25 September, 2008

De nieuwe Elsevier speciale editie Adel is verschenen


De adel heeft de suggestie van chic, van pracht en praal, deftigheid, van dubbele namen, van één stap verwijderd van de koninklijke familie, maar ook van buitenleven, jagen, paarden, kastelen en een park als tuin.

Wat de leden van de hoogste stand ook interessant maakt, is dat ze een 'wandelende geschiedenis' vormen. In streken waar de adel zijn landerijen had en heeft, in Gelderland bijvoorbeeld of in Overijssel, kennen de inwoners vaak de kleine en grote verhalen over de familie en het landgoed.

De speciale editie schetst een beeld van de hedendaagse adel met alle organisaties, orden, verenigingen en taalgebruik. Deze luxe uitgave biedt ook prachtige foto's van de privé-landgoederen, de eigenaars en hun personeel. Ze bevat tevens een overzicht van alle 327 adellijke geslachten. Er is ook aandacht voor hoe de adel voor de oorlog leefde.

Bestellen
U kunt de speciale editie Adel bestellen voor € 8,95 (incl. verzendkosten). De editie wordt na verschijning, met een acceptgiro, toegestuurd. De Elsevier speciale edities zijn geen onderdeel van een abonnement.

15 September, 2008

Burke’s Great War Peerage


Noble British and Irish Families on the Eve of the First World War

Pre-publication price:: £99 P&P: £10 (UK) and £25 (ROW) This is a 49% discount on the published price.

Burke’s Peerage, 76th Edition, 2008 Reprint of 1914 Edition with family records on CD

Burke’s Great War Peerage is a reprint of the Seventy Sixth Edition of Burke’s Peerage and Baronetage that was first published in 1914. This edition gives fascinating historical insights into the world of noble British and Irish families on the eve of the Great War. For genealogists the Great War Peerage is also one of the more important Burke’s editions when undertaking research into the genealogies of noble British and Irish families. Along with the latest (107th) Peerage and the 1939 (97th) Peerage the 76th Edition delivers broad coverage of all the relevant families.

The printed section of Burke’s Great War Peerage covers Royal Family records, Archbishops and Bishops, the Knightage, Companionage, Privy Council, Precedence and Orders of Knighthood. Peerage and Baronetage family records are supplied in fully searchable electronic form on CD.

Great War Peerage includes a searchable PDF (on CD-ROM) featuring the full contents of the book itself plus comprehensive family records drawn from the 76th Edition. It also includes full digital copies of Burke’s 107th Peerage (2003), Burke’s Family Index (1976) which includes a listing of all families that appeared in Burke’s publications between 1826 and 1976 and Burke’s Dormant and Extinct Peerages (1883).

Burke’s Great War Peerage is available at the pre-publication price of £99 plus postage and packing for orders placed before the end of September, 2008.

The published price of Burke’s Great War Peerage will be £195 plus postage and packing – order before September 30th, 2008 and save 49%.

Edition: 76th (reprint of 1914 Edition with family records on CD)
ISBN: 978-0-85011-060-9
No of Pages: 939
Year of Publication: 2008

18 August, 2008

"Als de bel gaat...! Leven in de schaduw van de kroon."


Een documentaire film, gemaakt door Greetje en Rob Lousberg, over het leven van Sophie Booy barones van Randwijck. Zij was de laatste 2e secretaresse van Prinses Wilhelmina. Over haar leven heeft zij nooit veel gesproken. In de documentaire treedt Sophie Booy uit de schaduw van haar zwijgen.

Lang werken voor het koningshuis vergt loyaliteit en zwijgzaamheid. Dat is niet altijd makkelijk en zeker niet voor een jonge vrouw die daar alleen in staat. Het heeft dan ook een stempel op haar verdere leven gedrukt.

Tijdens haar werk ontmoette Sophie Thijs Booy. Deze stond bekend als 'de gereformeerde rebel'. Hij hielp Prinses Wilhelmina bij het schrijven van haar boek 'Eenzaam maar niet alleen'.

Toen Sophie en Thijs trouwden, waren daar drie generaties koningshuis bij aanwezig: Prinses Wilhelmina, Koningin Juliana em de prinsessen Irene en Beatrix. De laatste was zelfs bruidsmeisje.

Dat was zo bijzonder dat het Polygoon Journaal er opnames van maakte. Deze beelden en vele klassiek 8 mm filmbeelden zijn opgenomen in de documentaire.

De besloten première vond plaats in Paleis Het Loo en de openbare in het Coda-Apeldoorn.

De film op dvd is te koop in de winkels van Paleis Het Loo, bij Nawijn en Polak te Apeldoorn, bij Bruna Epe en Apeldoorn en via www.fidocus.nl of st.fidocus@gmail.com of tel. 0578-621 900.

13 August, 2008

Uitspraak Raad van State WOB-verzoek familie Von Devivere

zaaknummer 200800078/1
datum van uitspraak woensdag 13 augustus 2008
tegen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
proceduresoort Hoger beroep Print deze uitspraak
rechtsgebied Kamer 3 - Hoger Beroep - Wet openbaarheid van bestuur

200800078/1.
Datum uitspraak: 13 augustus 2008

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/3352 van de rechtbank Alkmaar van 6 november 2007 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 mei 2006 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister) het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie met betrekking tot het besluit tot inlijving van de [familie] in de Nederlandse adel, gedeeltelijk afgewezen.

Bij besluit van 3 oktober 2006 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 november 2007, verzonden op 15 november 2007, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 december 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2008.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief, bij de Afdeling ingekomen op 1 april 2008, heeft [appellant] de toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) verleend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 juli 2008, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. F.W. Bleichrodt, advocaat te Den Haag, is verschenen. Tevens is aan de zijde van de minister verschenen drs. M.C.J.M. Hermes, ambtenaar in dienst van het ministerie.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob), voor zover thans van belang, kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Ingevolge artikel 11, eerste lid, wordt, in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.

Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering over persoonlijke beleidsopvattingen informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm.

2.2. In het in bezwaar gehandhaafde besluit van 18 mei 2006 stelt de minister zich op het standpunt dat de artikelen 10 en 11 van de Wob in de weg staan aan openbaarmaking van een deel van de door [appellant] opgevraagde documenten die ten grondslag liggen aan het Koninklijk Besluit van 17 juli 1999, waarbij de [familie] in de Nederlandse adel is ingelijfd (hierna: het inlijvingsbesluit). Ten aanzien van zijn weigering tot openbaarmaking van het inlijvingsverzoek met bijlagen van de [familie], stelt de minister dat deze documenten persoonlijke gegevens bevatten en dat het belang, vermeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob moet prevaleren boven het belang gediend met openbaarmaking. De adviezen van de betrokken bestuursorganen en de ambtelijke nota's met betrekking tot het verzoek om inlijving en de ondertekening van het inlijvingsbesluit, zijn volgens de minister documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad waarin persoonlijke beleidsopvattingen zijn neergelegd. Openbaarmaking van deze documenten heeft de minister geweigerd met een beroep op artikel 11, eerste lid, van de Wob.

2.3. De rechtbank heeft vastgesteld dat de rechtbank 's-Hertogenbosch bij uitspraak van 15 januari 2003 reeds heeft geoordeeld over een verzoek om openbaarmaking van de stukken die ten grondslag liggen aan het inlijvingsbesluit. De rechtbank heeft het verzoek van [appellant] om die reden aangemerkt als een herhaald verzoek en het door hem ingestelde beroep tegen de in bezwaar gehandhaafde gedeeltelijke afwijzing hiervan daarom ongegrond verklaard, reeds omdat door [appellant] geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd.

2.3.1. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, dient bij beantwoording van de vraag of sprake is van een herhaald verzoek, mede in aanmerking te worden genomen of beide verzoeken van dezelfde verzoeker of verzoekers zijn uitgegaan. Nu niet is komen vast te staan dat die situatie zich hier voordoet, heeft de rechtbank zich ten onrechte onthouden van het geven van een inhoudelijk oordeel over de weigering van de minister het verzoek om openbaarmaking volledig in te willigen. Het betoog van [appellant] slaagt in zoverre.

2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep van [appellant] beoordelen.

2.5. [appellant] betoogt dat de minister zijn bezwaar tegen diens weigering een toelichting te geven op het gevoerde inlijvingsbeleid, ten onrechte ongegrond heeft verklaard.

2.5.1. Dit betoog faalt. Blijkens zijn verzoek om openbaarmaking heeft [appellant] de minister verzocht om "alle mogelijke informatie die u mij per post kunt doen toekomen, met betrekking tot de inlijving in de Nederlandse adel van de [familie]". De minister heeft dit verzoek van [appellant], gelet op de formulering hiervan, niet hoeven opvatten als gericht op het verkrijgen van een toelichting op het gevoerde inlijvingsbeleid. In het besluit op bezwaar heeft de minister zich derhalve op het standpunt mogen stellen dat de helderheid van het inlijvingsbeleid in deze procedure niet aan de orde is.

2.6. Voorts heeft de rechtbank, anders dan [appellant] betoogt, zijn verzoek om het verstrekken van een motivering van het inlijvingsbesluit kunnen opvatten als gericht op openbaarmaking van de achterliggende stukken bij dit besluit. Het betoog van [appellant] dat hij heeft bedoeld ingevolge artikel 3:48 van de Awb om een motivering van het inlijvingsbesluit te verzoeken, leidt niet tot een ander oordeel. Het tweede lid van die bepaling ziet op het geval dat vermelding van de motivering van een besluit achterwege is gebleven omdat werd aangenomen dat daaraan geen behoefte bestond. Het alsnog desverzocht verstrekken van die motivering is niet het nemen van een besluit dat vervolgens afzonderlijk, los van het besluit waarop die motivering ziet, vatbaar is voor bezwaar en beroep. Ook dit betoog faalt.

2.7. [appellant] betoogt verder dat met betrekking tot het inlijvingsbesluit onder de minister meer documenten berusten dan de openbaar gemaakte documenten en de documenten waarvan openbaarmaking is geweigerd.

2.7.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 22 augustus 2007 in zaak nr. 200701417/1) is het, wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek van het bestuursorgaan, een bepaald document toch bij dat bestuursorgaan berust. Geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de mededeling van de minister dat onder hem geen andere dan de openbaar gemaakte en geheimgehouden documenten berusten. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd biedt geen grond voor het oordeel dat aannemelijk is gemaakt dat dit standpunt van de minister niettemin onjuist is. Het betoog faalt.

2.8. [appellant] kan evenmin worden gevolgd in zijn betoog dat de minister documenten waarop het verzoek om openbaarmaking ziet en die niet onder hem berusten, van elders dient te vergaren. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 6 mei 2004 in zaak nr. 200305693/1), voorziet de Wob niet in een dergelijke vergaringsplicht.

2.9. [appellant] betoogt ten slotte dat de minister meer informatie openbaar dient te maken dan hij thans heeft gedaan. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 20 april 2005 (zaak nr. 200405981/1) stelt hij zich op het standpunt dat in ieder geval het verzoek van de [familie] om in de Nederlandse adel te worden ingelijfd, openbaar gemaakt dient te worden. Hij verwijst in dit verband naar het door hem overgelegde, door de minister in antwoord op een eerder verzoek om openbaarmaking grotendeels openbaar gemaakte, inlijvingsverzoek van een andere familie. Daarnaast voert hij aan, samengevat weergegeven, dat de informatie die in het kader van een verzoek om inlijving moet worden overgelegd, in overwegende mate feitelijk van aard is. Openbaarmaking van deze informatie kan volgens [appellant] derhalve niet met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob worden geweigerd. Voor zover de minister beschikt over documenten ten behoeve van intern beraad waarin persoonlijke beleidsopvattingen zijn neergelegd, kunnen deze met toepassing van artikel 11, tweede lid, van de Wob openbaar worden gemaakt, aldus [appellant].

2.9.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 28 april 2004 in zaak nr. 200304412/1), kan er, gelet op de aard van het belang als beschermd door de in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e van de Wob geformuleerde uitzonderingsgrond, niet aan worden ontkomen om per document de vraag te beantwoorden of aan dat belang een zodanig gewicht toekomt dat openbaarmaking van de gevraagde gegevens achterwege mag blijven. Deze afweging is door de minister evenwel slechts in haar algemeenheid en niet per concreet document of onderdeel van een document gemaakt. In zoverre berust het besluit op bezwaar niet op een deugdelijke motivering. Daar komt bij dat de Afdeling, na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb van de vertrouwelijk overgelegde stukken kennis te hebben genomen, het niet genoegzaam gemotiveerd acht dat het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer ten aanzien van alle documenten moet prevaleren boven het belang van openbaarheid. Dit geldt in het bijzonder de in de stukken voorkomende stamboomgegevens. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat aan deze stamboomgegevens bij de bestuurlijke besluitvorming naar aanleiding van een inlijvingsverzoek doorslaggevende betekenis toekomt, en dat de publieke controle van inlijvingsbesluiten wordt bemoeilijkt als openbaarmaking van deze gegevens wordt geweigerd. Daarnaast kent de Afdeling gewicht toe aan de omstandigheid dat degene die een inlijvingsverzoek doet, besluitvorming initieert op grond van gegevens die weliswaar van min of meer persoonlijke aard zijn, doch het privéleven niet in zodanige mate raken dat het belang uit dien hoofde bij geheimhouding zonder meer moet prevaleren boven het belang van openbaarmaking ten dienste van publieke controle van die besluitvorming. Voorts blijkt uit de door [appellant] overgelegde nadere stukken, dat de minister in het verleden naar aanleiding van een ander verzoek om openbaarmaking de stamboomgegevens vervat in een inlijvingsverzoek van een andere familie openbaar heeft gemaakt. De minister heeft niet duidelijk kunnen maken waarom destijds wel tot openbaarmaking is overgegaan en openbaarmaking in dit geval is geweigerd.

2.9.2. Ook met betrekking tot de documenten waarvan openbaarmaking met een beroep op artikel 11, eerste lid, van de Wob is geweigerd, heeft de minister niet voldoende gemotiveerd waarom hij zich tot volledige geheimhouding van deze documenten gehouden heeft geacht. Met name ten aanzien van de eerste twee alinea's van een tot deze stukken behorend advies van de Hoge Raad van adel, valt zonder motivering niet in te zien waarom niet tot openbaarmaking is overgegaan, zo nodig met toepassing van het tweede lid van artikel 11 van de Wob.

2.10. Gelet op het vorenoverwogene is het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond. De Afdeling zal het besluit van de minister van 3 oktober 2006 vernietigen. De minister dient met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op het door [appellant] tegen het besluit van 18 mei 2006 gemaakte bezwaar te besluiten.

2.11. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 6 november 2007 in zaak nr. 06/3352;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de minister Binnenlandse Zaken van 3 oktober 2006, kenmerk BK06/51589, voor zover daarbij de weigering tot volledige openbaarmaking van de achterliggende stukken bij het inlijvingsbesluit is gehandhaafd;

V. gelast dat de staat der Nederlanden (het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 355,00 (zegge: driehonderdvijfenvijftig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. C.H.M. van Altena, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Pikart-van den Berg
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2008

350-546.

Raad van State - WOB-verzoek inlijving van de kinderen van prinses Irene in de Nederlandse adel

zaaknummer 200800076/1
datum van uitspraak woensdag 13 augustus 2008
tegen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
proceduresoort Hoger beroep
rechtsgebied Kamer 3 - Hoger Beroep - Wet openbaarheid van bestuur

200800076/1.
Datum uitspraak: 13 augustus 2008



AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nr. 06/2772 van de rechtbank Alkmaar van 6 november 2007 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

1. Procesverloop

Bij brief van 13 februari 2006 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister) het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten en het verstrekken van informatie, afgewezen.

Bij besluit van 17 augustus 2006 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 november 2007, verzonden op 15 november 2007, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 17 augustus 2006 vernietigd voor zover daarbij het bezwaar van [appellant] tegen de gestelde weigering van de minister om duidelijkheid te verschaffen over zijn beleid ten aanzien van het inlijven van personen in de Nederlandse adel (hierna: inlijvingsbeleid) ongegrond is verklaard, het bezwaar van [appellant] in zoverre niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van dit deel van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 december 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 februari 2008.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 april 2008, heeft [appellant] geweigerd de toestemming bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) te verlenen.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 juli 2008, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. F.W. Bleichrodt, advocaat te Den Haag, is verschenen. Tevens is aan de zijde van de minister verschenen drs. M.C.J.M. Hermes, ambtenaar in dienst van het ministerie.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob), voor zover thans van belang, kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Ingevolge artikel 11, eerste lid, wordt, in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.

Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering over persoonlijke beleidsopvattingen informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm.

2.2. Bij e-mailbericht van 16 december 2005 heeft [appellant] de minister verzocht om inlichtingen over het inlijvingsbeleid en de voor inlijving in de Nederlandse adel geldende bewijsvereisten. Voorts heeft hij verzocht om een deugdelijke motivering van het Koninklijk Besluit van 15 mei 1996 tot inlijving van de kinderen van prinses Irene in de Nederlandse adel met toekenning van de titel prins of prinses en het predikaat koninklijke hoogheid (hierna: het inlijvingsbesluit), alsmede om het verstrekken van alle mogelijke informatie met betrekking tot dit besluit.

2.3. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit heeft de minister ter toelichting op het door hem gevoerde inlijvingsbeleid verwezen naar de Wet op de adeldom en de geschiedenis van de totstandkoming daarvan. Voorts heeft de minister feitelijke informatie over de gang van zaken rond de inlijving in de Nederlandse adel van de kinderen van prinses Irene verstrekt. Daarnaast heeft de minister de reeds openbaar gemaakte achterliggende stukken bij het inlijvingsbesluit aan [appellant] doen toekomen en zich ten aanzien van de niet openbaar gemaakte achterliggende stukken op het standpunt gesteld dat artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e en artikel 11, eerste lid, van de Wob aan openbaarmaking van die documenten in de weg staan.

2.4. [appellant] betoogt allereerst dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt, omdat deze niet is gedaan door een onpartijdig en onafhankelijk gerecht.

2.4.1. Dit betoog faalt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat met de voor het ambt van rechter geldende benoemingsvereisten en de benoemingsprocedure is beoogd algemene waarborgen te bieden voor de rechterlijke onpartijdigheid en onafhankelijkheid. Het algemene betoog van [appellant] omtrent de verhouding tussen degenen die met rechtspraak zijn belast en de koning, biedt onvoldoende grond voor het oordeel dat in dit geval niet voldaan is aan de eisen van rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid omdat het aan de rechtbank voorgelegde geschil betrekking heeft op informatie over kinderen van een persoon die tot de koningin in een familierelatie staat. Het betoog behelst geen enkele concrete indicatie dat de rechtbank om die reden niet onafhankelijk en onpartijdig is geweest in haar oordeelsvorming.

2.5. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister zijn bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren voor zover dit was gericht tegen de reactie van de minister op zijn verzoek om uitleg van het inlijvingsbeleid.

2.5.1. Met de rechtbank wordt overwogen dat de reactie van de minister op dit onderdeel van zijn verzoek, niet op rechtsgevolg is gericht en derhalve niet is aan te merken als besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De reactie op een verzoek om uitleg van beleid is geen beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 3 van de Wob en het verschaffen van die uitleg is niet gericht op rechtsgevolg. Gelet hierop, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de minister het tegen de door hem gegeven reactie gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Het betoog faalt.

2.6. Voorts heeft de rechtbank, anders dan [appellant] betoogt, zijn verzoek om het verstrekken van een motivering van het inlijvingsbesluit kunnen opvatten als gericht op openbaarmaking van de achterliggende stukken bij dit besluit. Het betoog van [appellant] dat hij heeft bedoeld ingevolge artikel 3:48 van de Awb om een motivering van het inlijvingsbesluit te verzoeken, leidt niet tot een ander oordeel. Het tweede lid van die bepaling ziet op het geval dat vermelding van de motivering van een besluit achterwege is gebleven omdat werd aangenomen dat daaraan geen behoefte bestond. Het alsnog desverzocht verstrekken van die motivering is niet het nemen van een besluit dat vervolgens afzonderlijk, los van het besluit waarop de motivering ziet, vatbaar is voor bezwaar en beroep. Ook dit betoog faalt.

2.7. [appellant] betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zijn verzoek, voor zover dit ziet op het verkrijgen van de achterliggende stukken bij het inlijvingsbesluit, strekt tot het in het leven roepen van hetzelfde rechtsgevolg als werd beoogd met een eerder door [familie appellant] bij de minister ingediend verzoek. De rechtbank heeft het verzoek van [appellant] om die reden aangemerkt als een herhaald verzoek en het door hem ingestelde beroep tegen de in bezwaar gehandhaafde gedeeltelijke afwijzing hiervan daarom ongegrond verklaard, reeds omdat door [appellant] geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd.

2.7.1. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, dient bij beantwoording van de vraag of sprake is van een herhaald verzoek, mede in aanmerking te worden genomen of beide verzoeken van dezelfde verzoeker of verzoekers zijn uitgegaan. Nu niet is komen vast te staan dat die situatie zich hier voordoet, heeft de rechtbank zich ten onrechte onthouden van het geven van een inhoudelijk oordeel over de weigering van de minister het verzoek om openbaarmaking volledig in te willigen. Het betoog van [appellant] slaagt in zoverre.

2.7.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover de rechtbank geen inhoudelijk oordeel heeft gegeven over de in bezwaar gehandhaafde weigering van de minister om alle achterliggende stukken bij het inlijvingsbesluit openbaar te maken. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep van [appellant] in zoverre beoordelen.

2.8. Door zijn weigering de Afdeling de in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb bedoelde toestemming te verlenen, heeft [appellant] de Afdeling in zoverre de mogelijkheid ontnomen de rechtmatigheid van het bestreden besluit te toetsen. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 16 juli 2008 in zaak nr. 200706900/1), volgt dat de gevolgen van een dergelijke weigering in beginsel voor rekening komen van degene die de toestemming heeft geweigerd. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd biedt geen grond hierop een uitzondering te maken. De Afdeling gaat er voorts van uit dat de minister openbaarmaking heeft geweigerd van de stukken waarover de Afdeling eerder (uitspraak van 20 april 2005 in zaak nr. 200405981/1) naar aanleiding van eenzelfde verzoek als thans voorligt, heeft geoordeeld dat openbaarmaking daarvan achterwege mocht blijven, nu de minister dit in zijn besluit op bezwaar heeft gesteld en dit standpunt door [appellant] niet is bestreden. Hetgeen door [appellant] is aangevoerd biedt geen grond over de rechtmatigheid van die weigering thans anders te oordelen. De Afdeling zal het beroep van [appellant] in zoverre daarom alsnog ongegrond verklaren.

2.9. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 6 november 2007 in zaak nr. 06/2772, voor zover de rechtbank daarbij geen inhoudelijk oordeel heeft gegeven over het besluit van de minister van 17 augustus 2006, kenmerk BK06/50991, voor zover bij dat besluit de weigering is gehandhaafd tot openbaarmaking van alle achterliggende stukken bij het Koninklijk Besluit van 15 mei 1996 tot inlijving van de kinderen van prinses Irene in de Nederlandse adel met toekenning van de titel prins of prinses en het predikaat koninklijke hoogheid;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep in zoverre ongegrond;

IV. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

V. gelast dat de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 214,00 (zegge: tweehonderdveertien euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.F.N. Pikart-van den Berg, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. Pikart-van den Berg
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2008

350-546.

10 August, 2008

"Kaiserliches Präsent. Ein Hochmeisterkreuz des 18. Jahrhunderts" - Kabinettsausstellung bis 22. November 2008


Lange verschollenes Kleinod kehrt zurück ins Wiener Ordenshaus.

In der Schatzkammer des Deutschen Ordens präsentieren wir ein großes, ehemals mit Brillanten besetztes Halskreuz, das ein Geschenk Kaiser Karls VI. an den Hoch meister des Deutschen Ordens war und sich über 200 Jahre in Ordensbesitz befand.

Als der Orden 1938 durch die Nationalsozialisten aufgelöst wurde, war das Kreuz jedoch schon verschwun den, und seine Spur ließ sich auch nach 1945 nicht wieder aufnehmen. Erst im letzten Jahr tauchte das Kreuz überraschend wieder aus Privatbesitz in der Öffentlichkeit auf - angesichts des letztlich geringen Umfanges an Kunst des Deutschen Ordens wahrhaft eine Sensation.

Erstmals kehrt dieses Kreuz nun als Leihgabe wieder in das Deutschordenshaus neben dem Stephansdom zurück und wird im Rahmen einer Kabinettsausstellung inmitten verschiedener Bilder und Dokumente gezeigt, die die verschlungenen Wege nachzeichnen, die das Kreuz in den vergangenen drei Jahrhunderten genommen hatte.

Die Schatzkammer des Deutschen Ordens, gelegen in unmittelbarer Nähe des Stephansdoms, ist eine der ältesten Kunstsammlungen in Wien. Angesichts der über 800-jährigen Geschichte des Ordens, die sich geographisch von der Kreuzfahrerburg Akkon in Palästina über die Ränder Europas, von Sizilien und Spanien über Preußen bis schließlich Österreich erstreckt, nimmt die Schatzkammer einen Rang von europäischer Bedeutung ein. Durch enge Verbindungen mit den Habsburgern ist die Geschichte des Ordens auf zudem mannigfache Weise mit der österreichischen Geschichte verschränkt.

In den fünf Räumen des Wiener Ordenshauses präsentieren sich Ihnen die Schätze einer bewegten Vergangenheit, das Kunstverständnis bedeutender Ordensmitglieder und die Verbundenheit des Ordens zum zeitgenössischen Kunsthandwerk und seinen Schöpfern. Der Schwerpunkt der Sammlung liegt in den Epochen von Gotik, Renaissance, Barock und Historismus. Sie sehen sakrale und profane Kunstgegenstände, Insignien, Münzen und Medaillen des Ordens und die berühmte Kollektion überreich verzierter orientalischer Waffen. Hier begegnen Ihnen kostbares Tafelgeschirr, Uhren, Gläser und Gefäße von origineller Formgebung, Altargemälde und Bildnisse zahlreicher Hochmeister. Als frühes Zeugnis der Sammelleidenschaft der Habsburger sind Teile der Kunstkammer des Hochmeisters Erzherzog Maximilian III. auf die Schatzkammer überkommen.

Source: www.deutscher-orden.at

27 July, 2008

Order of SS. Maurice and Lazarus - A historical account



The Order of SS. Maurice and Lazarus emerged from the fusion of the Order of St. Maurice, founded under Amadeus VIII, first Duke of Savoy, in 1434 and the Order of Lazarus, founded in Palestine, probably around the year 1060, before the first Crusade. Shortly after, Amadeus VIII was elected anti-pope by the Fathers of the Council of Basel in 1439 and took the name of Felix V. He abdicated in 1449 after recognizing the true Pope Nicholas V (1447-1455).

The aims of the Order of St. Maurice were to serve God, leading a monastic life, and to assist the State in its needs. The choice of its members was very meticulous: they had to be irreproachable in every aspect. Having remained dormant for a long time, Gregory XIII recognized it as a military-religious Order in 1572 and in the following year he authorized the fusion of the Order of St. Lazaraus with it under the rule of St. Augustine, already adopted by the Order of St. Maurice.

The specific object of the Order of St. Lazarus was to assist the lepers in the Holy Land wherever there was a particular need of such an apostolate. Its Master was himself always a leper, and many of the Knights suffered from the same disease. The Order enjoyed the protection and help of many Sovereigns and especially Popes, most of all of Clement IV (1265-1268) .

Compelled to leave the Holy Land in 1291, the Order repaired to the Kingdoms of Naples and Sicily, and of France. Its main seat was the famous St. Lazarus hospital for lepers near Capua from the fifteenth to the sixteenth century. The decline began with the struggle for the Grand Mastership of the Order and the loss of many of its estates. To save the Order from total collapse, Pius II ( 1458-1464) tried to unite it with other Orders in 1459 so as to form the Militia of St. Mary of Bethlehem, but without success. Sixtus IV ( 1471-1484) also tried to fuse it with the Order of St. John at Jerusalem, but likewise in vain. Finally united with the Order of St. Maurice with the full support of the papacy, it assumed a hospitaller and military character adding to its original aim, that of the defense of the Holy See. All attempts to persuade the French branch of the Order of St. Lazarus to join in the fusion having failed, this branch was finally united with the Order of Our Lady of Mount Carmel.

The French branch of the Order of St. Lazarus was introduced into Britain by Roger de Mowbray, who was created the First Baron Mowbray in 1283 and who founded a St. Lazarus Hospital for Lepers on his own land near Melton Mowbray. However, the Order of Our Lady of Mount Carmel and St. Lazarus was finally abolished in 1830, and the Holy See does not recognize any Orders operating under the name of St. Lazarus.

The Order of SS. Maurice and Lazarus emerged from the fusion of the Order of St. Maurice, founded under Amadeus VIII, first Duke of Savoy, in 1434 and the Order of Lazarus, founded in Palestine, probably around the year 1060, before the first Crusade. Shortly after, Amadeus VIII was elected anti-pope by the Fathers of the Council of Basel in 1439 and took the name of Felix V. He abdicated in 1449 after recognizing the true Pope Nicholas V (1447-1455).

The Order of SS. Maurice and Lazarus prospered immensely from the fusion and the support it was given by the House of Savoy and the Papacy. It thus became so famous that many European Sovereigns would recommend their most illustrious Knights for admission to it. Over the centuries it continued to progress in many areas for the good of mankind and became powerful and very rich. In 1860 King Victor Emmanuel II of Italy (1861-1878) assigned to it the estates belonging to the Sacred- and Military Constantinian Order of St. George, which had been suppressed following the annexation of Parma to the Italian Kingdom. In 1868 he reformed it more on the lines of an Order of Merit without diminishing its prestige. It underwent several other reforms until, having lost his Kingdom, former King Umberto II of Italy took the Order of SS. Maurice and Lazarus with him into exile where he continued to bestow it. Both Orders belong now in the category of Catholic Dynastic Orders bestowed by a legitimate successor of a Sovereign in exile.

On 3 March 1951, the President of the Italian Republic instituted the Order Al Merito della Repubblica Italiana to take the place of the Order of SS. Maurice and Lazarus which had been officially abolished by the legislature and the executive of the Republic. The accepting and wearing of the decorations of the Order of SS. Maurice and Lazarus was outlawed. The Republic of Italy considered the Order as belonging to the former Crown of Italy and therefore to the State and felt justified in abolishing it and substituting it with another Order. Former King Umberto, however, insisted on the dynastic character of the Order, and, when the reign of the House of Savoy ended in 1946 and he went into exile after less than one month as King of Italy, he took the Order of SS. Maurice and Lazarus with him and continued to bestow it abroad. The Holy See never ceased to recognize the former King's Grand Mastership of the Order because of its dynastic nature and historic development.

King Umberto II died in exile on 18 March 1983. The Grand Mastership of the Order of the Most Holy Annunciation and the Order of SS. Maurice and Lazarus passed to the King's son, Prince Victor Emmanuel, prince of Naples, who became the Head of the Royal House of Savoy on the death of his father. Today the order is conferred by Prince Victor Emmanuel, to recognize those who support philanthropic causes and have contributed to the benefit of mankind through good works, the arts and letters, sciences and humanitarian disciplines. The Holy See recognizes it as a Dynastic Order, although recipients need not be Roman Catholics. The Chancellery of the Order is based in Geneva. In 2001, the Grand Master appointed his son, H.R.H. Prince Emmanuel Philibert of Savoy, whose ancestral namesake had been the first Grand Master of the Order, to serve as Grand Chancellor.

Composed of five classes, the Order's badge consists of its original white enamel cross botonnee combined with the green cross potence of St. Lazarus, and surmounted by a gold crown.

25 July, 2008

Prince William's tribute to Diana, Princess of Wales


Prince William has incorporated a touching tribute to his late mother in his newly unveiled crest to mark his inauguration into the world's oldest order of chivalry.

The Prince, who last month became the 1,000th Knight of the Garter, has included a small red escallop or sea shell in the centre of the design.

It is a poignant touch to honour the memory of his mother Diana, Princess of Wales who died in 1997.

Since the end of the 16th century the scallop has been the symbol of the Spencer family coat of arms and it was also used by the Princess.

The decision to recognise his mother is a break with tradition as it is highly unusual for members of the Royal Family to include maternal symbols in their heraldic emblems.

The scallop was included at the insistence of the Prince, 26, who took a keen interest in the design.

The crest will now be mounted above his seat at St George’s Chapel in Windsor Castle where the Prince was formally appointed to the elite order by the Queen in a ceremony last month. .

It was carved in lime wood as has been the tradition since the Order was established by Edward III in 1348.

In medieval times they were worn on top of knight’s helmets in battle and lime wood was used because it was light, strong and durable. There are several layers of 24 carat gold leaf and they are designed to last 1,000 years.

Membership of the Order of the Garter is traditionally given to those who have held public office, have contributed to national life or who have served the Queen personally. The Prince has become one of the order’s Royal Knight Companions, which recognises his seniority within the royal family.

The origins of the Order of the Garter, whose symbol is a blue garter worn below the knee, will probably never be known for certain because the earliest records of it were destroyed by fire.

Ian Brennan, the sculptor from Hampshire who worked on the design for four weeks, said: “It is a really nice gesture that Prince William has acknowledged his late mother in the design. It is also fairly unusual in royal circles.

”It is made of lime wood, as is the tradition, and there are several layers of 24 carat gold leaf. They are designed to last 1,000 years. Each crest is unique to each member of the Order of the Garter.”

The three scallop shells on the Spencer family Coat of Arms are in white but Prince William’s is in red to make it stand out on the white band around the lion’s neck.

Peter Gwynn-Jones, garter principal King of Arms at the College of Arms, said: “It is a welcome innovation to incorporate maternal symbols into the Royal Family’s arms and it is something that Prince William and his family wanted to do.

“In the fullness of time, Prince William’s Arms will change as the Prince of Wales’ shall, but a precedent has been set here that others in the Royal Family may well follow.”

The Order consists of the Queen who is Sovereign of the Order, Prince Charles who automatically became a member when he became the Prince of Wales in 1958, and 24 Knights Companions.

The Duke of Edinburgh joined the Order in 1947 on his marriage to then Princess Elizabeth, the Princess Royal in 1994 and the Duke of York and the Earl of Wessex in 2006 to mark the Queen’s 80th birthday. Other members include Baroness Thatcher.


Source: telegraph.co.uk

19 July, 2008

Mislukt adelsbeleid

Samenvatting van de lezing zoals gehouden op de Familiedag door Titus von Bönninghausen tot Herinkhave

Sinds 1994 is er een officiële wet waarin opname in de Nederlandse Adel wordt geregeld. Gemiddeld verdwijnt er bij de Nederlandse Adel door uitsterven één naam per jaar. Door de mogelijkheid van 'inlijving' kan dit echter gelukkig ook weer worden aangevuld met leden van andere geslachten. Omdat er sinds de Wet op de adeldom (1994) door de minister van Binnenlandse Zaken een terughoudend adelsbeleid wordt gevoerd, zou het extra lastig moeten zijn om te kunnen worden ingelijfd. Het geslacht waaruit de verzoek(st)er stamt dient namelijk te behoren tot 1: de wettelijk erkende adel van een land met 2: een vergelijkbaar adelsstatuut ('statuut' wil zeggen: de manier waarop adel wordt verkregen en wordt doorgegeven). In het navolgende zal blijken dat alle verzoeken tot inlijving hadden kunnen worden afgewezen, of althans dat niet de vroegere rang had hoeven te worden verleend. Het is mooi dat de adel wordt versterkt met nieuwe opnames. Maar er ontstaat wel een probleem, waar verzoeken tot inlijving worden afgewezen, bijvoorbeeld indien het Duitse of Franse adel betreft. Het adelsbeleid krijgt zo een volstrekt willekeurig karakter. Leden van de volgende geslachten zijn door inlijving tot de adel van ons land gaan behoren:

1. Prins(es) de Bourbon de Parme, vanwege Spaanse adel (1996). De Hoge Raad van Adel stelt als adviseur van de minister dat Italië (Parma) of Frankrijk (de Bourbon) geen wettelijk erkende adel heeft. Navraag door ondergetekende bij de Spaanse overheid leverde echter op dat Spanje weliswaar wettelijke adel heeft, maar dat leden van de Bourbon de Parme daartoe niet hebben behoord. De Nederlandse inlijving is dus onrechtmatig. Overigens werd in Nederland tevens het predikaat koninklijke hoogheid verleend, waardoor ons land thans twee koninklijke families telt. In België is er maar één koninklijke familie. Prins Lorenz de Habsbourg, echtgenoot van prinses Astrid, is er doorluchtige hoogheid. De Bourbon is de oudste West-Europese familie.

2. De Lange (van Bergen), vanwege Deense adel (1996). De Deense Grondwet bepaalt dat 'voorrechten verbonden aan adel, titel of rang zijn afgeschaft'. De Hoge Raad van Adel redeneerde ruimhartig: 'dus is er adel, anders kun je geen rechten afschaffen'. De Raad leest aldus meer dan er staat, want feitelijk laat de Deense wet zich niet over adel uit. Er is dus geen wettelijke adel in die monarchie, zodat de inlijving onrechtmatig is. Overigens is ongetitelde adel in Denemarken onzichtbaar, er zijn geen distinctieven als 'von, de, jonkheer'.

3. Ridder von Devivere, vanwege Belgische adel (1999). Het Zuid-Nederlandse diploma van een voorouder uit 1792 met de titel ridder, dat in de Napoleontische tijd verviel is later niet opnieuw in België (of Duitsland waar de familie woonde) bevestigd. Von Devivere behoorde tot geen enkele wettelijke adel. Ook hier is de inlijving, waarbij de titel van ridder is gehomologeerd, onrechtmatig.

4. Baron Prisse, vanwege Belgische adel (2001). Een voorouder werd in 1844 verheven; in 1921 baron bij eerstgeboorte. De Nederlandse inlijving is terecht, maar de titel baron is zeer welwillend. Want zuivere verheffingen kwamen in Nederland in 1921 niet meer voor, zeker niet met een titel. Ruyssenaers werd in 1904 verheven en de hoogbejaarde jhr. Van Lawick van Pabst kreeg in 1906 rangverhoging als baron. Latere verheffingen betroffen leden van geslachten die reeds tot de Nederlandse adel behoorden zoals Van Rijckevorsel (1936), De Beaufort (1937), of Van Buttingha Wichers (1938). Bij Van Valkenburg (1939) ging het om een regentenfamilie t.t.v. de Republiek.

5. Ollongren, vanwege Zweedse adel (2002). Sinds 1975 is in Zweden de mogelijkheid van verheffen of inlijven afgeschaft. Adellijke titulatuur wordt sedertdien niet in officiële documenten opgenomen; voor ongetitelde adel maakt het geen verschil. Overigens dateerde de laatste opname in de adel er van 1917 (zie C. Hallendorff: Sveriges Riddarhus). Strict genomen is het adelsstatuut er afwijkend; iemand met oorspronkelijk Nederlandse adel kon in 2002 niet tot de Zweedse adel toetreden. De Nederlandse inlijving is dus genereus. (Sinds 2003 is adel in Zweden overigens uitdrukkelijk een privé organisatie en niet wettelijk).

De inlijving van vooral De Bourbon de Parme laat nog een merkwaardige consequentie van de Wet zien. Aangezien de hertogelijke tak Parma als jongere tak van het huis Bourbon tot meerdere adellijke stelsels behoorde, zou hij meer kans maken bij een inlijving hier. Vergelijk een familie als markies Imperiali, de hoofdtak blijft in het Italiaanse stamgebied en een jongere tak zwermt uit en vestigt zich in België. Terwijl de hoofdtak traditioneel meer prestige heeft, is het voor de Nederlandse situatie bij inlijving dan gunstiger tot een jongere tak te behoren. De conclusie dringt zich daarom op, mede gezien het voorgaande, dat het criterium van 'wettelijk erkende adel van een land' verkeerd is. Het is grievend voor adel die in Nederland buiten de boot valt, zoals dat bij de prinselijke familie de Bourbon de Parme het geval was bij een juiste toepassing van de Wet.

Tot slot moge hier de Duitse adel worden belicht, die niet wettelijk zou zijn volgens het betreffende advies van de Hoge Raad van Adel en dus niet voor inlijving in aanmerking komt. In Duitsland gelden adellijke distinctieven slechts als deel van de naam (sinds 1919). Daarmee zou een Duitse Graf of Freiherr (=Baron) wezenlijk iets anders zijn dan een Nederlandse graaf of baron. De Hoge Raad van Adel argumenteert dat de adel bij ons een zaak van publiek recht is en de Oosterburen het via het privaatrecht regelen. Deze redenatie is m.i. te oppervlakkig, zoals een voorbeeld moge verduidelijken. Vorig jaar overleed in Westfalen de eega van Constantin Freiherr Heereman von Zuydtwyck. Als echtgenote was zij Freifrau Heereman von Zuydtwyck (geb. Freiin [barones] von Wrede) en dus niet Freifrau Heere'frau' en al helemaal niet Freifrau 'Damenfrau' von Zuydtwyck. Het zelfstandig naamwoord Freiherr is dus geen deel van de naam, maar geldt als zodanig; daarom de vrouwelijke varianten (of bijv. bij adresseren: Freiherrn Heereman v. Zuydtwyck). Ook in Nederland hangt een adellijk distinctief met de achternaam samen. Het wezenlijke in beide landen is de adellijke genealogie. En in Duitsland is het distinctief beschermd via het naamrecht, zodat het automatisch in de officiële papieren staat (terwijl er in Nederland om moet worden gestreden).

De Wet op de adeldom is dus ongelukkig en de toepassing van de Wet is dat in nog hogere mate.

Titus von Bönninghausen tot Herinkhave

The extended family of Nicolas Sarkozy (de Nagy-Bocsa)


The SARKOZY de NAGY-BOCSA family, with the first known ancestor Mihaly (Michael) captured and executed by the Turks in 1562, is recorded in the Béla Kempelen nobiliary with a nobility renewal in 1628 by Emperor Ferdinand II, King of Hungary.

The French SARKOZY family history and evolution is very successful and rare among Central European émigré families: from the flamboyant father to the brothers and half-brother of Nicolas, all have known a extraordinary career and have occupied a more and more important place in the social, business and political spectrum of Paris.

Nicolas SARKOZY (de NAGY-BOCSA), président de la République française depuis le 6 mai 2007 et à ce titre: grand maître de l’Ordre national de la Légion d’honneur, grand maître de l’Ordre national du Mérite (ainsi que co-prince d’Andorre, chanoine honoraire de Saint-Jean de Latran à Rome, proto-chanoine de la Cathédrale d’Embrun en Provence et chanoine honoraire de la Cathédrale de Saint-Jean-de-Maurienne en Savoie), candidat de l’UMP à l’élection présidentielle le 14 janvier 2007, ministre d’Etat et ministre de l’Intérieur et de l’Aménagement du Territoire (gouvernement Dominique de Villepin) 31 mai 2005-26 mars 2007, président de l’Union pour un Mouvement Populaire (UMP) depuis novembre 2004, ministre de l’Economie, des Finances et de l’Industrie 31 mars 2004-novembre 2004, ministre de l'Intérieur, de la Sécurité intérieure et des Libertés locales (gouvernement Jean-Pierre Raffarin) mai 2002-mars 2004, ministre du Budget et porte-parole du Gouvernement (gouvernement Edouard Balladur) 1993-1995, membre de l’Assemblée nationale 1988-2002 et 13 mars 2005-2 juin 2005, président du Conseil général des Hauts-de-Seine depuis 2004, conseiller régional d’Ile-de-France 1983-1988, vice-président du Conseil général des Hauts-de-Seine 1986-1988, maire de Neuilly-sur-Seine 1983-2002, titulaire de nombreuses fonctions du Rassemblement Pour la République (RPR) 1977-2002, conseiller municipal de Neuilly-sur-Seine 1977-1983, actionnaire du cabinet d’Arnaud Claude depuis 2002, associé des avocats Arnaud Claude et Michel Lebovici 1982-1993 et 1995-2002, associé chez l’avocat Danet 1982-1987, avocat septembre 1981, maître en droit privé 1978, licencié en droit de l’Université Paris X Nanterre, études primaires et secondaires au Lycée Chaptal et au Cours St-Louis (de-Monceau) à Paris, chevalier de la Légion d’honneur en février 2005, Honorary Knight Grand Cross of the Order of the Bath le 26 mars 2008, Collar of Independence (Qaladat Al Istiqlal) (Qatar) le 14 janvier 2007, commandeur de l’Ordre de Léopold (Belgique), grand-croix de l’Ordre royal et illustre de Charles III (Espagne) 21 janvier 2004, décoré de l’Ordre de Stara Platina (Bulgarie), °Paris 17e le 28 janvier 1955 (catholique), X
1° (civ) Neuilly-sur-Seine 23 septembre 1982 et (rel) église St-Pierre-de-Neuilly 23 septembre 1982 (divorce en 1996 après 10 ans de séparation) Marie-Dominique (Marie) CUCIOLI, militante à l’UDR (Union des Démocrates pour la République) c1975-c1982, hôtesse de l'air, née à Vico, fille de Henry CUCIOLI, pharmacien à Vico (Corse) et de Rosine BIANCARELLI (fille de François BIANCARELLI, maire de Vico 1919-1935 en Corse),
2° Neuilly-sur-Seine 23 octobre 1996 (divorcent par consentement mutuel le 15 octobre 2007) Cécilia CIGANER ALBENIZ, née CIGANER, autorisée à porter le nom CIGANER ALBENIZ 1979, mannequin chez le couturier Serge Lepage (Schiaparelli), études secondaires à l'Institut de l'Assomption-Lübeck (Congrégation des Soeurs de l'Assomption), °Boulogne-Billancourt 12 novembre 1957 (X 1° Neuilly-sur-Seine 10 août 1984, divorce en 1989, Jacques MARTIN, animateur TV, °Lyon le 22 juin 1933, décédé du cancer à l’Hôtel du Palais à Biarritz le 14 septembre 2007, (X 1 Anne LEFEVRE, dont David MARTIN, animateur TV, et Elise MARTIN; père avec Danièle EVENOU, de Frédéric MARTIN, animateur radio, et Jean-Baptiste MARTIN, acteur, 3 Céline BOISSON, dont Juliette MARTIN et Clovis MARTIN), 3° New York 23 mars 2008 Richard ATTIAS, organisateur d’évènements dans le groupe Publicis ….-2008, °Fez, Maroc 19 novembre 1959, X 1 …. , dont Alexandra ATTIAS), fille d’André CIGANER, né Aron CHOUGABOV à Belz (Roumanie) 1898, fourreur à Paris, d’origine tsigane roumaine, et de Teresita (dite Diane) ALBENIZ de SWERT, °Madrid, fille d'Alfonso ALBENIZ, ambassadeur d’Espagne à la Société des Nations à Genève (°1860, ?), et de Rosaline (Rosette) de SWERT, d’Anvers, et arrière-petite-fille du compositeur espagnol Isaac ALBENIZ,
3° Palais de l’Elysée, Paris 2 février 2008 Carla BRUNI TEDESCHI, mieux connue sous le nom de Carla BRUNI, aujourd’hui nommée Carla BRUNI SARKOZY depuis son mariage, auteur-compositrice-interprète, chanteuse, Prix Raoul-Breton 2003 (Sacem), actrice 1995-1997, mannequin 1987-1997, née à Turin, Italie le 23 décembre 1967 (mère d’Aurélien ENTHOVEN avec Raphaël ENTHOVEN, professeur de philosophie, fils de Jean-Paul ENTHOVEN, compagnon de Carla BRUNI ; marié à et divorcé de Judith LEVY, fille de Bernard-Henri LEVY, philosophe, et d’Isabelle DOUTRELUIGNE, mannequin), fille de Alberto BRUNI TEDESCHI, compositeur d’opéra et industriel (groupe industriel repris par PIRELLI), fille biologique de Maurizio REMMERT (X Marcia De LUCA), et de Marysa BORINI, pianiste concertiste.

SONS/FILS :
a) (de Marie CUCIOLI) Pierre SARKOZY de NAGY-BOCSA, °1985.
b) (de Marie CUCIOLI) Jean SARKOZY de NAGY-BOCSA, conseiller général des Hauts-de-Seine depuis 2008, °1987, fiancé en juin 2008 à Jessica SEBAOUN, fille de Marc-André SEBAOUN, jockey et propriétaire de chevaux, et d’Isabelle DARTY (X 2 Guy MARUANI, père d’Amanda STHERS, ex-épouse de Patrick BRUEL)
c) (de Cécilia CIGANER ALBENIZ) Louis SARKOZY de NAGY-BOCSA, °28 avril 1997 (parrain: Martin Bouygues).
SON OF CARLA BRUNI SARKOZY BY RAPHAËL ENTHOVEN/FILS DE CARLA BRUNI SARKOZY AVEC RAPHAËL ENTHOVEN :
d) Aurélien ENTHOVEN, °2001

CHILDREN OF CECILIA SARKOZY AND HER FIRST HUSBAND JACQUES MARTIN/ENFANTS NES DU MARIAGE DE CECILIA SARKOZY AVEC JACQUES MARTIN :
e) Judith MARTIN, études primaires au Collège Ste-Marie-de-Neuilly, °1984 (parrain : Nicolas SARKOZY).
f) Jeanne-Marie MARTIN, études primaires au Collège Ste-Marie-de-Neuilly, °1987 (marraine : Marie CUCIOLI, 1ère épouse de Nicolas SARKOZY), X Paris (VIIe arrondissement) (église Saint-Pierre de Neuilly) le 10 mai 2008 Gurvan RALLON, educ Ecole des Mines, °c1984, fils de Max RALLON, docteur en médecine, radiologue, et de Marithé …., de La Réunion

BROTHERS/FRERES :
1.1 Guillaume SARKOZY de NAGY-BOCSA, délégué général de Mederic (actrice de la protection sociale complémentaire en France) depuis juillet 2006, président du directoire de Resalliance Conseil et conseiller en ressources humaines au groupe Resalliance depuis 2006, vice-président du Mouvement des Entreprises de France (MEDEF, anciennement Conseil national du Patronat français ou CNPF) 2000-2005, président de l’Union des Industries Textiles (UIT) 2000-2006, ancien vice -président de la Caisse nationale d’Assurance Maladie (CNAM), président-directeur général (PDG ou CEO) 1981-22 septembre 2005 puis président 2005-2006 de Tissage de Picardie, président-directeur général (PDG ou CEO) de Velveterie 1990-…. (fusionné avec Tissage de Picardie), président-directeur général (PDG ou CEO) de Tissage Rinet 1985-…. (fusionné avec Tissage de Picardie), directeur général de Tissage de Picardie 1979-1981, ingénieur commercial chez IBM France 1976-1979, chargé de mission à la Direction de la Sécurité civile au Ministère de l’Intérieur 1974-1976, chevalier de la Légion d’honneur, ingénieur de l’Ecole spéciale des travaux publics (ESTP) à Paris, études secondaires avec le Lycée Janson-de-Sailly à Paris, études primaire avec le Cours St-Louis (de-Monceau) à Paris, °Paris 18 juin 1951 (catholique), marié (en mars 2004 à Christine MULOT), 3 enfants
1.3 François SARKOZY de NAGY-BOCSA, promoteur de LongeviTV.com (une webTV sur la longévité) avec François de la Brosse le 22 avril 2008, membre indépendant et vice-président du conseil de surveillance de BioAlliance Pharma depuis 2005, senior partner de propriétaire de AEC Partners, chercheur en biologie et pédiatre (International Project Manager for Antibiotics at Roussel Uclaf), interne des Hôpitaux de Paris, MBA (Institut européen d'administration des affaires ou INSEAD), diplôme d'études approfondies (DEA) de physiologie respiratoire, docteur en médecine de l'Ecole de Médecine de Paris, études au Cours St-Louis (de-Monceau) et au Cours Hattemer, °6 juin 1959 (catholique), ), X 1 …., 2 Sophie GARAUDET aussi connue sous le nom de Sophie DOUZAL-SARKOZY, directrice du Bureau de Presse Douzal-Sauvage (Douzal Communications ou Douzal Sauvage Communications), membre du Comité Colbert. Père de :
1.3.1 (de sa 1ère épouse) Katinka SARKOZY de NAGY-BOCSA, °1991
1.3.2 (de Sophie GARAUDET) Arpad SARKOZY de NAGY-BOCSA, °2002
1.3.3 (de Sophie GARAUDET) Anastasia SARKOZY de NAGY-BOCSA, °2003

HALF-SISTER AND HALF-BROTHER (children of Paul SARKOZY de NAGY-BOCSA by his 3rd wife Christine de GANAY)/DEMI-SOEUR ET DEMI-FRERE (enfants de Paul SARKOZY de NAGY-BOCSA et de sa 3ème épouse, Christine de GANAY):
1.4 Caroline SARKOZY de NAGY-BOCSA, X François FOURNIER, dipl ENA, °Hauts-de-Seine le 11 avril 1950, dont postérité.
1.5 Pierre Olivier SARKOZY de NAGY-BOCSA (P. Olivier SARKOZY), Managing Director and co-head of the Global Financial Services group of The Carlyle Group à New York, chef du groupe institutions financières (head of the Financial Institutions Group or FIG) chez UBS Warburg à New York février 2006-.... et co-chef (co-head) mars 2002-février 2006, spécialiste en fusions et acquisitions chez Credit Suisse First Boston ….-mars 2002, Master in medieval history (with honors) St Andrews University (Ecosse), marié.

PARENTS (2ND GENERATION) :
2 Pal (Paul) SARKOZY de NAGY-BOCSA, publicitaire, avec la Légion étrangère à Sidi Bel Abbes (Algérie) 1945-28 novembre 1948, études dans un collège prémontré privé du Valais en Suisse, °Budapest le 5 mai 1928 (protestant), X 1° (civ) Paris 17e 8 février 1950 & (rel) St-François-de-Sales 9 février 1950 (divorce en 1959) Andrée (dite Dadu) MALLAH (voir ci-après 3); 2° Mélinda d’ELIASSY, °Budapest le 16 avril 1942, ?? le 15 décembre 2004 (X 2 Alfonso CALPARSORO, 3 don Luis RUSPOLI y Morenes, marquis de BOADILLA del MONTE), fille de Ivan d’ELIASSY et de Véronique MALLET (des barons MALLET de CHALMASSY); 3° 1964 ou 1966 ? (divorce en 1970) Christine de GANAY (X 2 28 juin 1976 Frank George WISNER II, ancien sous-secrétaire d’Etat au Département de la Défense 1993-1994, ancien ambassadeur des Etats-Unis d’Amérique en Inde juillet 1994-juillet 1997, aux Philippines 1991-1992, en Egypte 1986-1991 et en Zambie 1979-1982, °New York 2 juillet 1938, veuf de Geneviève de VIREL), fille de Philippe de GANAY et de Marie-Hélène BLANCHY ; 4° Inès ….
3 Andrée (dite Dadu) MALLAH, avocat au Barreau de Nanterre, études au Cours Dupanloup à Boulogne, °Paris le 12 octobre 1925.

GRANDS-PARENTS/GRANDPARENTS (3RD GENERATION) :
4 György SARKOZY de NAGY-BOCSA, bourgmestre adjoint de Szolnok, lieutenant, °Szolnok, Hongrie 16 mars 1896 (protestant), ? (inhumé à Szolnok), X Szolnok (Hongrie) 20 septembre 1921
5 Katalin dite Katinka TOTH de CSAFORD, agent immobilier, °Szolnok, Hongrie 12 janvier 1902 (catholique), ?? 2000
6 Aaron Beniko dit Benedict (Benoît) MALLAH, chirurgien, médecin urologue (juif séfarade, converti à la religion catholique 1917), rejoint le Lycée Lakanal à Sceaux 1904, de Thessalonique (Salonique), Grèce, °Salonique 8 juin 1890, ??sur-Seine 10 octobre 1972, X octobre 1917
7 Adèle BOUVIER, infirmière, °Lyon 5 mars 1891, ? 24 février 1956 (catholique).

ARRIERE-GRANDS-PARENTS/GREAT-GRANDPARENTS (4TH GENERATION):
8 GyörgySARKOZY de NAGY-BOCSA, conseiller d’Etat, bourgmestre adjoint de Szolnok, °Ermihalyfalva (aujourd'hui Valea lui Mihai, comté de Bihor, Transylvanie occidentale, Roumanie) 30 juin 1862, ??? 1933 (inhumé à Szolnok)
9 Rozsa JUHASZ de GYÖNGYÖS, °Szolnok 30 août 1869, ? (inhumée à Szolnok)
10 Imre TOTH de CSAFORD, °Buda 1873, X
11 Adel JENEY de BOROSJENE (et non JENEYDE de BOROSSENEI, comme indiqué dans la Revue Française de Généalogie et d'Histoire des Familles, voir ci-dessous, Sources).
12 Mardochée ou Mordoraï MALLAH, bijoutier à Salonique (Thessalonique), fondateur de l’Ecole rabbinale de Thessalonique, °c1865, ??? 4 février 1913, X c1889
13 Reine ou Reyna MAGRISO, °Salonique (Thessalonique) 18 novembre 1868, ???, Gironde 2 mai 1944.
14 Henri BOUVIER, marchand de grains, °Sermerieu, Isère 10 mai 1853, ?, X
15 Caroline ROSSET BILLOUX, °Traize, Savoie 1er novembre 1858, ? 3 juillet 1921.

5TH GENERATION :
16 Ferencs IV SARKOZY de NAGY BOCSA, °Ermihalyfalva (aujourd'hui Valea lui Mihai, comté de Bihor, Transylvanie occidentale, Roumanie) 1820, ??? 12 octobre 1872, X 1846
17 Jana SARKOZY de NAGY BOCSA, °Tisafüred, Hongrie 17 septembre 1825, ?
18 Ignasz JUHASZ de GYONGYOS, °1832, ? (inhumé à Szolnok), X
19 Erszbet MARASZ, °1837, ? (inhumée à Szolnok)
24 Aaron Nehama MALLAH, briquetier, °Salonique c1830, ??? 3 juin 1898, X c1850
25 Rivka ELIAKIM, °c1830, ??? décembre 1907
28 Anthelme BOUVIER, cultivateur, °1820, ?
29 Marguerite POIZAT, °c1828, ?
30 Martin ROSSET BILLOUX, cultivateur, laboureur, c1805
31 Francoise-Claudine DULLIN, c1830

6TH GENERATION :
32 Gedeon II SARKOZY de NAGY BOCSA, °Kecskemet 4 décembre 1791. Ancêtre (14th generation: 8192) : Mihaly I SARKOZY, capitaine de la forteresse de Hajnacsko, ?, X
33 Klara KENGYEL de ERMIHALYFALVA, °Ermihalyfalva (aujourd'hui Valea lui Mihai, comté de Bihor, Transylvanie occidentale, Roumanie) 1820, ??? 12 octobre 1872
34 Mihaly VI SARKOZY de NAGY BOCSA, ?. Ancêtre (14th generation: 8192) : Mihaly I SARKOZY, capitaine de la forteresse de Hajnacsko, ?
35 Jolan BERNATH de BERNATHFALVA
48 Nehama MALLAH, °c1805
56 Jean BOUVIER, cultivateur, °1793, ?. Ancêtre (7th generation: 112): Jean BOUVIER, manœuvrier, c1751
57 Claudine BEGAY, °1793, ?. Ancêtre (7th generation: 114): Joseph BEGAY, cultivateur, c1751
58 Jean POIZAT , fermier, °1807, ?. Ancêtre (8th generation: 232): Jean-Baptiste POIZAT, c1741
59 Marguerite CUZIN RAMBAUD, fermière, °1811, ?. Ancêtre (10th generation: 944): André CUZIN RAMBAUD, c1690
60 Joseph ROSSET BILLOUX, cultivateur, °1780, ?. Ancêtre (8th generation: 240): Charles ROSSET BILLOUX, c1690
61 Louise-Marie HUDRY, ?. Ancêtre (8th generation: 244): Jean HUDRY, c1690
62 Nicolas DULLIN SONNIER, laboureur, c1773. Ancêtre (7th generation : 124): Charles DULLIN SONNIER, c1751

FAMILY INDEX (and known family members):
ALBENIZ: ALBENIZ (Alfonso), ambassadeur d’Espagne à la Société des Nations
ALBENIZ (Isaac), compositeur espagnol
ATTIAS: ATTIAS (Alexandre)
ATTIAS (Richard), publiciste
BALLEFIN
BEGAY: de Chassins, Champagne. Famille alliée: CONVERT
BENGUIGUI, voir BRUEL
BERNATH de BERNATHFALVA (BERNATHFALVAI BERNATH)
BIANCARELLI: BIANCARELLI (François), maire de Vico en Corse
BLANCHY
BORINI: BORINI (Marysa), pianiste concertiste italienne
BOUVIER: de Le Marteray près de Sermérieu, département de l’Isère, Rhône-Alpes. Famille alliée: GILLIBERT
BRET FARODON
BRETON
BRUEL (Maurice BRUEL BENGUIGUI dit Patrick, né Maurice BENGUIGUI), chanteur et acteur
BRUNI : BRUNI SARKOZY (Carla), née Carla BRUNI TEDESCHI, auteur-compositrice-interprète, chanteuse
BRUNI TEDESCHI (Alberto), compositeur d’opéra et industriel italien
BOISSON (Céline)
BUTTARD
CALPARSORO
CASTRO: de Salonique
CHEMIN. Famille alliée: de LAY
CIGANER: CIGANER (André, né Aron CHOUGABOV), fourreur
CIGANER ALBENIZ (Cécilia, née Cécilia CIGANER)
CLEMENT. Famille alliée: BRETON
CONVERT
CUCIOLI : CUCIOLI (Henry), pharmacien
CUCIOLI (Marie-Dominique dite Marie)
CUZIN RAMBAUD : d’Olouise, Rhône-Alpes. Familles alliées: GIROUD, GROS, GUYGON, PARIZAT
DARTY (Isabelle)
DATNOVSKY: de Salonique
DOUTRELUIGNE (Isabelle), mannequin
DOUZAL
DULLIN & DULLIN SONNIER: de Traizé, Savoie
DUMAS. Famille alliée: BUTTARD
ELIAKIM: de Salonique
ELIASSY (d’)
ENTHOVEN: ENTHOVEN (Jean-Paul), journaliste et critique
ENTHOVEN (Raphaël), professeur de philosophie
EVENOU (Danièle)
FARAGGI: de Salonique
FOURNIER
GANAY (de): Association de la Noblesse Française (ANF), anobli par charge de conseiller en la Chambre des Comptes de Dijon 1628, maintenue noble 1670, admis aux Etats de Bourgogne 1730
GARAUDET
GILLIBERT
GIRERD
GIROUD. Familles alliées: CHEMIN, du SOLIER
GROS. Famille alliée: THOLLON
GUYGON
HUDRY
JENEY de BOROSJENE (BOROSJENEI JENEY)
JUHASZ de GYÖNGYÖS (GYÖNGYÖSI JUHASZ)
KENGYEL de ERMIHALYFALVA (ERMIHALYFALVAI KENGYEL)
LAY (de)
LEFEVRE (Anne)
LEVY: LEVY (Bernard-Henri), philosophe et écrivain
LEVY (Judith), écrivain
LUCA (Marcia De)
MAGRISO: de Salonique
MALLAH : de Salonique et de Lyon
PARENTELE D’ANDREE (DITE DADU) MALLAH :
arrière-grand-oncle : Moshé ou Moïse MALLAH, rabbin & éditeur du journal El Avenir, °1853, ?, X Djoya CASTRO, °1855
cousin germain de Benedict (Benoît) : Asher MALLAH, sénateur en Grèce, °1881, ?, X Eva DATNOVSKY, °1895, ?
cousin germain de Benedict (Benoît) : Peppo Joseph MALLAH, (1er) ambassadeur d’Israël en Grèce, membre du Parlement grec, °1889, ?, X Edith FARAGGI, °1894, ?
cousine: Lucie MALLAH, une des plus grandes fortunes de Salonique
MALLET (de CHALMASSY): Baron de l'Empire en 1810, confirmé héréditaire 1815, banquiers protestants
MARATZ
MARUANI (Guy), voir aussi Amanda STHERS
MARTIN: MARTIN (David), animateur TV
MARTIN (Frédéric), animateur radio
MARTIN (Jacques), animateur TV
MARTIN (Jean-Baptiste), acteur
MARTIN (Jeanne-Marie)
MARTIN (Judith)
MULOT (Christine)
PARENT. Famille alliée: ROUX LEVRAT
PARIZAT. Familles alliées: BRET FARODON, PATRAS
PATRAS. Famille alliée: BALLEFIN
POIZAT: d’Olouise, Rhône-Alpes. Familles alliées: PARENT, RANDY MOREL, SILLAN (de Cozance, Rhône-Alpes), VEYRET
RALLON: à La Réunion
RANDY MOREL
REMMERT (Maurizio)
ROSSET BILLOUX
ROUX LEVRAT
RUSPOLI y Morenes (don Luis), marquis de BOADILLA del MONTE: titre créé en 1853 pour doña Maria Teresa de BORBON y Vallabriga, princesse de la Paz (princesse de la Paix), épouse de Manuel de GODOY, prince de la Paz, premier ministre espagnol
SARKOZY & SARKOZY de NAGY BOCSA (NAGYBOCSAI SARKÖZY): La famille SARKOZY de NAGY-BOCSA, avec comme premier ancêtre connu Mihaly (Michel), capturé et exécuté par les Turcs en 1562, est répertoriée dans le nobiliaire de Béla Kempelen avec une renouvellement de noblesse en 1628 par l’empereur Ferdinand II, roi de Hongrie.
Sarkozy de Nagy Bocsa
SEBAOUN (Jessica)
SILLAN: de Cozance, Rhône-Alpes. Familles alliées: CLEMENT, DUMAS, GIRERD
SOLIER (du)
STHERS (Amanda, née Amanda MAROUANI), écrivain et actrice
SWERT (de): d’Anvers
THOLLON
TOTH de CSAFORD (CSAFORDI TOTH)
VEYRET
VIREL (Geneviève de)
WIESNER II (Frank George), ambassadeur américain

SOURCES :
Ancestry of Nicolas Sarkozy compiled by Williams Addams Reitwiesner www.wargs.com ;
Héraldique Européenne www.www.heraldique-europeenne.org ;
The Internet Movie Database ;
LinkedIn ;
Catherine Nay, Un pouvoir nommé désir, Grasset 2007;
Geneastar.org, Les 891 célébrités par ordre alphabétique (ascendance établie par Jean-Luc Mondanel) ;
La Revue Française de Généalogie et d'Histoire des Familles, n° 169, avril-mai 2007;
Point de Vue;
Wikipedia.

18 July, 2008

Russian royal family mystery 'solved'


British scientists believe they have helped solve a 90-year mystery surrounding the massacre of Russia's last royal family.

For decades there was speculation that some members of the Romanov family escaped the 1918 Bolshevik massacre.

However, the theory was challenged recently when the remains of two people were discovered in a grave in Siberia.

They were found close to the remains of Tsar Nicholas II, his wife Tsarina Alexandra and three of their four daughters, which were discovered in the 1990s.

DNA tests by scientists from the US and Austria earlier this year suggested they were the missing family members, the fourth daughter Maria and the heir apparent Alexei.

Dr Peter Gill, from Strathclyde University's Centre for Forensic Science, said he had "close to definite proof" that the remains were those of the two children.

Dr Gill said his job had been to ensure correct protocol had been followed during the research, and that the findings from Austria and the US were "consistent with each other in every detail".

He said: "We now have close to definite proof that the entire family was executed by the Bolsheviks and no one escaped.

"There is overwhelming evidence to support the contention that the remains found in the second grave are those of Alexei and one of the Romanov princesses."

The scientists were able to confirm the original remains to be found as those of the tsar and his family by using blood samples from living people.

They include Prince Philip, the Duke of Edinburgh, who is a direct maternal descendant of the Tsarina.

Russian pathologists last year also investigated the remains and expressed confidence that they were those of the children.

Tsar Nicholas II and Tsarina Alexandra were killed with several of their children and servants during the Bolshevik massacre.

In Moscow, ceremonies are being held to mark the 90th anniversary of the murder of the last tsar and his family.

The family have been canonised as saints, and the remains identified as those of Nicholas II, his wife and three of their daughters were buried in 1998 in the former imperial capital of Saint Petersburg.

ITN - Thursday, July 17 05:11 pm

12 July, 2008

Oranjehuis op een na duurste Europa


DEN HAAG - Het Nederlandse koninklijk huis is het op een na duurste van Europa. Dat blijkt uit een vergelijking van de Belgische professor Herman Matthijs van de Vrije Universiteit Brussel.

Dit jaar kost het koninkijk huis de belastingbetaler zo’n 114 miljoen euro. Alleen het Britse koningshuis is duurder. Volgens Matthijs is het Spaanse hof het goedkoopste van Europa. Al maanden is de Tweede Kamer in debat met het kabinet over de exacte kosten van het koningshuis. „Het vermoeden is dat die in werkelijkheid veel hoger zijn dan die 114 miljoen,” zegt SP-Kamerlid Ronald van Raak.

Matthijs kwam tot zijn berekening door allerlei posten uit de verschillende begrotingen bij elkaar op te tellen, zoals die voor de beveiliging, de staatsbezoeken en de hofhouding. Volgens Van Raak zijn er echter ook veel verborgen kosten: „Zo weten we inmiddels dat de koningin veel vaker gebruik maakt van het regeringsvliegtuig dan in de boeken staat. De kosten voor het onderhoud van privéschip De Groene Draeck zijn schimmig. En het geld dat Beatrix krijgt voor haar hofhouding lijkt 10 procent hoger te liggen dan in de boeken staat.” Premier Balkenende komt in september met een overzicht van alle kosten.

De Tweede Kamer kan dan pas beoordelen of al het geld goed wordt besteed, aldus Van Raak. Matthijs stelt dat tegenover de kosten ook opbrengsten staan. Zo levert een goed functionerende monarchie een land goodwill op in het buitenland.

Bron: ad.nl

03 July, 2008

"Musik im Deutschen Orden" begleitete Investitur in Alden Biesen


Am 28. Juni 2008, dem Vorabend des Hochfestes der Apostel Petrus und Paulus, hat der Hochmeister des Deutschen Ordens, Abt Dr. Bruno Platter, in Anwesenheit des Apostolischen Nuntius in Belgien und Luxemburg, Erzbischof Karl-Josef Rauber, in der ehemaligen Landkommende Alden Biesen (Belgien) während eines feierlichen Pontifikalamtes die Investitur von vier Kandidaten in das Institut der Familiaren vorgenommen. Drei von ihnen stammen aus Belgien, darunter ein Priester, der zukünftig auch das Amt des Geistlichen Assistenten der Familiaren in Belgien übernehmen wird, der vierte stammt aus Deutschland. Zuvor empfingen sie während der Sext aus der Hand des Hochmeisters den Rosenkranz und stellten sich den zahlreich versammelten Confratres aus Deutschland und Belgien vor.


In seiner Predigt während der Eucharistiefeier hob der Hochmeister - gerade zur der Stunde, in der in Rom das Paulusjahr eröffnet wurde - das Wirken des Apostels Paulus als beispielhaft für Brüder, Schwestern und Familiaren hervor. Ausgehend von einem Wort des Apostels (Phil 3, 10), formulierte er die Motivation jener, die das Kreuz des Deutschen Ordens tragen: „Wir Brüder, Schwestern und Familiaren suchen Christus. Wir wollen ihn erkennen und ihn lieben. Wir wollen vor aller Welt Zeugen sein der Macht seiner Auferstehung. Wir suchen in Ängsten und Bedrängnissen die Gemeinschaft mit seinem Leiden. Wir lassen uns prägen vom Geheimnis seines Todes, der nicht Ende, sondern Beginn einer neuen Schöpfung war. Und wir hoffen, wie der gekreuzigte und erhöhte Christus auch einst zur Auferstehung der Toten zu gelangen und zu einem ewigen Leben in der Anschauung Gottes."

Der Tag schloss mit der Eröffnung einer Ausstellung über Musik des Deutschen Ordens unter dem bezeichnenden Titel „Ook hier wonen de muzen!" (Auch hier wohnen die Musen!) durch den Hochmeister. Bis zum 31. August werden hier anhand einzelner sorgfältig ausgewählter Objekte interessante Verbindungslinien gezogen zwischen dem Deutschen Orden und der Musik im Laufe der vergangenen Jahrhunderte.

Am Hochfest der Apostelfürsten feierte der Hochmeister in der Kathedrale des Bistums Hasselt mit dem Bischof von Hasselt, Msgr. Patrick Hoogmartens das Pontifikalamt; anschließend lud der Bischof den Hochmeister und die Familiaren zum Empfang in den Räumen des Dompfarrers.

Am Nachmittag nahmen der Hochmeister und zahlreiche Confratres am heuer bereits zum 25. Mal ausgerichteten „Tag der Alten Musik" teil. Anlässlich des Jubiläums und der Investitur durch den Hochmeister stand der Tag diesmal ganz im Zeichen der „Musik im Deutschen Orden". Auf zahlreichen kleinen und großen Bühnen innerhalb wie außerhalb der Kommendegebäude erklang bei strahlendem Sonnenschein Vokal- und Instrumentalmusik des frühen Mittelalters bis zur Klassik der ersten Hälfte des 19. Jahrhunderts. Es sangen und spielten Künstler aus Belgien, Frankreich, den Niederlanden, der Schweiz und Israel. Mit der „Hochmeisterfanfare" und den bekannten „sechs modernen Aufzügen" von Johann Baptist Schiedermayr (1779-1840), dargeboten durch das „Nederlands Trompet Consort", fanden diese festlichen Tage einen grandiosen Abschluss.