13 August, 2010

The Black Countess from Bain Street


A documentary work-in-progress by Maggie Follett of Potboiler Productions, Wellington, Western Cape about the extraordinary love affair between Martha Solomons, a humble semi-literate, Dutch-speaking daughter of a freed Cape slave, and Harry Grey, Oxford-educated clergyman and exiled aristrocrat from a noble British family.This incredible story chronicles the life of Martha a woman of colour from Wynberg (South Africa) and her husband the Harry, the 8th Earl of Stamford.Martha the daughter of freed slave and well known Tavern owner “Queen Rebecca” of Cape Town who married Harry Gray the rejected remittance man from an upper class family in England.

It is a true story of two people from such widely different backgrounds whose compatibility, let alone affection, seemed impossible.

There was difference of origin, she from the Cape, and he from the great colonial power that was England. They came from different classes, she from a background of slavery, and he from the privilege of the British aristocracy.

There were differences of colour, where he was white, and she was the product of the creolisation of the people of the Cape. He came from a background of wealth, she from poverty. He spoke English, and she spoke Dutch.

In the matter of religion, he was Anglican, and she was a member of the Dutch Reformed Church. Perhaps the greatest difference of all was that of education, where Harry was an Oxford graduate, and Martha was a near-illiterate. Nevertheless they lived together in Cape Town, in a relationship that worked.

Then fate played one of those extraordinary hands that were to change everything.

Harry’s uncle, the 7th Earl of Stamford, died and the title passed to Harry who unexpectedly became the new Earl, inheriting some £8 000 per year in 1883 and a family estate in England, and the wealth that went with them.

Martha, the simple daughter of a slave, became the Countess of Stamford.

Together they faced the enormous changes and challenges that changed their lives, and the social and historical prejudices and difficulties that resulted.

Contact Maggie Follet viaEmail:potboilerproductions@gmail.com

26 June, 2010

Wapenboek Beyeren gedigitaliseerd door de Koninklijke Bibliotheek


De Koninklijke Bibliotheek heeft een bijzonder middeleeuws handschrift gedigitaliseerd. Het Wapenboek Beyeren bevat meer dan duizend tekeningen van wapenschilden en kan worden gezien als een who's who van de middeleeuwen.

Het Wapenboek Beyeren is geschreven door Claes Heynenzoon, die rond 1400 een van de belangrijkste diplomaten van de Nederlanden was. Het belang van de heraldiek (wapenkunde) was steeds groter geworden in de loop van de middeleeuwen. Zowel op toernooien als op het slagveld waren ridders in helm en harnas volledig onherkenbaar, tenzij zij zich onderscheidden met een wapenschild. Bovendien werden de wapens gebruikt om aan te geven bij welke heer men hoorde, op het slagveld ook geen onbelangrijk gegeven. De heraut beheerde de wapenschilden en introduceerde de ridders bij toernooien, een gedegen kennis van de internationale ridderschap hoorde dus bij zijn taak. De auteur legde zijn kennis van de internationale ridderschap vast in dit wapenboek. Het handschrift is rond 1405 geschreven in Den Haag.

Het Wapenboek Beyeren is in 1581 verkeerd gebonden. In de presentaties op de KB-website is de oorspronkelijke volgorde hersteld: fol. 1-8, 18-35, 49-57, 36-48, 9-17, 58-65.

Bron: Koninklijke Bibliotheek

20 June, 2010

Die Hochzeit - Victoria und Daniel



Nach der Hochzeit bekommt Daniel Westling den Prinzen-Titel. Wie es sich für einen zukünftigen Prinzen gehört, bekam Daniel auch sein eigenes Wappen, das der Königshof jetzt offiziell vorstellte. Löwen und Kronen auf dem blau-gelb-schwarzen Schild verweisen auf die schwedische Monarchie, der Hammer steht für Daniels Heimat, das 6.000-Seelen-Dorf Ockelbo. Neben dem Wappen bekam Daniel auch ein Monogramm – ein Schreibschrift-„D“ unter einer Krone. Tja, angehender Prinzgemahl müsste man sein! (Bunte.de)

24 May, 2010

Archduke Rudolf of Austria has died in Switzerland - Erzherzog Rudolf ist in der Schweiz verstorben - Décès en Suisse de l’archiduc Rudolf d’Autriche



Archduke Rudolf of Austria (5 September 1919 – 15 May 2010) was the youngest son of Emperor Charles I of Austria and Zita of Bourbon-Parma. He was born in Prangins, Switzerland where the Austrian Imperial family were staying after they had been sent into exile. He was named after Count Rudolph IV of Habsburg. Rudolf worked as a Wall Street junior executive and a bank director. Archduke Rudolf was married by Archbishop Fulton Sheen to Countess Xenia Czernichev-Besobrasov the daughter of Sergei Aleksandrovich Besobrasov and Countess Elizabeta Cheremeteva, on 22 June 1953 at Tuxedo Park, New York with whom he had four children. Xenia was killed in a car crash on 20 September 1968, in which Rudolf was also seriously injured. Rudolf was married secondly to Princess Anna Gabriele of Wrede (b. 1940) on 15 October 1971 in Ellingen, Bavaria. They have one daughter. Rudolph is survived by two older brothers; Otto and Felix.

On behalf of the European Nobility Network, I wish to express my most sincere condolences to the family and numerous supporters of this great man on the unfortunate passing away of Archduke Rudolf of Austria.

R.A.U. Juchter van Bergen Quast, President ENN

Sources:
Wikipedia.com
http://listetirol.wordpress.com
http://www.noblesseetroyautes.com/nr01/?p=32784

16 May, 2010

Het tweede deel van Adel aan Maas, Roer en Geul


Deel II van de reeks Adel aan Maas, Roer en Geul is wederom een samengaan van verschillende stemregisters geworden, ook nu weer voorzien van vele foto's, afbeeldingen, familiewapens en een register van familie- en persoonsnamen.

Een historische blik op Adel aan Maas, Roer en Geul
Elitedeskundige en historicus dr. Joop de Jong van de Universiteit Maastricht voert ons langs de nieuwste lijnen van geschiedschrijving en verschaft de lezer tevens een verjongde kijk op de Limburgse adelsgeschiedenis. Nuchter en scherpzinnig.

Het revolutionaire bloed van Madame la douairière
De laatste adellijke kasteelvrouwe van Neubourg in Gulpen, gravin Christine, was een standbewuste dame met negentiende eeuwse allures. In weerwil daarvan stamt ze af van een Napoleontische revolutionair. Hier wordt een portret neergezet met een scherp oog voor het adellijke karakter. Uniek en met veel genealogische gegevens.

Ridders in gevangenschap: Reinald van Valkenburg en Johan van Gronsveld
De auteur weet van historisch materiaal boeiende tijdsbeelden te maken. Ridders met aloude namen die aan de wieg hebben gestaan van de verdwenen graafschappen Valkenburg en Gronsveld.

De adellijke familie Cortenbach: Leverancier van leden van de Duitse Orde
Ooit was Cortenbach een naam die bekendheid genoot tot in Wenen. Edellieden uit dit geslacht wisten op te klimmen tot leiders en diplomaten van Europees formaat, invloedrijke geestelijke heren en een beroemde landcommandeur. Met veel unieke en waardevolle gegevens.

Het uitzicht van alle streven: De dynastie Schaesberg
Vanuit een onbeduidend geslacht van ridders en landedelen wisten de Zuid-Limburgse Schaesbergs door ambitie, talent, volharding en loyaliteit de begeerde rang en status van soevereine Rijksvorsten te bereiken. In de bijgevoegde stamreeks worden tal van onbekende gegevens toegelicht.

Egidius van de Weyer: Ridder en eerste stadhouder van de Keurkeulse Mankamer te Heerlen
en Godart von der Heyden: Ridder met een dubbele loyaliteit zijn twee kleine geschiedenissen die bij uitstek het 'bouwmateriaal' zijn van de veelkleurige historie van de Maas-Rijnregio. Weinig bekende namen zijn hier in kaart gebracht en weerleggen de latere romantische beeldvorming over de 'edele' ridder. Mannen waren het wel!

De Hohenzollerns in het Maasland
De Zuid-Duitse katholieke tak van dit beroemde vorstenhuis verbindt zich door huwelijk met drie adellijke geslachten aan de Maas. Opnieuw wordt hier bevestigd hoe macht, aanzien en bezit op een 'adellijke' manier verkregen worden.

Bibliografie van de 'Limburgse' adel
Dit eerste deel van de bibliografie over de Limburgse adelsgeschiedenis laat de rijkdom en veelzijdigheid zien aan publicaties over adel: genealogieën, heraldiek, kastelen alsook over adellijke lieden met een biografie. Hier geldt in het bijzonder: aanbevelen wat vergeten of onbekend gebleven is.

Bron: Pons Mosae Editions, Reinaldstraat 7, 6301 EB VALKENBURG LB, Telefoon: 043 3617069

12 May, 2010

Öffentliches Seminar in Zug 11. Juni 2010 18.00 Uhr



Juni-Seminar mit neuer Zeit:
11. Juni 2010, 18.00-22.30 Uhr,
Parkhotel Zug,
410 CHF inkl. Apéro und 3-Gang Menu (2. Person 360 CHF)

Inhalt:
Fachkompetenz allein reicht heute nicht mehr aus. Ihr Erfolg und der Erfolg des Unternehmens ist wesentlich vom professionellen, stilvollen Auftreten abhängig. Optimieren Sie Ihr Auftreten. Die ungeschriebenen Verhaltensregeln moderner Höflichkeit, Stil und Etikette im Alltag authentisch leben, nonverbale Botschaften durch Kleidung und Verhalten erkennen, was ist veraltet, was gilt noch immer, Tischkultur. Das sind unsere Themen, die wir besprechen werden. Methodenmix macht das Seminar sehr unterhaltsam, Sie gehen begeistert nach Hause, das garantiere ich Ihnen.

Source: Carola von Gleichenstein www.umgangsformenheute.com

03 April, 2010

The Order Of Malta Renews Its Commitment To The Poor

The Sovereign Military Order of Malta

Prince William - Royal Knight of the Garter

Farnese Collection - Sculptures



History and formationThis important collection of antiquities, begun by Alessandro Farnese, the future Pope Paul III (1543 - 1549), was formed through the purchase of collections (the Sassi and Bernardino Fabio collections), the confiscation of other collections (the Colonna collection) and donations (the Cesi collection), but it increased in size due to the antiques market and, above all, as a result of the numerous finds from the excavations carried out in Rome for the urban renewal of the city, as well as to decorate the newly built Palazzo Farnese (Farnese Palace), where in 1546 Michelangelo designed settings suitable for housing the masterpieces that came to light.

On the death of Pope Paul III, the collection was further enlarged by his nephew, cardinal Alessandro, through the purchase of other collections (the Del Bufalo and Cesarini collections) and the inheritance left in 1587 by Margaret of Austria, the widow first of Alessandro dei Medici and then of Ottavio Farnese, including, for example, the collection of famous gems, which formerly belonged to Lorenzo dei Medici, including the Farnese Cup, and important marble sculptures such as the Pergamene statues. Other acquisitions were promoted by the Farnese’s trusted collector and antiquarian Fulvio Orsini, on whose death in 1600 his collection of gems, coins and busts were left to Odoardo Farnese. This large number of ancient and modern materials, marbles, gems, paintings and books was mainly housed in Palazzo Farnese: the two statues of Hercules, the two statues of “Flora” and the two Gladiators were placed beneath the arches of the courtyard; the Bull was placed in a special enclosure in the second courtyard. Ancient statues were arranged according to themes within the Farnese Palace, in the Gran Salone, the Sala degli Imperatori, the Sala dei Filosofi and the Galleria dei Carracci, while other objects, considered of less value, were kept in other residences in the Farnesina Palace and the Farnese Gardens on the Palatine. The family’s move to Parma marked the beginning of the decline of the Roman collections.

In 1731, with the death of Antonio Farnese, the male line of the family died out, and the collection passed, through Elisabetta Farnese, wife of Philip V of Spain, to their son Charles of Bourbon. When he became king of Naples in 1734, Charles decided to have the collections in Parma moved to the capital of the Kingdom, and he was followed by his son Ferdinand IV who also brought the Roman collections to Naples: in 1787, despite the strong opposition of the Papacy, the collection began to be transferred from the palaces in Rome to the newly established Neapolitan museum.

The collection is currently being reorganised and, together with the exhibits already on display, such as the sculptures from the Baths of Caracalla, the Roman portraits and the gems, it will be arranged according to provenance from the Roman sites: the sculptures from the Farnese Palace, the Farnese Gardens, Villa Madama, the Farnesina Palace, as well as other rooms organised according to theme: the Greek portraits and the sarcophagi.

Museo Archeologico Nazionale
Piazza Museo Nazionale, 19, 80135 - Napoli
Tel. +39.081.4422149

01 April, 2010

Balgonie Castle



Balgonie Castle is located on the south bank of the River Leven near Milton of Balgonie, 3.5km east of Glenrothes, Fife, Scotland. The keep dates from the 14th century, and the remaining structures were added piecemeal until the 18th century. The keep has been recently restored, although other parts of the castle are roofless ruins.

16 February, 2010

Maharaja. Pracht der indischen Fürstenhöfe- Kunsthalle der Hypo-Kulturstiftung - 12. Februar - 23. Mai 2010


Die Kunsthalle der Hypo-Kulturstiftung ist stolz darauf, als Partner des Victoria and Albert Museums »Maharaja: Pracht der indischen Fürstenhöfe« zu präsentieren. München ist neben London der einzige Ort für diese außergewöhnliche Präsentation. Es ist die erste Schau, die einen umfassenden Blick auf die Welt der Maharajas und ihre einzigartig reiche Kultur wirft. Die Ausstellung zeigt mehr als 250 herausragende Objekte; viele kommen zum ersten Mal nach Europa und stammen aus Indiens Herrschersammlungen. Darunter drei Throne, eine Sänfte – angefertigt aus vergoldetem Silber, mit Edelsteinen besetzte Waffen, Gemälde, Fotografien, indischer Turbanschmuck und Schmuck, der bei Cartier und Van Cleef & Arpels im 20. Jahrhundert in Auftrag gegeben wurde.

Die Ausstellungsgegenstände stammen aus drei Jahrhunderten und umspannen den Zeitraum vom 18. Jahrhundert, dem Beginn der großen Ära der Maharajas, bis 1947, dem Ende der britischen Herrschaft in Indien. Damit wird der geschichtliche und gesellschaftliche Wandel der Rolle der Maharajas wie auch ihr Einfluss als Kunstmäzene Indiens und Europas anhand ebenso seltener wie schöner Stücke veranschaulicht.

Die königlichen Sammlungen von Udaipur und Jodhpur stellen einige herausragende Gemälde und Objekte als Leihgaben zur Verfügung. Ein weiteres Objekt, das zum ersten Mal in Europa zu sehen sein wird, ist das Kollier von Patiala, Teil des größten Einzelauftrags, den Cartier jemals ausführte. Das Kollier wurde 1928 fertig gestellt und im Jahr 2002 restauriert; es fasste ursprünglich 2.930 Diamanten und kam auf fast 1000 Karat.

Den Auftakt der Ausstellung macht eine Prozession mit lebensgroß nachgebildeten Elefanten und Pferden, die prächtig geschmückt die silberne Sänfte eines Maharajas tragen und einen Eindruck eines solch bombastischen indischen Umzugs geben.

Danach wird das Herrschermodell Indiens um 1800 und die Rolle der Maharajas als spirituelle und militärische Führer, Politiker und Mäzene anhand von außer-gewöhnlichen Exponaten vorgestellt. Die Symbole ihres Standes sind unter anderem ein »Gaddi« (Thron) aus Udaipur, aufwendig gearbeiteter Turbanschmuck, Zeremonienschwerter wie auch ein goldener, mit Diamanten besetzter »Ankus« (Treibstock für Elefanten). Eine Sänfte aus Jodhpur trug die Maharani (Frau des Maharajas) und erlaubt den seltenen Einblick in das Leben der Frauen in den Palästen. Das Innere der Sänfte ist mit originalen Drucken und Kissen ausgestattet.

Anschließend erzählt die Ausstellung von der Machtverschiebung und dem kulturellen Wandel im Indien des 18. und 19. Jahrhunderts. Der Zerfall des Mogulreichs führte zu einer Zeit politischen Umbruchs, in der rivalisierende indische Herrscher Land für sich beanspruchten. Zu bewundern sind hier der goldene Thron des Maharajas Ranjit Singh wie auch die Waffen und die Rüstung von Tipu Sultan von Mysore und des Maratha-Herrschers Yeshwant Rao Holkar von Indore. Diese Ära ist auch geprägt von der raschen Ausweitung der territorialen Interessen der Britischen Ostindien-Kompanie, was zu einer Vermischung englischer und indischer Kultur führte. Diese spiegelt sich deutlich in Objekten wie dem »Spode« Tafelservice und einem Stuhl wider, der für den Nawab (Herrscher) von Awadh im Stil des »Ägyptischen Revival« entworfen wurde.

Das nächste Kapitel widmet sich den imperialen Versammlungen, den so genannten Durbars des Raj, was großformatige Gemälde und seltenes Filmmaterial anschaulich machen. Dieser Teil der Ausstellung zeigt auch einen Teppich aus Perlen, Rubinen, Smaragden und Diamanten, der für den Maharaja von Barod gewebt und auf dem Durbar im Jahr 1903 ausgestellt wurde.

Der letzte Teil der Ausstellung befasst sich mit der Rolle der »modernen« Maharajas während der Zeit des Raj und dem zunehmend europäischen Einfluss auf ihr Leben. Fotografen und Künstler wie Man Ray, Cecil Beaton oder Rja Ravi Varma dokumentieren mit Porträts von Maharajas und ihrer Frauen sowohl in indischer als auch europäischer Kleidung diesen Wandel.

Das Mäzenatentum der Maharajas bescherte europäischen Unternehmen die größten Aufträge und brachte luxuriöse Arbeiten hervor. Beispiele dafür sind Saris von einem führenden französischen Haut-Couture-Designer, ein Kostüm von Madeleine Vionnet, ein Kollier mit Diamanten und Smaragden von Van Cleef & Arpels und ein Reisekoffer von Louis Vuitton.

Die Maharajas waren auch die Förderer der sich damals entwickelnden europäischen Avantgarde. Ebenfalls in der Ausstellung zu sehen ist Mobiliar im Stil des Art Deco, das in den 30er Jahren des 20. Jahrhunderts vom Maharaja von Indore für seinen Palast in Auftrag gegeben worden war. Auch architektonische Entwürfe für den Palast Umaid Bhawan, eine moderne Residenz, die auf Wunsch des Maharajas von Jodhpur erbaut wurde, ist zu sehen.

Diese Ausstellung belegt, dass Indiens Herrscher nicht nur bedeutende Kunstmäzene im eigenen Land, sondern auch im Westen waren. Gleichzeitig wird die faszinierende geschichtliche Entwicklung der Rolle der Maharajas vom frühen 18. Jahrhundert bis zu den letzten Tagen des Raj erzählt.

Anlässlich der Ausstellungseröffnung in München wird His Highness Maharana Arvind Singh Mewar of Udaipur anwesend sein.

Die Ausstellung steht unter der Schirmherrschaft des indischen Botschafters in Deutschland und des deutschen Botschafters in Indien.

Source: hypo-kunsthalle.de

01 January, 2010

Duitse adel komt voorzichtig thuis

LÜBBENAU - Na de Duitse hereniging keerden de Zu Lynars terug naar hun landgoed in de oude DDR. Pas nu zijn ze er echt welkom.


Voor Rochus graaf zu Lynar (36) was de val van de Muur in 1989 een vreugdevolle, zij het tamelijk abstracte gebeurtenis. Hij woonde destijds in Portugal, waar zijn vader voor het chemieconcern Hoechst werkte. Duitsland was voor hem slechts het land van herkomst.

Nu, twintig jaar later, stelt hij vast: ‘Wat de Duitse hereniging betekent, hebben wij ondervonden.’ In 1991 werden het in de vroegere DDR gelegen stamslot Lübbenau en 4.500 hectare land aan de grafelijke familie gerestitueerd. Sindsdien hebben de Zu Lynars hun leven in dienst gesteld van het familiebezit en de waarden die er voor hen aan zijn verbonden.

Tot de Wende vertegenwoordigde het Slot Lübbenau voor de jongere telgen van de familie hooguit een ‘vage melancholieke’ waarde. Ze kenden de gele foto’s en de oude verhalen – hoewel ze daar niet overdreven veel belang in stelden. En ze waren op de hoogte van de omstandigheden die in 1944 tot de onteigening van het landgoed hadden geleid.

Rochus’ grootvader, graaf Wilhelm Friedrich (‘Wilfried’) Rochus zu Lynar (1899-1944) was betrokken bij de mislukte staatsgreep van 20 juli, en werd hiervoor ter dood veroordeeld. Zijn twee oudste zoons, die in het leger dienden, werden gedegradeerd en op ‘Himmelfahrtskommando’ naar het Oostfront gestuurd (waar de oudste sneuvelde).

Rochus groeide op in het vage besef dat hij ‘een ereplicht’ tegenover zijn grootvader te vervullen had, en dat diens nagedachtenis ‘in stilte verzorgd’ moest worden. Tastbaar was deze nalatenschap echter niet meer. De Duitse hereniging leek daar aanvankelijk ook geen verandering in te brengen. Om aan uitputtende juridische procedures te ontkomen, had de Bondsrepubliek bepaald dat ‘gesocialiseerde’ landgoederen niet aan de oorspronkelijke eigenaren (of hun nazaten) zouden worden gerestitueerd. Het Slot Lübbenau vormde echter een uitzondering op die regel, omdat de onteigening al tijdens het Derde Rijk haar beslag had gekregen.

Actief tegengewerkt door de Treuhandanstalt, de organisatie die de privatisering van staatsbezit van de DDR organiseerde, hebben de Zu Lynars hun familiebezit – of wat daar na veertig jaar wanbeheer nog van over was – herwonnen. ‘Voor de oudere generatie was dat een ereplicht tegenover graaf Wilfried’, zegt Rochus. ‘Wij, de jongeren, hebben die beslissing nooit ter discussie gesteld. Hoewel we vanaf dat moment ons leven niet meer in vrijheid konden inrichten.’

In het najaar van 1990 brachten Rochus’ ouders, Guido en Beatrix zu Lynar, een eerste inspectiebezoek aan het gehavende slot. ‘In de nadagen van de DDR was er een hotel in ondergebracht, maar de bedrijfsleidster wilde mijn ouders niet ontvangen. Uiteindelijk heeft een receptioniste hen ’s avonds heimelijk rondgeleid. De Zu Lynars kwamen na een afwezigheid van bijna vijftig jaar dus terug als dieven in de nacht.’

De bevolking van Lübbenau reageerde niet hartelijker. ‘Men had drie zwaarwegende bezwaren tegen ons: we kwamen uit het Westen, we waren van adel, en we hoefden niet voor het slot te betalen.’ Vader Guido stelde zich in op een ijstijd van zeven jaar. Deze duurde echter veel langer. ‘Mijn ouders ontvingen onaangename telefoontjes en lompe dreigbrieven. Mijn jongste broer, die een dorpsschool bezocht, was volkomen geïsoleerd. Plaatsgenoten die ons niet meden, kregen daar in eigen kring moeilijkheden mee.’

Achteraf heeft Rochus wel begrip voor de ondergane animositeit. ‘De nieuwe stadsdelen van Lübbenau worden overwegend bevolkt door mensen die hun brood verdienden in de winning van bruinkool. In DDR-tijden behoorden ze tot de elite, na de Wende bleek hun levenswerk opeens niets meer waard te zijn. Het is niet zo gek dat hun wrok zich op de veronderstelde winnaars van de Wende richt.’

De Zu Lynars op hun beurt waren zo onverstandig om voor de exploitatie van hun slothotel vooral West-Duitse bedrijfsleiders in te huren. Afgezien van het feit dat deze – op één uitzondering na – niet goed functioneerden, hebben ze de DDR-ressentimenten tegen de ‘Wessi’s in het kasteel’ aangewakkerd.

Toen Rochus in 2001 – niet gehinderd door enige horeca-ervaring – de zakelijke leiding van het hotel op zich nam, was de stemming onder het personeel ‘miserabel’ en was nog geen boekjaar met winst afgesloten. ‘Nu hebben we uitsluitend nog mensen uit de buurt in dienst, en schrijven we zwarte cijfers.’

In de salon, bij de open haard die door een werknemer geregeld van nieuw brandhout wordt voorzien, telt de graaf in een luie stoel zijn zegeningen. ‘Het personeel geeft blijk van een ontroerende betrokkenheid bij het bedrijf. Onlangs stelde een van onze mensen voor om gezamenlijk aan de lotto mee te doen, en een eventuele winst in de bouw van een nieuwe vleugel te investeren. Ik was daar echt door geroerd.’ Omgekeerd neemt hij ‘zijn’ Oost-Duitsers in bescherming tegen de hardnekkige vooroordelen van West-Duitse vrienden en familieleden.

De onttroonde elite van de DDR ziet er wel streng op toe dat de invloedssfeer van de familie Zu Lynar zich niet te ver buiten het eigen domein uitstrekt. Zo verijdelde de postcommunistische partij Linke een poging om een straat naar graaf Wilfried te vernoemen.

Diens kleinzoon Rochus heeft niet de illusie dat het reëel bestaand socialisme van de DDR dood en begraven is. ‘Mijn vader, die nu 76 jaar is, zal hier nog wel sterven. En ik misschien ook nog wel. Maar als je ziet hoe snel in tijden van crisis de invloed van de staat groeit, zou het me niet verbazen als mijn kinderen opnieuw onteigend zullen worden.’

Bron: Volkskrant
REPORTAGE, Van onze correspondent Sander van Walsum op 07 maart '09, 00:00, bijgewerkt 06 mei '09, 00:00

Nieuwe zakenlui halen oude adel in


[Archief] Top-100 van de rijkste Belgische ondernemersfamilies

De lijst met de rijkste Belgische ondernemersfamilies omvat nog altijd heel wat adellijke namen, maar zij worden flink ingehaald door families die hun fortuin in het recente verleden maakten. Dat blijkt uit een ranglijst van de 100 rijkste Belgische zakenfamilies die het weekblad Trends vandaag publiceert.

De top-100 van het tijdschrift is geen weergave van ,,de rijkste Belgische families''. Het is immers gebaseerd op het ,,professionele'' vermogen en niet op het totale privé-vermogen. Dat onderscheid is ietwat arbitrair, maar het komt erop neer dat Trends geen inventaris heeft gemaakt van, pakweg, het vastgoedpatrimonium of de beleggingsportefeuilles van de rijke families. Families die hun bedrijf verkochten, komen er ook niet in voor.

Met stip op nummer één staan de adellijke families achter de brouwerijgroep InBev, met een zakelijk vermogen van meer dan 7 miljard euro. Ze worden gevolgd door twee andere usual suspects , de families Solvay en Frère. De ,,oude adel'' wordt ook nog goed vertegenwoordigd door namen als Janssen (UCB) en Boël (Sofina).

Maar die oude adel heeft wel gezelschap gekregen van heel wat ,,nieuwe rijken'', zoals de families Colruyt (van de gelijknamige supermarktketen), Saverys (scheepvaartgroep CMB) en Coucke (farmabedrijf Omega Pharma, op nummer 24). De rijkdom van de Belgische adel raakt na enkele generaties vanzelf versnipperd als gevolg van ons erfrecht, verklaart Fortis-voorzitter Maurice Lippens - zelf een telg van een van de rijkste families - in het tijdschrift.

De ranglijst is overigens geen product van exacte wetenschap. De waarde van familiale belangen in beursgenoteerde bedrijven kon gemakkelijk berekend worden via de beurskoers. Voor niet-genoteerde bedrijven gaat het echter om een raming die in essentie gebaseerd is op een vergelijking met beursgenoteerde bedrijven. Dat een familie op de lijst voorkomt, betekent meer dan de exacte plaats in de ranglijst.

Sommige rijke families zijn ook niet in de lijst vertegenwoordigd omdat het niet volledig duidelijk is of en in welke bedrijven ze nog participeren. Dat is onder andere het geval voor de families Ullens de Schooten en Wittouck (de stichters van Artal, de holding boven onder andere Weight Watchers) en Leysen (KBC).

Opvallend is nog dat aandeelhouders van technologiebedrijven nauwelijks in de lijst vertegenwoordigd zijn. Tijdens de internetbubbel van enkele jaren geleden, toen een bedrijf als Lernout & Hauspie op de beurs tot 11 miljard euro waard was, zou het lijstje ongetwijfeld een paar andere namen geteld hebben.

(WDP)

Bron: nieuwsblad.be
01/09/2005

Stewart en Jackson nu beiden 'Sir'


De Britse acteur Patrick Stewart en de Nieuw-Zeelandse regisseur Peter Jackson zijn beiden geridderd en mogen daarom als 'Sir' door het leven.

Stewart, die onder meer in Star Trek en X-Men speelde, werd geridderd voor zijn verdienste aan drama. De acteur heeft ook veel toneelrollen op zijn naam staan. Hij zei dat hij erg trots is op zijn nieuwe titel en dat het theater hem altijd al veel plezier gaf.

In Nieuw-Zeeland werd de titel voor het eerst in tien jaar weer uitgereikt. Jackson (Lord of the Rings) noemde het " belangrijker dan de Oscars". Z'n Rings- trilogie leverde zeventien Oscars op.

Bron: nos

28 December, 2009

Baron Korf

Jonkheer Van Nispen tot Sevenaer

Marienburg - Sitz des Deutschen Ordens 2/2

Marienburg - Sitz des Deutschen Ordens 1/2

Kaiserliches Begräbnis

Beerdigung Ihrer Majestät Zita

Fritz Adam Hermann von Opel



Fritz Adam Hermann Opel, since 1918 von Opel (May 4, 1899 - April 8, 1971), was the only child of Wilhelm von Opel, and a grandson of Adam Opel, founder of the Opel Company. He is remembered mostly for his spectacular demonstrations of rocket propulsion that earned him the nickname "Rocket Fritz".

Von Opel was born in Rüsselsheim and educated at the technical university of Darmstadt. After graduation, he was made director of testing for Opel and also put in charge of publicity. In the 1920s, he became interested in using rockets in publicity stunts for the company and sought advice from Max Valier of the newly-formed Verein für Raumschiffahrt (VfR - "Spaceflight Society") and Friedrich Sander, a pyrotechnics manufacturer from Bremerhaven.

On March 15, 1928, von Opel tested his first rocket-powered car, the RAK.1 and achieved a top speed of 75 km/h (47 mph) in it, proving the concept. Less than two months later, he reached a speed of 230 km/h (143 mph) in the RAK.2, driven by 24 solid-fuel rockets.

Later that same year, he purchased a sailplane named the "Ente" (duck in German) from Alexander Lippisch and attached rocket motors to it, creating the world's first rocket plane on June 11. The aircraft exploded on its second test flight, before von Opel had a chance to pilot it himself, so he commissioned a new aircraft, also called the RAK.1 from Julius Hatry, and flew it at Frankfurt-am-Main on September 30, 1929. In the meantime, another mishap had claimed the RAK.3, a rocket-powered railway car powered by 30 solid-fuel rockets and which reached a speed of 254 km/h (157 mph).

Von Opel left the Opel company and Germany after 1929 and died in Samedan, Switzerland.

Fritz von Opel is the father of Formula One driver Rikky von Opel.

27 December, 2009

Kurt von Hammerstein, der General der austand gegen Hitler

Komfortables Kurhotel - Annabelle Von Oeynhausen-Sierstorpff

GREAT BRITAIN: Lords for Sale

[archive] One of Britain's most resounding titles, which for sheer euphony tops that of many a noble duke and earl, is held by the Lord of the Manor of Circum cum Wilcocks alias Fransham Parva in the parish of Little Fransham. Last week, along with 26 other manorial lordships, it was knocked down at auction for a paltry $924. At the same auction, London Bookseller William Alfred Foyle bought himself five lordships for $5,400.

Unlike the patents of nobility borne by Britain's peers, which no man can buy, the ancient feudal title, lord of the manor, has long been negotiable. In times past it carried with it many valuable perquisites, and it was not unusual for the old squire in the big house up on the hill to sell them off for a spot of ready cash. The 27 titles up for sale last week were part of a collection bought purely as investments in the 19th century by a shrewd old Essex solicitor named Joseph Beaumont.

Since Beaumont's day, however, Britain's Property Acts have wiped out most of the manorial lord's "perks" (or perquisites;. Today the best a lord of the manor can hope for is a few pounds a year from public utilities for putting telegraph poles on his property. But the deeds are still inscribed on heavy, ancient parchments that make magnificent souvenirs. Unfortunately, the deeds cannot be taken out of the country, which discouraged Americans last week from scooping up such handsome titles as Lord of the Manor of Overhall and Netherhall, or Callis Metholds and Wimbolds.

Souce: time.com
Monday, Nov. 15, 1954

Eubank's Lordship title for sale

Former world champion boxer Chris Eubank's Lordship of the Manor of Brighton is up for sale.



The title, which he bought for £45,000 in 1996, was among assets, including property, stripped from the fighter after he was made bankrupt in 2005.

Robert Smith, chairman of the Manorial Society of Great Britain, said the Lordship, now valued at £35,000, had not been a great investment. "But I guess you could say that about anything at the moment," he said.

Eubank, who lives in Brighton, was declared bankrupt owing £1.3m to the taxman, which he blamed on bad advice given to him during his career.

Domesday Book
He became the WBO middleweight champion in 1990 and successfully defended his title 14 times.
The Lordship of the Manor of Brighton dates back to the Domesday Book, which states that its holder was entitled to a tax on the number of herrings that were landed in the fishing village. At the time there were about 4,000 a year.

Mr Smith said the tax, then about £20, was still being collected in the 1860s when the title was owned by Lord Sackville.
Well into the 17th Century, the Lord of the Manor was also collecting a tax on the smoking of fish, which was used as a method of preserving the catch.

Mr Smith said that if no suitable offers were received for the title it would be auctioned.

Source: BBC

My lord! Four East Lancashire titles up for sale

[Archive] ANYONE with visions of grandeur is being given the perfect chance to bid their way into high society - by buying a lordship.

Decendants of the Towneley family have put up for sale 29 prestigious titles, including four in East Lancashire.

For around £7,000 any bidder can officially name themselves lord of the manor in either Accrington Newhold, Bowland, Rossendale or Habergham Eaves.

And the winning bidders, when the items come up for auction next month, will be able to use their new titles on their passports, credit cards and cheque books.

The titles, which are expected to reach between £4,000 to £7,000 each, have been put up for sale by Lord Charles O'Hagan, who is suffering ill health.

Lord O'Hagan, 65, whose real name is Charles Towneley, said that the cash raised by the sale would help pay for medical bills.

The former MEP for Devon lives in Somerset. He said: "It is the sensible option to sell the titles.

"They do not add to my life and I do not live in the area any more.

"If I still had a big estate in Burnley then they would have some point but that has long ceased to be the case."

The Towneley family sold Towneley Hall and the surrounding park to the local authority in 1901 for the then sizable sum of £9,000.

Lord O'Hagan added: "The titles have been in my family for many hundreds of years and I will be sad to see them go but I am sure that they will be popular at auction.

"It is a very unique sale and there is a lot of history behind these titles.

"I hope they are sold to people with a local connection.

"I think it is a very romantic thing and it would be nice if people in the area bought the titles and kept them going locally."

The titles will not allow a bearer a seat in the House of Lords but can be passed down from generation to generation.

The new lords or ladies will be eligible for membership to the Manorial Society of Great Britain, whose governing council includes the Earl of Shrewesbury and Talbot, Lord Sudeley and Sir Desmond de Silva QC.

Robert Smith, Manorial Auctioneers in London, is a leading expert on the sale of Lordships.

He said: "The lordships are like a status symbol and will be very appealing to people with a certain level of income.

"The rich have always displayed their wealth and it can manifest itself in many ways.

"Some people like jewellery or expensive cars.

"Others want a big house or a title like this.

"Lordships have been bought and sold by the rich since 1066 and there is no change now.

"People will be interested in the auction either for sentimental reasons or just for the prestige."

The lord of the manor can expect few privileges, Mr Smith said.

As lord you have rights of owning the land three-feet under the soil, but usually there is no value of owning the "mineral rights" if there are no "commercially exploitable materials".

The other 24 lordships for sale are located across the country and include East Hall in Essex, Ridings Court in Buckinghamshire and Alton in Staffordshire.

The auction takes place on May 20 at Stationers Hall, Ave Maria Lane, London.

Source: lancashiretelegraph.co.uk

Stanley homeowner buys Lord of the Manor title



[Archive] PROUD homeowner Kenneth Osborne Grant was not to the manor born, but from his modest 19th-century terraced house he is Lord of all he surveys.

Retired civil servant Kenneth, 79, can officially call himself the Lord of Stanley Manor, after buying the title from Ireland’s Baron O’Hagan,.

Kenneth, who lives with his “Heinz 57” dog Max in a terraced house in Dunn Street, Annfield Plain, near Stanley, County Durham in the heart of his Stanley Manor, will not divulge how much he paid for the title.

But the insignia which goes along with the title made council planners sit up and take notice at a recent public meeting.

Kenneth, wearing another of his hats as founder/director of The Osborne Trust, a conservation group which aims to preserve Victorian and Edwardian buildings in Stanley town centre, spoke at a recent meeting over plans for the town centre.

He said: “When I walked into the meeting in my full regalia it did cause some heads to turn. It was the first time I had worn it in public.”

Kenneth, the youngest of four children and a former pupil of Heaton Grammar School, Newcastle, bought the title through the Manorial Society.

He explained: “I read last year how the Northumberland Lordship of Softley was to be auctioned in London for between £4000 and £5000.

“I put in a bid but I was unsuccessful. I am quite pleased now, because with hindsight I would not have wanted to be known as Lord Softley . . . not living in Annfield Plain!

“But a few months later the auctioneer Robert Smith of Manorial Auctioneers got in touch to tell me that the Lordship of Stanley Manor was coming up for sale.

“He told me the asking price, and I managed to get it down by a few hundred pounds.”

A previous Lord of Stanley Manor was a member of the Lumley family, who had their own castle, Lumley Castle, now a hotel in Chester-le-Street.

Kenneth added: “The manor covers the whole of Stanley and Tanfield, as well as parts of Annfield Plain and Burnopfield. It includes the Causey Arch viaduct which was built in 1725 and which is the oldest railway bridge in the world.

“The title does not give me any proprietorial rights and I cannot sit in the House of Lords, but who would want to?

“I don’t smoke, I drink very little and I am a good saver so I spent my money on this title which gives me a great deal of pleasure and which amuses my friends.”

As Lord of Stanley Manor, Kenneth can use his title on his passport, chequebook and credit card and is a member of the Manorial Society of Great Britain.

Members of the society include the Earl of Shrewsbury and Talbot, the Earl of Shannon, Lord Sudeley and Sir Desmond de Silva QC. It holds functions throughout the year, including an annual reception at the House of Lords.

May 17 2009 by Neil McKay, Sunday Sun

Deutscher Orden - Errichtung der Selbständigen Komturei auf Sizilien

Bischof von Piazza Armerina legte Familiarenversprechen ab



Mit Dekret vom 08. Dezember 2009, dem Hochfest der ohne Erbsünde empfangenen Jungfrau und Gottesmutter Maria, hat der Hochmeister die Commenda Autonoma „Santa Maria degli Alemanni" errichtet, nachdem die zuständige Ballei „Ad Tiberim", der Generalrat des Deutschen Ordens sowie S. Exz. Mons. Michele Pennisi, Bischof der Diözese Piazza Armerina, der Errichtung zugestimmt hatten. Ein lang gehegter Wunsch der sizilianischen Familiaren ging damit in Erfüllung. Nach über 500 Jahren wurde damit die Tradition des Ordens auf der Mittelmeerinsel wieder aufgenommen, die die Confratres nun bereits im Namen ihrer Komturei führen: die „Santa Maria degli Alemanni" ist eine in der Chiesa Madre von Gela hoch verehrte Ikone der Gottesmutter, die der Tradition nach von Deutschordensbrüdern aus dem Heiligen Land nach Sizilien gebracht worden ist. Der Hochmeister reiste aus diesem Anlass in Begleitung des Generalökonomen P. Mag. Frank Bayard sowie einer Schwester und eines weiteren Bruders nach Sizilien, wo das Ereignis am 15. Dezember mit einem festlichen Pontifikalamt des Hochmeisters in der Kathedrale von Piazza Armerina gefeiert wurde.

Source: Deutscher Orden

Johanniterorden - Ritterschlag zu Nieder-Weisel

Bischof der Evangelischen Kirche Österreichs hält die Festpredigt.



[Rückblick 2009] Berlin/Nieder-Weisel, 24. Juni 2009. Am kommenden Samstag findet um 15.15 Uhr der alljährliche Ritterschlag des Johanniterordens in der Komturkirche zu Nieder-Weisel statt. 57 Mitglieder des Johanniterordens, darunter zwei Herren aus den USA, zwei Herren aus Österreich und ein Herr aus der Schweiz, werden morgen durch den Herrenmeister des Johanniterordens, S. K. H. Dr. Oskar Prinz v. Preußen, zu Rechtsrittern geschlagen. Weiter ernennet der Herrenmeister während des Gottesdienstes Ruprecht Graf Castell zu Rüdenhausen zum neuen Ordensstatthalter und Dr. Peter Rhode zum neuen Ordensschatzmeister. Die Festpredigt hält der Bischof der Evangelischen Kirche A. B. in Österreich, Dr. Michael Bünker. Ihm wird das Ehrenritterkreuz des Johanniterordens verliehen. Insgesamt erwarten die Johanniter am Wochenende in Nieder-Weisel wieder über 200 Gäste.

Source: Johanniterorden.de

Marion Hedda Ilse Gräfin Dönhoff


Marion Hedda Ilse Gräfin Dönhoff (* 2. Dezember 1909 auf Schloss Friedrichstein in Ostpreußen; † 11. März 2002 auf Schloss Crottorf bei Friesenhagen, Rheinland-Pfalz) war Chefredakteurin und Mitherausgeberin der Wochenzeitung Die Zeit. Sie gilt als eine der bedeutendsten Publizistinnen der bundesdeutschen Nachkriegszeit. In dieser Eigenschaft war sie Gesprächspartnerin für führende Politiker in der Welt.

Obwohl sie ihre ostpreußische Heimat während der Kriegsgeschehen des Zweiten Weltkriegs verloren hatte, setzte sie sich für eine Versöhnung zwischen den Staaten des Ostblocks und dem Westen ein. Sie unterstützte in ihren Leitartikeln die aktive Ostpolitik, lehnte die Apartheid in Südafrika ab und rief zu freiheitlichem Denken, Toleranz und Gerechtigkeit auf. Weitere Hauptthemen waren der Widerstand gegen Hitler und die Bekämpfung der Auswüchse des Kapitalismus.

Marion Gräfin Dönhoff ist für ihre Tätigkeit mit zahlreichen Auszeichnungen geehrt worden, unter anderem mit dem Friedenspreis des Deutschen Buchhandels. Als Buchautorin – sie schrieb mehr als zwanzig Bücher – war sie ebenfalls erfolgreich. Ihre bekanntesten Titel sind Namen, die keiner mehr nennt, die Geschichte ihrer Familie und der ostpreußischen Heimat, und Um der Ehre willen, persönliche Erinnerungen an ihre Freunde, die am Widerstand teilgenommen und ihr Leben verloren hatten.

Source: Wikipedia.de

European Noble and Private Collections



Christie's
European Noble and Private Collections
15 - 16 December 2009
Amsterdam

Lot Description
DUTCH SCHOOL; A GENEALOGICAL FAMILY TREE OF JOHANNA MARIA PARVÉ
CIRCA 1912
Watercolour on paper, depicting various coats of arms of the family tree of Johanna Maria Parve from 17th to 19th Century, monogrammed and dated Jan 1912
60.5 x 74.5 cm. incl. frame

Klik hier voor een lijst van de aangeboden voorwerpen.

24 December, 2009

Gesegnetes Weihnachtsfest!


Verehrte Leser und Leserinnen, heute Abend beginnt die Weihnachtszeit, in der wir die Menschwerdung Gottes feiern; in wenigen Tagen beginnt das neue bürgerliche Jahr. Es ist dies für mich ein Anlass, Ihnen für Ihr Interesse an der Homepage des Hochmeisteramtes des Deutschen Ordens zu danken. Wir konnten uns in diesem Jahr über mehr als 400 000 Zugriffe freuen und für nächstes Jahr planen wir einige Erweiterungen der Homepage, vor allem im Bereich „Geschichte", und wir werden auch mehr über den Alltag in unseren Konventen, in unseren Pfarreien und verschiedenen Einrichtungen berichten.

Ich wünsche Ihnen allen, auch im Namen aller Mitglieder des Konvents am Hochmeisteramt ein gesegnetes und besinnliches Weihnachtsfest, voll von Freude über die Geburt unseres Herrn Jesus Christus und Freude am Glauben überhaupt. Die Freude, die wir manchmal im Alltag unter der Last unserer Sorgen vergessen. „Ehre sei Gott in der Höhe und Friede den Menschen auf Erden, die in seinem Wohlgefallen stehen!" (Lk 2,14). Für das Neue Jahr wünsche ich Ihnen Gottes Segen, damit Ihr Leben Tag für Tag von diesem Frieden erfüllt sei.

Hochmeister Bruno Platter

Source: deutscher-orden.at

22 December, 2009

Little Lord Fauntleroy (1936)

Dinner for One



Millions of Germans and other continental Europeans will settle down in front of their TV sets on New Year's Eve for what has become an annual ritual -- the airing of an aged British comedy sketch starring a long-dead music-hall comedy called "Dinner for One."

The 15-minute sketch, acted by Freddie Frinton and May Warden, will also be televised by every other major regional public-TV channel in Germany and by a scattering of commercial networks.

The black-and-white British slapstick sketch, totally unknown in the English-speaking world, has become the highest-rated TV show in German history, and has spawned fan clubs and a cult following of viewers who stage parties to recreate the sketch at home.

In a nation not exactly known for its ribaldry and thigh-slapping humor, the New Year's Eve showing of "Dinner for One" never fails to bring down the house. There are viewers who have memorized every gesture, every line of the English-only sketch.

Source: Deutsche Welle

Sherlock Holmes - Trailer

03 November, 2009

Haltestellen - Karl-Josef Frhr. v. Ketteler

Die zu Guttenbergs: Karl-Theodor zu Guttenberg im Interview

Herfstij van de adel (In Europa)

Expositie Woord en Wapen, in dienst van de Nassaus


"De spectaculaire wedergeboorte van een kerkinterieur"
In de lucht: 277 gereconstrueerde wapenborden.
Op de grond: 220 digitaal ontsloten grafmonumenten.
In expositie: 170 unieke museumstukken én het verhaal over 22 geestelijke en militaire dienaren van de Oranje-Nassaus.
Een bijzondere expositie die u moet zien !

In 2010 bestaat de Grote of Onze Lieve Vrouwe Kerk van Breda 600 jaar. Dat was voor de beheerstichting de reden om opdracht te geven tot het organiseren van een expositie over de periode 1637 – 1813

Expositiesamensteller Walter van de Garde creëerde na een voorbereiding van twee jaar een mega-presentatie die het verhaal vertelt van de Grote Kerk van Breda in de protestantse constellatie van die tijd. Van de Garde tekende ook voor de eerdere succesvolle exposities “Pronk en Praal” met 150.000 bezoekers en “Praal en Devotie”, die 100.000 bezoekers trok.

In de prachtig lichte wandelkerk, die de Grote Kerk vandaag de dag nog steeds is, wordt het interieur van de 17e en de 18e eeuw herschapen. Met de mensen, die in die periode invloedrijk waren. Niet alleen in de kerk, maar ook op diverse andere terreinen van het geestelijke, politieke, maatschappelijke en militaire leven van die tijd. Met als verbindende factor hun relatie met de leden van ons koninklijk huis: de Oranje-Nassaus.

WAPENBORDEN
De blikvanger van de expositie is de zee aan wapenborden. Tot 1798 hing de grote kerk er vol mee. Op last van Napoleon, die de gelijkheid van de Franse revolutie in alle door hem veroverde landen dicteerde, moesten alle invloeden die aan adel gerelateerd waren, verdwijnen. Zo ook de wapenborden met wapens van families, die eeuwenlang een prominente rol in de Nederlanden hebben gespeeld. De borden werden vernietigd, verbrand, kapotgeslagen en verdwenen uit de kerk om nooit meer terug te keren. Dat gebeurde ook in alle andere kerken in de Nederlanden. Gelukkig waren deze borden, ook wel rouwborden genoemd, een aantal jaar voor de verwijdering minutieus nagetekend door baron Yvoi, die tijdens een rondreis alle wapenborden beschreef en natuurgetrouw in een document kopieerde. Dit was voor Walter van de Garde de basis voor een reconstructie, die hij samen maakte met medewerkers van het Centraal Bureau voor Genealogie. De 277 gereconstrueerde borden keren terug in de Grote Kerk en herscheppen zodoende het beeld van de kerk zoals dat in de 17e en 18e eeuw was. Een beeld dat nergens anders in Nederland te zien is. En ook maar drie maanden te zien zal zijn.

GRAFMONUMENTEN
De tweede blikvanger van de expositie en vast onderdeel van het interieur van de kerk vormt de rijkgeschakeerde zerkenvloer. Tijdens de tientallen restauraties in de afgelopen eeuwen zijn veel zerken naar oneigenlijke locaties verhuisd. Tijdens de laatste grootschalige restauratie (van 1995-1998) is na een onderzoek van Walter van de Garde de zerkenvloer gereconstrueerd naar de situatie zoals die in 1828 bestond. In dat jaar verbood de overheid het begraven in kerken. Elke zerk en grafmonument toont de namen van de personen, die zo’n belangrijke rol in Breda vervulden, dat zij in de Grote kerk begraven mochten worden. Wandelend door de kerk lees je die namen maar ontdek je niet het verhaal achter van de mens, die daar begraven ligt.
Door een unieke samenwerking tussen de Digital Entertainment Academy (onderdeel van de NHTV) werden alle grafmonumenten digitaal ontsloten. In de speciaal daarvoor ingerichte mediaplayers vind je de zerken op positie, op naam en wordt de geschiedenis van de persoon, die daaronder begraven ligt, gepresenteerd.

MENSEN
Mensen brengen de geschiedenis tot leven; zo ook in de expositie Woord&Wapen.
In de expositie worden 15 dominees en 8 militairen belicht. Zij hebben geacteerd in de periode, die de expositie in beeld brengt. Dominees die niet alleen dominee waren en militairen die niet alleen militair waren. Ze vervulden naast hun eigenlijke beroep een bijzondere maatschappelijke rol in de toenmalige Nederlandse samenleving. Vaak had dat te maken met hun relatie met de Oranje-Nassaus. In ieder geval had elke in de expositie opgevoerde persoon een bewezen band met de Oranje’s.

Dominees
Eén van die dominees, Frederik van Renesse, was (in naam van Oranje) belast met reformatie van het Katholieke zuiden. Een andere dominee, Petrus Haack, speelde een belangrijke rol bij de terugkeer van Koning Willem I, maar hij was ook degene die de laatst onthoofde misdadiger op de Grote Markt van Breda naar zijn executieplaats begeleidde. Een derde dominee Francicus Plante, reisde met Johan Maurits van Nassau (die van Het Mauritshuis in Den Haag) naar Brazilië. Van al deze, maar ook andere dominees zijn bijzondere voorwerpen te zien die deze bijzondere taken illustreren. En Vincent van Gogh, de opa van de beroemde schilder Vincent van Gogh, was dominee in de Grote Kerk. Ook hij is, in de vorm van een originele tekening van zijn kleinzoon, in de expositie aanwezig.

Militairen
Diverse hoge militairen, die gediend hebben onder de Oranje-Nassaus, liggen op een ereplaats in de Grote Kerk van Breda begraven, hebben er een wapenbord en maken een prominent deel van de expositie uit. Als bevelvoerende officieren hebben ze grote verdiensten gehad op het slagveld. Daarnaast waren ze belangrijk als voortrekkers in de ontwikkeling van de militaire krijgskunde, het ontwerpen van fortificaties en wapens. Voor hun verdiensten werden de meesten beloond met het gouverneursschap van Breda. Deze militairen dienden vaak generatie op generatie in het Staatse leger.
Maar ook aan deze militaire families gerelateerde mensen komen aan bod: zo was Josias Eckart rentmeester van de Bredase Nassause Domeinen. Hij hield 40 jaar lang een dagboek bij met weerwaarnemingen. Zijn notities worden in meteorologische kringen nog steeds gezien als de meest accurate weerwaarnemingen over een lange periode in zijn tijd. Dit gegeven was aanleiding tot contact met het KNMI en dat leidde tot een speciaal project binnen de expositie: het weer van 1710 en 2010. In samenwerking met het KNMI wordt tijdens de expositie iedere dag getoond wat voor het weer het 300 jaar geleden op die datum was en hoe dat er op dezelfde dag in 2010 is. In die KNMI-presentatie is ook te zien met welke middelen toen (1710) de weersvoorspelling werd bepaald en met welke middelen dat nu gebeurt.

PROTESTANTISME
Tot slot wordt in de expositie aandacht besteed aan de gebruiken die in de periode 1637-1813 bij de Protestantse (Staats)kerk gemeengoed waren: de rituelen rond doop, geboorte, huwelijk en dood, maar ook het avondmaal. Unieke objecten uit de collectie van de Protestantse gemeente Breda maar ook zeldzame stukken uit collecties van nationale musea vormen daarvoor de basis.

Kortom: een bijzondere expositie waarin zoveel te zien en te beleven is dat het een “must see”-belevenis is op het gebied van religieus erfgoed!

Openingstijden en entree expositie
De expositie is toegankelijk van 15 januari tot en met 18 april 2010 van maandag tot en met zaterdag van 10.00 – 17.00 uur en zondag van 13.00 – 17.00 uur (behoudens activiteiten)

Entreeprijs: Volwassenen € 6, Pas 65 en Vrienden van de Grote Kerk € 5 en kinderen tot 14 jaar € 4 (de prijs is inclusief een 92 pagina’s tellend collectieboekje)

Stichting Grote of Onze Lieve Vrouwe Kerk Breda
Bezoekadres: Kerkplein 2 te Breda
Postadres: postbus 1017, 4801 BA Breda
Telefoon: 076-5218267
Telefax: 076-5219125
E-mail: info@grotekerkbreda.nl
Site: www.grotekerkbreda.nl

01 November, 2009

Deutscher Orden - Feierliche Investitur von Familiaren im Dom zu Bamberg



"Ich verspreche zur Ehre Gottes und Sankt Mariens dem Hochmeister der Brüder vom Deutschen Haus Sankt Mariens in Jerusalem als Familiare den Deutschen Orden durch Gebet, persönlichen Einsatz und tatkräftige Hilfe zu unterstützen und verpflichte mich zur Einhaltung der im Familiareninstitut festgelegten Ordnung." Es war ein feierlicher Akt, als die zwölf Neufamiliaren des Deutschen Ordens am 17. Oktober 2009 in Bamberg im Kaiserdom während ihrer Investitur dieses Versprechen gegenüber dem Hochmeister des Ordens, Dr. Bruno Platter, abgaben. Rund 400 Ordensmitglieder waren zu diesem Anlass in die Domstatdt in Franken gekommen.

Nach einer Vesper am Vorabend mit Weihbischof Werner Radspieler aus dem Erzbistum Bamberg fand am Samstagvormittag das Pontifikalamt zur Investitur statt. Die Aufnahme von elf Männern und einer Frau als Familiaren in den Deutschen Orden bezeichnete der Hochmeister als "die Verlebendigung der Taufgnade und der Firmung." Sie sein eine Intensivierung des christlichen Lebens, durch welche die Neufamiliaren Zeugen für Gottes Liebe und Barmherzigkeit würden. In diesem Zusammenhang erinnerte der Hochmeister an den Hl. Ignatius von Antiochien, dessen Fest an diesem Tag begangen wurde. Dieser Heilige stand mit seinem ganzen Leben dafür ein, Christus in seinem Tun und Verkündigen bis hin zu seinem Tod als Märtyrer zu bezeugen.

Ein Vorbild, wie es einst der hl. Ignatius war, sollen nach den Worten des Hochmeisters auch die Familiaren sein; sie sollen fest stehen in der Gemeinschaft mit Christus und den Menschen Orientierung geben. Der schwarze Ordensmantel, den die Familiaren während der Investitur überreicht bekamen, soll für sie als Zeichen des Schutzes für Schwache gelten, das Halskreuz soll die Familiaren als Christen erkennbar machen, die Stellung beziehen zu den Grundwerten des Glaubens. Bereits während der Vesper am Vorabend hatten die Familiaren den Rosenkranz erhalten als Zeichen für ihre besondere Verbindung zu Gott im Gebet.

Die Aufnahme in das Institut der Familiaren ist laut Hochmeister Platter nicht vergleichbar mit der Mitgliedschaft in einem normalen Verein. "Hier kommt es zu einer religiösen Verbindung zwischen den Kandidaten und Gott. Sie sollen in Zukunft Gott-Träger sein." Und er apellierte zum Abschluss seiner Predigt noch einmal auf die Neuaufgenommenen: "Geht mit uns, arbeitet mit uns zur Ehre Gottes. Seid eng mit Christus und untereinander verbunden."

Source: Deutscher Orden
Ernst P. Heissenberger, Sekretär des Hochmeisters

13 September, 2009

Vienna Ball to come to Jakarta this October


Get your dancing shoes on and start practicing the steps for Jakarta's first Vienna Ball, to be held by the Hotel Indonesia Kempinski on Oct. 30.

Balls are a tradition in Austria, with hundreds held every year by various institutions and organizations. The elegant dance events usually start with an opening ceremony in which debutantes perform different dances. Debutantes, young women between 16 and 22 years old, will announce their arrival in the upper crust society with their first ball dance at the event.

The debutantes have been receiving dance lessons from Heinz Heidenreich, who was a principle dancer at the Vienna State Opera Ballet Company in 1982. He currently works as choreographer, production manager, assistant director and organizer for special Viennese events in Hong Kong, Beijing, Shanghai, New York and Athens.

General Manager of the Hotel Indonesia Kempinski, Gerhard E. Mitrovits, said that six families (both Indonesian and foreign) have signed up their daughters, and sons, for the ball.

"I encourage all parents to have their daughters and sons participate in the event as it will be an exceptional opportunity for the young people to enter the eligible social network," he said.

"We expect to have around 80 debutantes. They don't have to buy tickets but they must wear a dress, priced at Rp 900,000 *US$90*, and the young men must wear a tuxedo priced at Rp 1.3 million."

Era Soekamto, who has been designing fashion for teenagers for 11 years, will be making the special outfits. Era said that she would design three gowns for the debutantes: one sleeveless and two bustier dresses. The dresses will have feminine look with ruffles and Swarovski crystal.

"The debutantes can wear their own shoes as long as they match the broken white dresses," Era said.

She said that she would also make black tuxedos with satin lapels, a bowtie and one-meter long tails, paired with black trousers, for the young men.

"I must make the debutantes look glamorous but not old. It's challenging," said Era, who has started making the dresses and tuxedos in August.

Diane W*lfer, the wife of the Austrian ambassador to Indonesia, said that the event was part of the embassy's cultural promotion. She said that Austria hoped to enhance its cultural and economic links with Indonesia with the event.

"The Vienna Ball is a classic tradition. It would be an honor to be able to feature daughters and sons in such event," she said.

Mitrovits said that as an Austrian he was excited to share the extravagant tradition with Indonesian people, who respect the value of tradition.

The classical music of the Johann Strauss Viennese Orchestra will accompany the dancers, including the famous Midnight Quadrilles, a complicated dance in which the couples will be placed facing each other in lines.

The ball will be held in Kempenski's grand ballroom, which will be transformed with crystal chandeliers, huge mirrors and gilded ornaments to resemble the thick classic ambience of the Sch*nbrunn Palace, a prominent historical building in Austria.

The surrounding will be decorated in the Heuriger style. The ball will last from around 6.00 p.m. to 3.00 a.m.

The hotel will provide strolling tickets for Rp 800,000 and seating tickets for Rp 2.5 million and Rp 2.2 million.

For further information on Kempinski's Vienna Ball, contact Ms. Agnes/Bertha at
(021) 23583800 ext. 3405 or 3941


Tifa Asrianti , The Jakarta Post , Jakarta | Sun, 09/13/2009 11:47 AM
| Lifestyle

31 August, 2009

Rectory of the Order of the Eagle of Georgia and Seamless Tunic of Our Lord Jesus Christ established in The Netherlands


The Order of the Eagle of Georgia and the Seamless Tunic of Our Lord Jesus Christ is a family dynastic institute of the Royal House of Georgia, founded by Saint Queen Tamar (1184-1213) and was reconstituted in 1939 by the grandfather of the current Head of the Royal House, H.R.H. Irakly Bagrationi Mukran, as the main order of the Royal House.

The Order is registered as an institution of chivalry by the International commission for orders of chivalry. It is also listed in Guy Stair Sainty's book; World Orders of Knighthood and Merit (Publisher: Burke's Peerage & Gentry).

19 August, 2009

Monarchen.nl adverteert met "Russische Bruiden"

Op de website monarchen.nl van de kruiperige en onderdanige Maarten van der Meer, die zich graag Maarten "Heuff" van der Meer noemt, zonder dat hij hier recht op heeft, wordt tegenwoordig tegen betaling geadverteerd met "Russische Bruiden". Op de website werd door een lezer van Nobility News de volgende advertentie aangetroffen:

"Mooie Russische Bruiden
Russische bruiden voor dating en
huwelijk. Schrijf je nu gratis in.
www.RussianEuro.com"

Maarten van der Meer haalt kennelijk zijn schouders op als hij wordt geconfronteerd met het feit dat wereldwijd er jaarlijks 600.000 tot 800.000 mannen, vrouwen en kinderen worden verhandeld. 80 procent daarvan is vrouw, 50 procent zijn kinderen. Het overgrote deel van hen komt terecht in de gedwongen prostitutie. Schrikbarende aantallen waar vaak internationale criminele netwerken achter zitten. Het is tegenwoordig de snelst groeiende criminele activiteit, waar helaas nog steeds heel makkelijk veel geld mee verdiend kan worden.

Commentaar
Ze adverteren tegenwoordig ook met Thaise bruiden:
"Thai Huwelijken
Bloedmooi Thai Vrouwen Willen U Als Bruidegom. Word Nu Gratis Lid!
www.ThaiLoveLinks.com"

Wat een vertoning van deze onnozele hals. Hij verwijst in een van zijn artikelen ook naar een ingezonden brief in HP. Wat hij vergeet te melden is dat voor de plaatsing van de brief door de redactie later een excuus is aangeboden. De brief was afkomstig van Peter Hofman Kolk, die als lid van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde is geroyeerd wegens wangedrag. Momenteel is Peter Hofman Kolk opgenomen in een psychiatrische inrichting in Haarlem. Een 'beetje dom' om uitgerekend deze man te citeren.

Peter de Jonge