rijker. Aan Nederlandstalige zijde werd de titel van baron uitgereikt aan Bert De Graeve (CEO van Bekaert, gewezen gedelegeerd bestuurder van de VRT), Patrick De Maeseneire (CEO van Barry Callebaut), Noël Devisch (gewezen voorzitter van de Belgische Boerenbond), Rik Jaeken (nationaal voorzitter van UNIZO, vice-voorzitter van de ngo TRIAS), Julien Klener (ere-hoogleraar van de Universiteit Gent, voorzitter van het Centraal Israëlisch Consistorie van België), Dilip Mehta (CEO van N.V. Rosy Bleu, bestuurder van de Hoge Raad voor Diamant in Antwerpen, van het Gemological Institute of America en van de "Council for Responsible Jewellery Practices), Niceas Schamp (doctor in de wetenschappen, emeritus gewoon hoogleraar van de Universiteit Gent, vast secretaris van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten), Ajit Shetty (voorzitter en gedelegeerd bestuurder van Janssen Pharmaceutica, vice-voorzitter Wereldwijde Operaties van Johnson & Johnson), en Michel Van Vyve (neurochirurg, diensthoofd Neurochirurgie van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis te Aalst).

Aan Waalse kant gaat het om Jacques Brotchi (senator, neurochirurg, gewoon hoogleraar aan de Université Libre de Bruxelles, diensthoofd Neurochirurgie van het Erasmusziekenhuis in Brussel en voorzitter van de World Federation of Neurological Societies), jonkheer Michel Franchimont (oud-stafhouder van de Orde van advocaten van de balie van Luik, ere-buitengewoon hoogleraar van de Universiteit van Luik, gewezen voorzitter van de Commissie-Franchimont ter herziening van het Wetboek van Strafvordering), Eric Dekeuleneer (gedelegeerd bestuurder van het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet, voorzitter van het Koninklijk Belgisch Filmarchief, vice-voorzitter WWF Belgium), Roland Gillion (mecenas en voorzitter van Jeune Peinture Belge), Norbert Matin (gewezen gedelegeerd bestuurder van BASF Belgium, voorzitter van het Instituut voor Cellulaire Pathologie Christian de Duve) en Guy Quaden (gouverneur van de Nationale Bank van België, voorzitter van de Koning Boudewijn Stichting).

Zes burgerlijke eretekens,
Daarnaast kregen ook zes mensen een burgerlijk ereteken. De titel van commandeur in de Kroonorde ging naar schrijfster Amélie Nothomb, Ingrid Luyten (voorzitster van Special Olympics Belgium), Charles Berger (secretaris van het OCMW-Charleroi) en Roland Van Dierdonck (hoogleraar en decaan van de Vlerick Leuven Gent Management School).

François Rigaux (emeritus gewoon hoogleraar van de Université catholique de Louvain, lid van de raad van bestuur van het Belgisch Genootschap voor Internationaal recht en van het Interuniversitair Centrum voor Rechtsvergelijking, lid van de Académie internationale de droit comparé en corresponderend lid van de Académie royale de Belgique) werd benoemd tot grootofficier in de Leopoldsorde.

Ten slotte schonk de koning het ereteken van commandeur in de Leopoldsorde aan Ferdinand Beuls, eregedeputeerde van de provincie Limburg, erevoorzitter van VKW-Limburg en gewezen nationaal ondervoorzitter van de christelijke werkgeversorganisatie VKW, medegrondlegger van het hoger en universitair onderwijs in de provincie Limburg.

(belga/eb)
18/11/08 18u30

16 November, 2008

Prince Charles wants to speak out as king: biographer


Prince Charles, who has just turned 60, wants to break with tradition and keep speaking out on key issues when he becomes king, biographer Jonathan Dimbleby said in The Sunday Times.

Charles, the heir to the throne, is outspoken on several matters such as climate change and architecture. However, sovereigns traditionally keep their opinions out of the public domain.

"There are now discreet moves afoot to redefine the future role of the sovereign so that it would allow King Charles III to speak out on matters of national or international importance in ways that at the moment would be unthinkable," said broadcaster Dimbleby, a close friend of the prince who wrote an authorised biography of Charles.

Since inheriting the throne in 1952, Charles's mother Queen Elizabeth II has adhered to the tradition that the monarch's views are only heard by prime ministers and the privy council.

"To breach this convention, however cautiously, would represent a seismic shift in the role of the sovereign," Dimbleby wrote.

"It has the potential to be politically and constitutionally explosive."

Charles would not speak out to the degree he does now, Dimbleby said.

"But those who believe Britain needs an 'active' sovereign in the 21st century claim that it would be a waste of his experience and accumulated wisdom for it to be straightjacketed within the confines of an annual Christmas message or his weekly audience with the prime minister," he wrote.

Charles has told confidantes that he would like the role of monarch to evolve so that his experience and knowledge are not wasted once he inherits the throne, Dimbleby said.

Supporters of the idea think it would be "missing a trick for him to be required to take a vow of monarchical silence."

"This is not an issue that the prince likes to discuss in such terms even with his most trusted intimates," Dimbleby said.

However, "he has latterly intimated to one or two of his confidants that he would like his present role to evolve so that once he inherits the crown, his knowledge and experience, his contacts and his unique ability to 'convene' others in the national interest could be put to good use rather than go to waste."

Charles would speak "for the nation and to the nation" in the same vein as the presidents of Germany and Ireland.

"Although these heads of state are required to be politically non-partisan, they are otherwise free to speak their mind in public," Dimbleby said.

The veteran broadcaster also said that talks were underway between Downing Street and Buckingham Palace about ending the ban on Catholic monarchs, which has prompted fears in royal circles about the disestablishment of the Church of England.

The 1701 Act of Settlement bars monarchs or their heirs from becoming or marrying Catholics.

However, reforming the act could be problematic as tinkering with the succession laws affects 15 other countries where the British monarch is head of state, including Canada, Australia, New Zealand and Jamaica.

Charles continued his 60th birthday celebrations Saturday with a star-studded dinner at his country retreat, where he was serenaded by rocker Rod Stewart.

The heir to the throne was entertained at his Highgrove estate in Gloucestershire, southwest England, at a bash thrown by his second wife Camilla, Duchess of Cornwall.

Among those attending were "Mr Bean" comedian Rowan Atkinson, while other acting luminaries included Oscar-winner Judi Dench and Joanna Lumley.

Saturday was yet another night of celebrations for the prince, following a comedy show on Wednesday and a black-tie gala dinner thrown by Queen Elizabeth II on Thursday attended by more than 400 friends including European royalty.

He spent his actual birthday on Friday in London meeting young people at projects led by the Prince's Trust and attending the Royal Opera House. The day was also marked by traditional gun salutes.

11 November, 2008

Karel de Stoute - Pracht en praal in Bourgondië


Karel de Stoute (1433–1477), de hertog die koning wilde worden, een ambitieus man op een keerpunt in de Europese geschiedenis.

In zijn stoutste dromen zag hij zijn Bourgondische rijk van Brugge tot Dijon reiken. Hij holde van de ene oorlog naar de andere maar ging al vroeg aan zijn ambitie ten onder, op het slagveld van Nancy. In zijn korte leven was hij een van de rijkste vorsten van Europa geworden, symbool van de pracht en praal van Bourgondië, exponent van een verfijnde cultuur.

Deze tentoonstelling plaatst deze belangrijke figuur in de schijnwerpers. Het Brugse Groeningemuseum laat de pracht en praal weer schitteren aan de hand van de eigen Vlaamse Primitieven en uitzonderlijke bruiklenen uit de belangrijkste museumcollecties ter wereld, onder meer schilderijen, harnassen, wandtapijten, manuscripten en schitterende objecten van edelsmeedkunst. Het is voor het eerst in meer dan 500 jaar dat de befaamde Burgunder Beute (Bourgondische buit) Zwitserland mag verlaten, de duizelingwekkende kunstschat die Karel de Stoute kort voor zijn dood aan de Zwitsers verloor.

Het Groeningemuseum is het perfecte decor voor deze prestigieuze tentoonstelling. Niet alleen is het de thuishaven van de Vlaamse Primitieven, net om de hoek, in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, bevinden zich ook de praalgraven van Karel de Stoute en zijn dochter Maria van Bourgondië.

De tentoonstelling staat onder de Hoge Bescherming van Hunne Majesteiten Koning Albert II en Koningin Paola van België, Zijne Excellentie de President van Zwitserland en Zijne Keizerlijke en Koninklijke Hoogheid Aartshertog Karl van Oostenrijk.

27 maart - 21 juli 2009 in het Groeningemuseum, Dijver 12, 8000 Brugge

09 November, 2008

Sons and daughters of elected political figures


Unlike kings and other hereditary monarchs, elected heads of state or of government do not automatically transmit their office to one of their children. Here are the very different careers realized by the bast known sons and daughters of western post-1950s heads of states or of government:

France: Amiral Philippe de Gaulle, former senator, son of 18th French Republic President General Charles de Gaulle and father of politicians Charles de Gaulle (Front National) and Jean de Gaulle, former député (UMP);

Henri Giscard d'Estaing, Chairman of the Board of Club Méditerranée (in short: ClubMed), son of 20th French Republic President Valéry Giscard d'Estaing;

Prof. Dr Alain Pompidou, French scientist and politician, 4th President of the European Patent Office 2004-2007, hon. MEP, son of 19th French Republic President Georges Pompidou.

Germany: Prof. Peter Brandt, a left-wing nationalist historian, one of the three sons of 30th Chancellor Willy Brandt;

Susanne Schmidt, London-based Bloomberg Television reporter, daughter of 31st Chancellor Helmut Schmidt.

Russia: Sergei Nikitich Khrushchev, Senior Fellow at the Watson Institute for International Studies at Brown University in Providence, Rhode Island, a key witness of the Soviet side of the Cold War; son of Soviet Premier Nikita Sergeyevich Khrushchev;

Lana Peters is the American name of Svetlana Alliluyeva, the daughter of Soviet Premier Stalin; she wrote two interesting bibliographies that describe her life in the Kremlin during her father's rule;

Spain: Don Adolfo Suàrez e Illana, politician, son of 73rd Prime Minister Don Adolfo Suarez y Gonzalez, Duque de Suarez, Grande de España;

United Kingdom: Ann Ashmond, née Sarah Spencer-Churchill, Baroness Audley by her 3rd marriage, actress starring opposite Fred Astaire in Royal Wedding in 1951, 2nd daughter of Prime Minister Sir Winston Churchill;

The late Nicholas Eden, 2nd Earl of Avon, a minister in the Thatcher government (1983-1985), son of 1955-1957 Prime Minister Anthony Eden, 1st Earl of Avon;

David Douglas-Home, 15th Earl of Home, Chairman of private bank Coutts & Co and of the Grosvenor Group, son of 1963-1964 Prime Minister Sir Alec Douglas-Home and father of Lady Mary Elizabeth Douglas-Home, lead singer of electro-rock band Headland;

Hon. Margaret Callaghan, Baroness Jay of Paddington, KG, PC, Leader of the House of Lords 1998-2001, divorced wife of Peter Jay, former British Ambassador to the US, and later a companion of Carlm Bernstein, the Watergate journalist, of Cambridge economist Prof. Robert Neild and wife of National AIDS Trust Chair Prof. Michael Adler; Baroness Jay is the daughter of 1976-1979 Prime Minister James Callaghan, Baron Callaghan of Cardiff;

Hon. Mary Spencer-Churchill, Baroness Soames, widow of Baron (Christopher) Soames, Vice President of the European Commission 1973-1976, Ambassador in Paris 1968-1972, government minister 1958-1964; youngest child and daughter of Prime Minister Sir Winston Churchill; mother of Hon. Nicholas Soames, MP, of Hon. Emma Soames, journalist, editor of Saga magazine, editor of Tatler 1988-1990, and of Hon. Charlotte Soames, wife of the 3rd Earl Peel, Lord Chamberlain of the Royal Household;

Alexander Macmillan, 2nd Earl of Stockton, Chairman of Macmillan Publishers Ltd. (founded in 1843 by his great-grandfather), son of 1957-1963 Prime Minister Harold Macmillan, 1st Earl of Stockton;

Hon. Robin Wilson, professor of mathematics at two reputable British universities, author of several books including two popular books on Sudoku, the eldest son of Prime Minister Harold Wilson, Baron Wilson of Rievaulx.

USA: Jeb Bush, 43rd Governor of Florida 1999-2007, son of 41st President George H.W. Bush and younger brother of 43rd President George W. Bush;

Patti Davis, former actress (in The Love Boat, CHiPs and Fantasy Island) and book writer, the liberal daughter of 40th President Ronald Reagan by his 2nd wife Nancy Davis;

John S. D. Eisenhower, Ambassador in Brussels during the Nixon administration, son of 34th President General Dwight Eisenhower;

Susan E. Eisenhower, consultant, author, and expert on international security and US-Russian relationship, divorced wife of Roald Z. Sagdeev, former director of the Russian Space Research Institute and science advisor of President Mikhail Gorbachev; daughter of John S. D. Eisenhower, Ambassador in Brussels (son of 34th President General Dwight Eisenhower);

Steven M. Ford, actor (The Young and the Restless 1981, Armageddon, When Harry Meet Sally, etc), 2nd son of 38th President Gerald R. Ford by his wife Betty;

Susan Elizabeth Ford Bales, an author, photojournalist, and Chairman of the Board of the Betty Ford Center for alcohol and drug abuse, daughter of 38th President Gerald R. Ford by his wife Betty;

Lynda Bird Johnson Robb, Chairman of the Board of Reading is Fundamental, the nation's largest children's literacy organization, daughter of 36th President Lyndon B. Johnson and also First Lady of Virginia as wife of Senator Charles Robb, Governor of Virginia;

Caroline Kennedy, founder of the Profile of Courage Award in 1990, President of the Kennedy Library Foundation, daughter of 35th President John F. Kennedy;

Julie Nixon Eisenhower, 2nd daughter of 37th President Richard M. Nixon, married Dwight David II Eisenhower, son of John S. D. Eisenhower, Ambassador in Brussels (son of 34th President General Dwight Eisenhower);

Maureen E. Reagan Revell (?), political activist, radio talk show host, commentator and health care advocate, daughter of 40th President Ronald Reagan by his 1st wife actress Jane Wyman;

Ronald P. Reagan, a political commentator for the cable television network MSNBC and on Air America Radio (The Ron Reagan Show), son of 40th President Ronald Reagan by his 2nd wife Nancy Davis;

Michael E. Reagan, radio host (The Michael Reagan Talk Show) on Radio America, adopted son of 40th President Ronald Reagan;

Sarah Reynolds (née Chuldenko) is the stepdaughter of Jack Carter, the son and oldest child of 39th President Jimmy Carter; she is a painter who has worked for kitsch artist Jeff Koons who is known in Europe for his current Versailles Jeff Koons exhibition in King Louis XIV's palace, for the sale in November 2007 of his sculpture Hanging Heart at Sotheby's for 23.6 million$ becoming, at the time, the most expensive piece by a living artist ever auctioned, and also for her 1991-1998 marriage to Italian porn star Cicciolina (née Ilona Staller in Hungary), also a former Italian MP.

Source: Almanach de Gotha

31 October, 2008

Luise-Königin aus Liebe


Über dieses Buch:
Ein höchst unterhaltsamer historischer Roman über die deutsche »Königin der Herzen«! Berlin, 1793. Es ist eine prachtvolle Zeremonie, als die blutjunge Prinzessin Luise den Kronprinzen Friedrich Wilhelm heiratet. Und ganz Preußen feiert das große Ereignis, denn es handelt sich um eine Liebesheirat. Rasch erobert die lebenslustige und unkonventionelle Frau nicht nur die Herzen ihrer Untertanen, sondern nimmt auch entscheidenden Einfluss auf die bewegte Zeitgeschichte. Der junge russische Zar Alexander I. himmelt sie an. Und Napoleon zwingt sie zur Flucht aus Preußen.

Biographie:
Bettina Hennig, 1963 in Bad Homburg geboren, ist seit 1992 als Redakteurin bei verschiedenen Boulevardzeitungen und Illustrierten (u.a. Bild, Hamburger Morgenpost, Stern, Gala, Das Neue Blatt) tätig. Bekannt sind ihre Interviews mit internationalen Stars wie Madonna. Sie lebt mit dem Autoren und Künstler Andreas Steffens in Hamburg. »Luise - Königin aus Liebe« ist ihr erster Roman, angeregt durch die Aufzeichnungen ihrer Großmutter Helene, in denen eine Begegnung zwischen dem Ur-Ur-Ur-Ur-Ur-Ur-Ur-Großvater der Autorin, Ludwig von Sadowski, und der Königin Luise geschildert wird.

1 gebund. Buch
Bestellnummer: 093852
Club Premiere, Gebunden mit Schutzumschlag, 608 Seiten
www.derclub.de

18 October, 2008

Saint Peter Codex


A magnificent heraldic, illuminated and calligraphic manuscript book of the coats of arms of the Supreme Pontiffs from Innocent III to His Holiness Pope Benedict XVI.

In 2007 renowned heraldic artist, Andrew Jamieson had an idea to produce a book. A magnificent, monumental vellum codex, showing the coats of arms of all the Popes from Innocent III to His Holiness Pope Benedict XVI, Gloriosamente Regnante. The book (The Saint Peter Codex) will be in three sections. The first will contain title, and dedication pages, prayers and a chapter on the traditions of heraldry in the Catholic Church. The second will contain paintings of the arms of the Popes one per page each one set within a unique and beautifully decorated border and finally a Roll of Honour listing the names of all the Principal Donors who made the work possible. It will be one of the largest heraldic books produced since the Middle Ages. It will use approximately 60 calf skins, and nearly one hundred grams of 23c gold paint.

Andrew who is herald painter to the British Association of the Sovereign, Military and Hospitaller Order of St. John of Jerusalem, of Rhodes and of Malta approached Officers of the Order to ask if they might become Principal Patrons of the work. In April 2008, HMEH The Prince and Grand Master of the Order of Malta, Fra Matthew Festing agreed to be a Principal Patron along with His Grace the Archbishop of Glasgow, the Most Reverend, Mario Conti.

The work will be paid for by Principal Donors. Each Donor will have their names inscribed in a Roll of Honour in the final section of the book, that their names may bear witness, through centuries to come, of their generosity and patronage of this important and historic work of art and as a testament to their enduring support and the importance of the continual Grace and Majesty of the Office of the Holy Father in Rome.

Source: santpetercodex.com

06 October, 2008

College Bescherming Persoonsgegevens neemt melding aanleg 'zwarte lijst' op in register


Het College Berscherming Persoonsgegevens heeft de 'zwarte lijst' van de Vereniging Buitenlandse Adel in Nederland opgenomen in het Wbp-meldingenregister onder nummer 1371379. Dit register bevat de meldingen met betrekking tot de verwerkingen van persoonsgegevens die bij het College bescherming persoonsgegevens zijn aangemeld.

Op de zwarte lijst komen de namen (onder verwijzing van de bron) van personen die publicaties verspreiden, waarin de adel in diskrediet wordt gebracht. Te denken valt hierbij aan verkopers van 'adellijke' titels en wapens.

Ook personen die adellijke families beledigen worden op de lijst opgenomen. Een bekend voorbeeld is de onterechte beschuldigingen aan het adres van de Earl of Bradford.

25 September, 2008

De nieuwe Elsevier speciale editie Adel is verschenen


De adel heeft de suggestie van chic, van pracht en praal, deftigheid, van dubbele namen, van één stap verwijderd van de koninklijke familie, maar ook van buitenleven, jagen, paarden, kastelen en een park als tuin.

Wat de leden van de hoogste stand ook interessant maakt, is dat ze een 'wandelende geschiedenis' vormen. In streken waar de adel zijn landerijen had en heeft, in Gelderland bijvoorbeeld of in Overijssel, kennen de inwoners vaak de kleine en grote verhalen over de familie en het landgoed.

De speciale editie schetst een beeld van de hedendaagse adel met alle organisaties, orden, verenigingen en taalgebruik. Deze luxe uitgave biedt ook prachtige foto's van de privé-landgoederen, de eigenaars en hun personeel. Ze bevat tevens een overzicht van alle 327 adellijke geslachten. Er is ook aandacht voor hoe de adel voor de oorlog leefde.

Bestellen
U kunt de speciale editie Adel bestellen voor € 8,95 (incl. verzendkosten). De editie wordt na verschijning, met een acceptgiro, toegestuurd. De Elsevier speciale edities zijn geen onderdeel van een abonnement.

15 September, 2008

Burke’s Great War Peerage


Noble British and Irish Families on the Eve of the First World War

Pre-publication price:: £99 P&P: £10 (UK) and £25 (ROW) This is a 49% discount on the published price.

Burke’s Peerage, 76th Edition, 2008 Reprint of 1914 Edition with family records on CD

Burke’s Great War Peerage is a reprint of the Seventy Sixth Edition of Burke’s Peerage and Baronetage that was first published in 1914. This edition gives fascinating historical insights into the world of noble British and Irish families on the eve of the Great War. For genealogists the Great War Peerage is also one of the more important Burke’s editions when undertaking research into the genealogies of noble British and Irish families. Along with the latest (107th) Peerage and the 1939 (97th) Peerage the 76th Edition delivers broad coverage of all the relevant families.

The printed section of Burke’s Great War Peerage covers Royal Family records, Archbishops and Bishops, the Knightage, Companionage, Privy Council, Precedence and Orders of Knighthood. Peerage and Baronetage family records are supplied in fully searchable electronic form on CD.

Great War Peerage includes a searchable PDF (on CD-ROM) featuring the full contents of the book itself plus comprehensive family records drawn from the 76th Edition. It also includes full digital copies of Burke’s 107th Peerage (2003), Burke’s Family Index (1976) which includes a listing of all families that appeared in Burke’s publications between 1826 and 1976 and Burke’s Dormant and Extinct Peerages (1883).

Burke’s Great War Peerage is available at the pre-publication price of £99 plus postage and packing for orders placed before the end of September, 2008.

The published price of Burke’s Great War Peerage will be £195 plus postage and packing – order before September 30th, 2008 and save 49%.

Edition: 76th (reprint of 1914 Edition with family records on CD)
ISBN: 978-0-85011-060-9
No of Pages: 939
Year of Publication: 2008

18 August, 2008

"Als de bel gaat...! Leven in de schaduw van de kroon."


Een documentaire film, gemaakt door Greetje en Rob Lousberg, over het leven van Sophie Booy barones van Randwijck. Zij was de laatste 2e secretaresse van Prinses Wilhelmina. Over haar leven heeft zij nooit veel gesproken. In de documentaire treedt Sophie Booy uit de schaduw van haar zwijgen.

Lang werken voor het koningshuis vergt loyaliteit en zwijgzaamheid. Dat is niet altijd makkelijk en zeker niet voor een jonge vrouw die daar alleen in staat. Het heeft dan ook een stempel op haar verdere leven gedrukt.

Tijdens haar werk ontmoette Sophie Thijs Booy. Deze stond bekend als 'de gereformeerde rebel'. Hij hielp Prinses Wilhelmina bij het schrijven van haar boek 'Eenzaam maar niet alleen'.

Toen Sophie en Thijs trouwden, waren daar drie generaties koningshuis bij aanwezig: Prinses Wilhelmina, Koningin Juliana em de prinsessen Irene en Beatrix. De laatste was zelfs bruidsmeisje.

Dat was zo bijzonder dat het Polygoon Journaal er opnames van maakte. Deze beelden en vele klassiek 8 mm filmbeelden zijn opgenomen in de documentaire.

De besloten première vond plaats in Paleis Het Loo en de openbare in het Coda-Apeldoorn.

De film op dvd is te koop in de winkels van Paleis Het Loo, bij Nawijn en Polak te Apeldoorn, bij Bruna Epe en Apeldoorn en via www.fidocus.nl of st.fidocus@gmail.com of tel. 0578-621 900.

13 August, 2008

Uitspraak Raad van State WOB-verzoek familie Von Devivere

zaaknummer 200800078/1
datum van uitspraak woensdag 13 augustus 2008
tegen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
proceduresoort Hoger beroep Print deze uitspraak
rechtsgebied Kamer 3 - Hoger Beroep - Wet openbaarheid van bestuur

200800078/1.
Datum uitspraak: 13 augustus 2008

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/3352 van de rechtbank Alkmaar van 6 november 2007 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 mei 2006 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister) het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie met betrekking tot het besluit tot inlijving van de [familie] in de Nederlandse adel, gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 3 oktober 2006 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 november 2007, verzonden op 15 november 2007, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 december 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2008.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief, bij de Afdeling ingekomen op 1 april 2008, heeft [appellant] de toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) verleend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 juli 2008, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. F.W. Bleichrodt, advocaat te Den Haag, is verschenen. Tevens is aan de zijde van de minister verschenen drs. M.C.J.M. Hermes, ambtenaar in dienst van het ministerie.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob), voor zover thans van belang, kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Ingevolge artikel 11, eerste lid, wordt, in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.

Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering over persoonlijke beleidsopvattingen informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm.

2.2. In het in bezwaar gehandhaafde besluit van 18 mei 2006 stelt de minister zich op het standpunt dat de artikelen 10 en 11 van de Wob in de weg staan aan openbaarmaking van een deel van de door [appellant] opgevraagde documenten die ten grondslag liggen aan het Koninklijk Besluit van 17 juli 1999, waarbij de [familie] in de Nederlandse adel is ingelijfd (hierna: het inlijvingsbesluit). Ten aanzien van zijn weigering tot openbaarmaking van het inlijvingsverzoek met bijlagen van de [familie], stelt de minister dat deze documenten persoonlijke gegevens bevatten en dat het belang, vermeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob moet prevaleren boven het belang gediend met openbaarmaking. De adviezen van de betrokken bestuursorganen en de ambtelijke nota's met betrekking tot het verzoek om inlijving en de ondertekening van het inlijvingsbesluit, zijn volgens de minister documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad waarin persoonlijke beleidsopvattingen zijn neergelegd. Openbaarmaking van deze documenten heeft de minister geweigerd met een beroep op artikel 11, eerste lid, van de Wob.

2.3. De rechtbank heeft vastgesteld dat de rechtbank 's-Hertogenbosch bij uitspraak van 15 januari 2003 reeds heeft geoordeeld over een verzoek om openbaarmaking van de stukken die ten grondslag liggen aan het inlijvingsbesluit. De rechtbank heeft het verzoek van [appellant] om die reden aangemerkt als een herhaald verzoek en het door hem ingestelde beroep tegen de in bezwaar gehandhaafde gedeeltelijke afwijzing hiervan daarom ongegrond verklaard, reeds omdat door [appellant] geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd.

2.3.1. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, dient bij beantwoording van de vraag of sprake is van een herhaald verzoek, mede in aanmerking te worden genomen of beide verzoeken van dezelfde verzoeker of verzoekers zijn uitgegaan. Nu niet is komen vast te staan dat die situatie zich hier voordoet, heeft de rechtbank zich ten onrechte onthouden van het geven van een inhoudelijk oordeel over de weigering van de minister het verzoek om openbaarmaking volledig in te willigen. Het betoog van [appellant] slaagt in zoverre.

2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep van [appellant] beoordelen.

2.5. [appellant] betoogt dat de minister zijn bezwaar tegen diens weigering een toelichting te geven op het gevoerde inlijvingsbeleid, ten onrechte ongegrond heeft verklaard.

2.5.1. Dit betoog faalt. Blijkens zijn verzoek om openbaarmaking heeft [appellant] de minister verzocht om "alle mogelijke informatie die u mij per post kunt doen toekomen, met betrekking tot de inlijving in de Nederlandse adel van de [familie]". De minister heeft dit verzoek van [appellant], gelet op de formulering hiervan, niet hoeven opvatten als gericht op het verkrijgen van een toelichting op het gevoerde inlijvingsbeleid. In het besluit op bezwaar heeft de minister zich derhalve op het standpunt mogen stellen dat de helderheid van het inlijvingsbeleid in deze procedure niet aan de orde is.

2.6. Voorts heeft de rechtbank, anders dan [appellant] betoogt, zijn verzoek om het verstrekken van een motivering van het inlijvingsbesluit kunnen opvatten als gericht op openbaarmaking van de achterliggende stukken bij dit besluit. Het betoog van [appellant] dat hij heeft bedoeld ingevolge artikel 3:48 van de Awb om een motivering van het inlijvingsbesluit te verzoeken, leidt niet tot een ander oordeel. Het tweede lid van die bepaling ziet op het geval dat vermelding van de motivering van een besluit achterwege is gebleven omdat werd aangenomen dat daaraan geen behoefte bestond. Het alsnog desverzocht verstrekken van die motivering is niet het nemen van een besluit dat vervolgens afzonderlijk, los van het besluit waarop die motivering ziet, vatbaar is voor bezwaar en beroep. Ook dit betoog faalt.

2.7. [appellant] betoogt verder dat met betrekking tot het inlijvingsbesluit onder de minister meer documenten berusten dan de openbaar gemaakte documenten en de documenten waarvan openbaarmaking is geweigerd.

2.7.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 22 augustus 2007 in zaak nr. 200701417/1) is het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek van het bestuursorgaan, een bepaald document toch bij dat bestuursorgaan berust. Geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de mededeling van de minister dat onder hem geen andere dan de openbaar gemaakte en geheimgehouden documenten berusten. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd biedt geen grond voor het oordeel dat aannemelijk is gemaakt dat dit standpunt van de minister niettemin onjuist is. Het betoog faalt.

2.8. [appellant] kan evenmin worden gevolgd in zijn betoog dat de minister documenten waarop het verzoek om openbaarmaking ziet en die niet onder hem berusten, van elders dient te vergaren. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 6 mei 2004 in zaak nr. 200305693/1), voorziet de Wob niet in een dergelijke vergaringsplicht.

2.9. [appellant] betoogt ten slotte dat de minister meer informatie openbaar dient te maken dan hij thans heeft gedaan. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 20 april 2005 (zaak nr. 200405981/1) stelt hij zich op het standpunt dat in ieder geval het verzoek van de [familie] om in de Nederlandse adel te worden ingelijfd, openbaar gemaakt dient te worden. Hij verwijst in dit verband naar het door hem overgelegde, door de minister in antwoord op een eerder verzoek om openbaarmaking grotendeels openbaar gemaakte, inlijvingsverzoek van een andere familie. Daarnaast voert hij aan, samengevat weergegeven, dat de informatie die in het kader van een verzoek om inlijving moet worden overgelegd, in overwegende mate feitelijk van aard is. Openbaarmaking van deze informatie kan volgens [appellant] derhalve niet met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob worden geweigerd. Voor zover de minister beschikt over documenten ten behoeve van intern beraad waarin persoonlijke beleidsopvattingen zijn neergelegd, kunnen deze met toepassing van artikel 11, tweede lid, van de Wob openbaar worden gemaakt, aldus [appellant].

2.9.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 28 april 2004 in zaak nr. 200304412/1), kan er, gelet op de aard van het belang als beschermd door de in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e van de Wob geformuleerde uitzonderingsgrond, niet aan worden ontkomen om per document de vraag te beantwoorden of aan dat belang een zodanig gewicht toekomt dat openbaarmaking van de gevraagde gegevens achterwege mag blijven. Deze afweging is door de minister evenwel slechts in haar algemeenheid en niet per concreet document of onderdeel van een document gemaakt. In zoverre berust het besluit op bezwaar niet op een deugdelijke motivering. Daar komt bij dat de Afdeling, na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb van de vertrouwelijk overgelegde stukken kennis te hebben genomen, het niet genoegzaam gemotiveerd acht dat het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer ten aanzien van alle documenten moet prevaleren boven het belang van openbaarheid. Dit geldt in het bijzonder de in de stukken voorkomende stamboomgegevens. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat aan deze stamboomgegevens bij de bestuurlijke besluitvorming naar aanleiding van een inlijvingsverzoek doorslaggevende betekenis toekomt, en dat de publieke controle van inlijvingsbesluiten wordt bemoeilijkt als openbaarmaking van deze gegevens wordt geweigerd. Daarnaast kent de Afdeling gewicht toe aan de omstandigheid dat degene die een inlijvingsverzoek doet, besluitvorming initieert op grond van gegevens die weliswaar van min of meer persoonlijke aard zijn, doch het privéleven niet in zodanige mate raken dat het belang uit dien hoofde bij geheimhouding zonder meer moet prevaleren boven het belang van openbaarmaking ten dienste van publieke controle van die besluitvorming. Voorts blijkt uit de door [appellant] overgelegde nadere stukken, dat de minister in het verleden naar aanleiding van een ander verzoek om openbaarmaking de stamboomgegevens vervat in een inlijvingsverzoek van een andere familie openbaar heeft gemaakt. De minister heeft niet duidelijk kunnen maken waarom destijds wel tot openbaarmaking is overgegaan en openbaarmaking in dit geval is geweigerd.

2.9.2. Ook met betrekking tot de documenten waarvan openbaarmaking met een beroep op artikel 11, eerste lid, van de Wob is geweigerd, heeft de minister niet voldoende gemotiveerd waarom hij zich tot volledige geheimhouding van deze documenten gehouden heeft geacht. Met name ten aanzien van de eerste twee alinea's van een tot deze stukken behorend advies van de Hoge Raad van adel, valt zonder motivering niet in te zien waarom niet tot openbaarmaking is overgegaan, zo nodig met toepassing van het tweede lid van artikel 11 van de Wob.

2.10. Gelet op het vorenoverwogene is het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond. De Afdeling zal het besluit van de minister van 3 oktober 2006 vernietigen. De minister dient met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op het door [appellant] tegen het besluit van 18 mei 2006 gemaakte bezwaar te besluiten.

2.11. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 6 november 2007 in zaak nr. 06/3352;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de minister Binnenlandse Zaken van 3 oktober 2006, kenmerk BK06/51589, voor zover daarbij de weigering tot volledige openbaarmaking van de achterliggende stukken bij het inlijvingsbesluit is gehandhaafd;

V. gelast dat de staat der Nederlanden (het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 355,00 (zegge: driehonderdvijfenvijftig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Pikart-van den Berg
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2008

350-546.

Raad van State - WOB-verzoek inlijving van de kinderen van prinses Irene in de Nederlandse adel

zaaknummer 200800076/1
datum van uitspraak woensdag 13 augustus 2008
tegen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
proceduresoort Hoger beroep
rechtsgebied Kamer 3 - Hoger Beroep - Wet openbaarheid van bestuur

200800076/1.
Datum uitspraak: 13 augustus 2008



AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/2772 van de rechtbank Alkmaar van 6 november 2007 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

1. Procesverloop

Bij brief van 13 februari 2006 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister) het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten en het verstrekken van informatie, afgewezen.

Bij besluit van 17 augustus 2006 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 november 2007, verzonden op 15 november 2007, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 17 augustus 2006 vernietigd voor zover daarbij het bezwaar van [appellant] tegen de gestelde weigering van de minister om duidelijkheid te verschaffen over zijn beleid ten aanzien van het inlijven van personen in de Nederlandse adel (hierna: inlijvingsbeleid) ongegrond is verklaard, het bezwaar van [appellant] in zoverre niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van dit deel van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 december 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2008.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 april 2008, heeft [appellant] geweigerd de toestemming bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) te verlenen.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 juli 2008, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. F.W. Bleichrodt, advocaat te Den Haag, is verschenen. Tevens is aan de zijde van de minister verschenen drs. M.C.J.M. Hermes, ambtenaar in dienst van het ministerie.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob), voor zover thans van belang, kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Ingevolge artikel 11, eerste lid, wordt, in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.

Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering over persoonlijke beleidsopvattingen informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm.

2.2. Bij e-mailbericht van 16 december 2005 heeft [appellant] de minister verzocht om inlichtingen over het inlijvingsbeleid en de voor inlijving in de Nederlandse adel geldende bewijsvereisten. Voorts heeft hij verzocht om een deugdelijke motivering van het Koninklijk Besluit van 15 mei 1996 tot inlijving van de kinderen van prinses Irene in de Nederlandse adel met toekenning van de titel prins of prinses en het predikaat koninklijke hoogheid (hierna: het inlijvingsbesluit), alsmede om het verstrekken van alle mogelijke informatie met betrekking tot dit besluit.

2.3. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit heeft de minister ter toelichting op het door hem gevoerde inlijvingsbeleid verwezen naar de Wet op de adeldom en de geschiedenis van de totstandkoming daarvan. Voorts heeft de minister feitelijke informatie over de gang van zaken rond de inlijving in de Nederlandse adel van de kinderen van prinses Irene verstrekt. Daarnaast heeft de minister de reeds openbaar gemaakte achterliggende stukken bij het inlijvingsbesluit aan [appellant] doen toekomen en zich ten aanzien van de niet openbaar gemaakte achterliggende stukken op het standpunt gesteld dat artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e en artikel 11, eerste lid, van de Wob aan openbaarmaking van die documenten in de weg staan.

2.4. [appellant] betoogt allereerst dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt, omdat deze niet is gedaan door een onpartijdig en onafhankelijk gerecht.

2.4.1. Dit betoog faalt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat met de voor het ambt van rechter geldende benoemingsvereisten en de benoemingsprocedure is beoogd algemene waarborgen te bieden voor de rechterlijke onpartijdigheid en onafhankelijkheid. Het algemene betoog van [appellant] omtrent de verhouding tussen degenen die met rechtspraak zijn belast en de koning, biedt onvoldoende grond voor het oordeel dat in dit geval niet voldaan is aan de eisen van rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid omdat het aan de rechtbank voorgelegde geschil betrekking heeft op informatie over kinderen van een persoon die tot de koningin in een familierelatie staat. Het betoog behelst geen enkele concrete indicatie dat de rechtbank om die reden niet onafhankelijk en onpartijdig is geweest in haar oordeelsvorming.

2.5. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister zijn bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren voor zover dit was gericht tegen de reactie van de minister op zijn verzoek om uitleg van het inlijvingsbeleid.

2.5.1. Met de rechtbank wordt overwogen dat de reactie van de minister op dit onderdeel van zijn verzoek, niet op rechtsgevolg is gericht en derhalve niet is aan te merken als besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De reactie op een verzoek om uitleg van beleid is geen beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 3 van de Wob en het verschaffen van die uitleg is niet gericht op rechtsgevolg. Gelet hierop, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de minister het tegen de door hem gegeven reactie gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Het betoog faalt.

2.6. Voorts heeft de rechtbank, anders dan [appellant] betoogt, zijn verzoek om het verstrekken van een motivering van het inlijvingsbesluit kunnen opvatten als gericht op openbaarmaking van de achterliggende stukken bij dit besluit. Het betoog van [appellant] dat hij heeft bedoeld ingevolge artikel 3:48 van de Awb om een motivering van het inlijvingsbesluit te verzoeken, leidt niet tot een ander oordeel. Het tweede lid van die bepaling ziet op het geval dat vermelding van de motivering van een besluit achterwege is gebleven omdat werd aangenomen dat daaraan geen behoefte bestond. Het alsnog desverzocht verstrekken van die motivering is niet het nemen van een besluit dat vervolgens afzonderlijk, los van het besluit waarop de motivering ziet, vatbaar is voor bezwaar en beroep. Ook dit betoog faalt.

2.7. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zijn verzoek, voor zover dit ziet op het verkrijgen van de achterliggende stukken bij het inlijvingsbesluit, strekt tot het in het leven roepen van hetzelfde rechtsgevolg als werd beoogd met een eerder door [familie appellant] bij de minister ingediend verzoek. De rechtbank heeft het verzoek van [appellant] om die reden aangemerkt als een herhaald verzoek en het door hem ingestelde beroep tegen de in bezwaar gehandhaafde gedeeltelijke afwijzing hiervan daarom ongegrond verklaard, reeds omdat door [appellant] geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd.

2.7.1. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, dient bij beantwoording van de vraag of sprake is van een herhaald verzoek, mede in aanmerking te worden genomen of beide verzoeken van dezelfde verzoeker of verzoekers zijn uitgegaan. Nu niet is komen vast te staan dat die situatie zich hier voordoet, heeft de rechtbank zich ten onrechte onthouden van het geven van een inhoudelijk oordeel over de weigering van de minister het verzoek om openbaarmaking volledig in te willigen. Het betoog van [appellant] slaagt in zoverre.

2.7.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover de rechtbank geen inhoudelijk oordeel heeft gegeven over de in bezwaar gehandhaafde weigering van de minister om alle achterliggende stukken bij het inlijvingsbesluit openbaar te maken. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep van [appellant] in zoverre beoordelen.

2.8. Door zijn weigering de Afdeling de in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb bedoelde toestemming te verlenen, heeft [appellant] de Afdeling in zoverre de mogelijkheid ontnomen de rechtmatigheid van het bestreden besluit te toetsen. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 16 juli 2008 in zaak nr. 200706900/1), volgt dat de gevolgen van een dergelijke weigering in beginsel voor rekening komen van degene die de toestemming heeft geweigerd. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd biedt geen grond hierop een uitzondering te maken. De Afdeling gaat er voorts van uit dat de minister openbaarmaking heeft geweigerd van de stukken waarover de Afdeling eerder (uitspraak van 20 april 2005 in zaak nr. 200405981/1) naar aanleiding van eenzelfde verzoek als thans voorligt, heeft geoordeeld dat openbaarmaking daarvan achterwege mocht blijven, nu de minister dit in zijn besluit op bezwaar heeft gesteld en dit standpunt door [appellant] niet is bestreden. Hetgeen door [appellant] is aangevoerd biedt geen grond over de rechtmatigheid van die weigering thans anders te oordelen. De Afdeling zal het beroep van [appellant] in zoverre daarom alsnog ongegrond verklaren.

2.9. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 6 november 2007 in zaak nr. 06/2772, voor zover de rechtbank daarbij geen inhoudelijk oordeel heeft gegeven over het besluit van de minister van 17 augustus 2006, kenmerk BK06/50991, voor zover bij dat besluit de weigering is gehandhaafd tot openbaarmaking van alle achterliggende stukken bij het Koninklijk Besluit van 15 mei 1996 tot inlijving van de kinderen van prinses Irene in de Nederlandse adel met toekenning van de titel prins of prinses en het predikaat koninklijke hoogheid;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep in zoverre ongegrond;

IV. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

V. gelast dat de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 214,00 (zegge: tweehonderdveertien euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Pikart-van den Berg
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2008

350-546.

10 August, 2008

"Kaiserliches Präsent. Ein Hochmeisterkreuz des 18. Jahrhunderts" - Kabinettsausstellung bis 22. November 2008


Lange verschollenes Kleinod kehrt zurück ins Wiener Ordenshaus.

In der Schatzkammer des Deutschen Ordens präsentieren wir ein großes, ehemals mit Brillanten besetztes Halskreuz, das ein Geschenk Kaiser Karls VI. an den Hoch meister des Deutschen Ordens war und sich über 200 Jahre in Ordensbesitz befand.

Als der Orden 1938 durch die Nationalsozialisten aufgelöst wurde, war das Kreuz jedoch schon verschwun den, und seine Spur ließ sich auch nach 1945 nicht wieder aufnehmen. Erst im letzten Jahr tauchte das Kreuz überraschend wieder aus Privatbesitz in der Öffentlichkeit auf - angesichts des letztlich geringen Umfanges an Kunst des Deutschen Ordens wahrhaft eine Sensation.

Erstmals kehrt dieses Kreuz nun als Leihgabe wieder in das Deutschordenshaus neben dem Stephansdom zurück und wird im Rahmen einer Kabinettsausstellung inmitten verschiedener Bilder und Dokumente gezeigt, die die verschlungenen Wege nachzeichnen, die das Kreuz in den vergangenen drei Jahrhunderten genommen hatte.

Die Schatzkammer des Deutschen Ordens, gelegen in unmittelbarer Nähe des Stephansdoms, ist eine der ältesten Kunstsammlungen in Wien. Angesichts der über 800-jährigen Geschichte des Ordens, die sich geographisch von der Kreuzfahrerburg Akkon in Palästina über die Ränder Europas, von Sizilien und Spanien über Preußen bis schließlich Österreich erstreckt, nimmt die Schatzkammer einen Rang von europäischer Bedeutung ein. Durch enge Verbindungen mit den Habsburgern ist die Geschichte des Ordens auf zudem mannigfache Weise mit der österreichischen Geschichte verschränkt.

In den fünf Räumen des Wiener Ordenshauses präsentieren sich Ihnen die Schätze einer bewegten Vergangenheit, das Kunstverständnis bedeutender Ordensmitglieder und die Verbundenheit des Ordens zum zeitgenössischen Kunsthandwerk und seinen Schöpfern. Der Schwerpunkt der Sammlung liegt in den Epochen von Gotik, Renaissance, Barock und Historismus. Sie sehen sakrale und profane Kunstgegenstände, Insignien, Münzen und Medaillen des Ordens und die berühmte Kollektion überreich verzierter orientalischer Waffen. Hier begegnen Ihnen kostbares Tafelgeschirr, Uhren, Gläser und Gefäße von origineller Formgebung, Altargemälde und Bildnisse zahlreicher Hochmeister. Als frühes Zeugnis der Sammelleidenschaft der Habsburger sind Teile der Kunstkammer des Hochmeisters Erzherzog Maximilian III. auf die Schatzkammer überkommen.

Source: www.deutscher-orden.at